Bergen verzetten

Gerbert van der Aa vindt de Angliru in Spanje veel leuker dan de Alpe d’Huez. Vijf redenen om er te gaan fietsen.

De Angliru in de wolken. Onder: Louis (11), hij kwam tot 3 kilometer onder de top. Daar begint een stuk van ongeveer 500 meter dat ruim 20 procent stijgt. Eerder was hij was uitgegleden over een koeienvlaai.

De Angliru is nog niet verpest door wielertoerisme

Op de hellingen van de Angliru heerst rust. Toen ik deze zomer met mijn vrouw en zoon omhoog reed, kwamen we maar drie andere fietsers tegen en slechts af en toe een auto of motor. Op de top van de berg in Asturias zijn alleen een paar stenen hutten van boeren die er hun koeien laten grazen. Het contrast met de Alpe d’Huez of de Mont Ventoux, twee beroemde bergen uit de Tour de France, is groot. Daar heb je soms het gevoel dat je op een kermis bent beland. Niet alleen tijdens mega-evenementen voor een goed doel, zoals Alpe d’HuZes, rijd je in colonne naar de top. Ook op gewone zomerse dagen kan het op de Franse bergen extreem druk zijn. Door de vele auto’s en motoren adem je vieze uitlaatgassen in, onderweg passeer je drukke terrassen, langs de weg schreeuwen mensen luidkeels aanmoedigingen. Op de Angliru hoor je alleen koeienbellen.

Wie de top bereikt, heeft echt een prestatie geleverd

De Angliru is zwaarder dan welke berg dan ook uit de Tour de France. Mijn vrouw, die nog nooit op een racefiets had gezeten, haalde vorige zomer zonder al te veel moeite de top van de Alpe d’Huez. Op de Angliru moest ze halverwege de strijd staken. Heel wat profrenners noemen de Spaanse berg een hel. De beklimming is met ruim twaalf kilometer niet extreem lang, maar stukken asfalt die honderden meters lang met meer dan twintig procent omhoog lopen, komen in de Tour de France niet voor. „Alleen voor de eerste tien renners is de Angliru te doen”, zei de voormalige Spaanse profwielrenner Roberto Heras in de krant. „De rest van het peloton zou eigenlijk geholpen moeten worden.” Volgens Heras, die in de Vuelta van 2002 als eerste bovenkwam, moet de organisatie misschien toestaan dat toeschouwers minder goede klimmers omhoog duwen.

De berg heeft met de stad Oviedo een ideale uitvalsbasis

Oviedo, minder dan twintig kilometer van de voet van de Angliru, is de perfecte uitvalsbasis voor de beklimming. Vanuit het autovrije centrum, met knusse pleinen en prachtige Romaanse kerken, fiets je zo de stad uit. Voor weinig geld kun je in de hoofdstad van Asturias heerlijk eten en drinken. Niet zelden betaal je op een terras slechts een euro voor bier of koffie. Voor tien euro serveren restaurants een uitstekend driegangenmenu, inclusief een halve fles wijn. Vergeet niet de lokaal geproduceerde appelcider te proeven. Hotels en appartementen zijn ook niet duur. Wij huurden via airbnb.nl (accommodaties bij particulieren) voor 70 euro per nacht een appartement voor vier personen in de oude binnenstad. Mijn niet-fietsende tienerdochter kon heerlijk shoppen, terwijl ik met mijn vrouw en zoon de Angliru op reed. Ook operaliefhebbers komen in Oviedo aan hun trekken.

In de omgeving zijn ook mooie minder zware beklimmingen

Wie de Angliru te extreem vindt, kan in de omgeving ook een aantal minder zware bergen op fietsen. De beklimming van de Cordal is met een maximaal stijgingspercentage van 12 procent een stuk gemakkelijker. Net als op de Angliru is er weinig verkeer. Op weg naar de top passeer je rustieke boerendorpen waar mensen enthousiast opkijken als er een fietser voorbijkomt. Ook de Cobertoria is een aanrader. Beide bergen zitten dit jaar in de Ronde van Spanje, die op 23 augustus van start gaat. De Angliru wordt in de komende editie niet beklommen, tot teleurstelling van de burgemeester van Riosa, de gemeente waar de berg ligt. „Je laat je beste voetballer ook niet op de bank zitten”, klaagde hij tegen een Spaanse verslaggever. Wel is er op 6 september, tijdens de Ronde van Spanje, een toertocht naar de top van de Angliru (miradordelangliru.com).

Je komt weinig andere Nederlanders tegen in dit deel van Spanje

Nederlanders die tijdens hun vakantie graag samenklonteren, kunnen de Angliru beter mijden. In de week in juli dat ik in Oviedo was, zag ik slechts een paar auto’s met een Nederlands kenteken. Fietsers met shirts van Nederlandse ploegen, die je in Frankrijk overal tegenkomt, zijn in geen velden of wegen te bekennen. Ook langs de Costa Verde, de woeste Atlantische- Oceaankust van Asturias, wagen zich vrijwel geen Nederlanders. Op de lokale campings staan alleen Spanjaarden. De stranden zijn zeker niet minder mooi dan langs de andere costa’s, maar de net wat lagere temperaturen en het vochtigere klimaat schrikken bezoekers af.

Alleen het weer en de politie werken niet altijd mee

Het weer op de Angliru is niet altijd even goed. Toen ik bovenkwam, was het zicht door mist niet veel meer dan tien meter. Als het regent, en die kans is helaas aanzienlijk, worden de steile hellingen vrijwel onbegaanbaar. Tijdens de Vuelta van 2002 moesten renners afstappen en konden auto’s niet naar boven omdat hun wielen weg slipten op het gladde asfalt.

Niet uitgesloten is dat de Spaanse politie een domper zet op het wielerplezier. Onze in Nederland goedgekeurde fietsendrager voldeed volgens een agent niet aan de regels, al was niet duidelijk welke. Maar omdat we al een boete moesten betalen voor het rijden over een doorgetrokken streep besloot hij niet nog een bekeuring uit te schrijven. Spanjaarden klagen dat de politie sinds het begin van de crisis steeds vaker onterecht boetes oplegt.

    • Gerbert van der Aa