Voortgaande verbijstering

Zijn tweede roman over Auschwitz, een komedie, tragedie, satire en liefdesverhaal, is een nieuwe poging om tot begrip te komen. ‘Ik heb het níet gevonden, ik kan het níet begrijpen’, schrijft Amis, en die zin blijkt essentieel te zijn.

Illustraties Nanne Meulendijks

Het zal Martin Amis niet verbaasd hebben dat zijn nieuwe roman de longlist van de Man Booker Prize niet heeft gehaald. Tijdens een boekenfestival in Perth eerder dit jaar zei hij tegen een Australische journalist dat zijn boeken het nooit goed doen bij literaire jury’s. De laatste titel van hem die de shortlist van de Booker wél haalde was Time’s Arrow, de roman over een arts die in Auschwitz werkte, en dat was in 1991.

Volgens Amis voelen juryleden ‘zich meer thuis bij het doodserieuze werk’. Zelf benadrukt hij het belang van satire, en is hij met Nabokov de overtuiging toegedaan dat een goede roman ook altijd een komische roman is. Om zijn woorden kracht bij te zetten, kondigde hij in hetzelfde interview aan dat hij in zijn volgende roman, The Zone of Interest, de wereld van de nazi’s zou ridiculiseren.

De geruchtenmachine over die roman was al eerder op gang gekomen. Vorig jaar werd het boek in The Financial Times aangekondigd als een love story die zich in, jawel, Auschwitz zou afspelen. Dat klonk alvast controversieel, als een boek dat zich zou willen meten met romans als De Welwillenden van Jonathan Littell en HhhH van Laurent Binet.

Wat is het geworden, een komedie of een liefdesverhaal? Uiteindelijk heeft het iets van beide: Het interessegebied, zoals de titel van de Nederlandse vertaling luidt, is een mengeling van komedie, tragedie, satire en liefdesverhaal. Het is een wat ongemakkelijke melange geworden.

De roman speelt zich inderdaad af in Auschwitz, in de jaren 1942-1943. (Het ‘Interessengebiet’ waarnaar het boek is vernoemd, is de buitenste ring van het kamp). De roman heeft drie vertellers: kampcommandant Paul Doll, liaisonofficier Golo Thomsen en Szmul, hoofd van het Sonderkommando. Ze komen afwisselend aan het woord. Het verhaal laat zich eenvoudig samenvatten: Thomsen wordt verliefd op Hannah, de vrouw van kampcommandant Doll, en Doll gebruikt Szmul om zich op zijn vrouw te wreken. Verder doet er nog een groot aantal bijrolspelers mee, en dat is meteen het eerste probleem van het boek: het kost veel moeite om al die vluchtig aangestipte personages uit elkaar te houden. Een ander probleem is dat de drie hoofdpersonages overkomen als toneelspelers die elk in een ander stuk spelen.

Het komische element heeft Amis bewaard voor kampcommandant Doll. Deze losjes op Auschwitzcommandant Rudolf Höss gebaseerde nazi gaat langzaam ten onder aan drank, zijn vrouw en zijn onvermogen het kamp te leiden op de strakke, klinische wijze die van hem wordt verlangd. Amis zet hem zo karikaturaal neer, dat hij ondanks zijn gruwelijke werkzaamheden alleen maar lachwekkend en pathetisch is. Zijn kille kant blijft onderbelicht, en dat is jammer, want zo wordt het de lezers wel erg gemakkelijk gemaakt: we kunnen comfortabel achterover leunen, er is nauwelijks iets verontrustends aan deze man. Daar houdt het komische ook meteen op. Szmul, leider van het Sonderkommando (Joodse gevangenen die de vergaste slachtoffers uit de gaskamer moeten halen), is een tragisch personage dat zijn best doet zo nu en dan iemand te redden of diens lijden te bekorten, een beschermengel en engel des doods tegelijk.

Amis geeft Szmul een heel andere toon mee dan commandant Doll. Smzul vertelt gedragener, poëtischer. Het eerste wat Szmul de lezer meedeelt, is een sprookje over een spiegel waarin je je eigen ziel ziet – en waarin dus niemand durft te kijken; het concentratiekamp is zo’n spiegel. Door dat symbolische begin krijgt ook Szmul van Amis niet de kans een mens te worden. Kampcommandant Doll wordt verlaagd tot een schertsfiguur uit een komische operette, Szmul wordt verhoogd tot een tragisch karakter uit een opera.

Van de hoofdrolspelers is eigenlijk alleen liaisonofficier Thomsen neergezet als een realistisch, alledaags karakter: een vlotte versierder, die steeds meer twijfels krijgt over de zaak waarvoor hij vecht en zich inspant om door middel van sabotage de duur van de oorlog te bekorten.

Deze drie stemmen die elkaar eerder verzwakken dan versterken (de commandant te karikaturaal, Szmul te gedragen, Thomsen te banaal), vertellen hun verhaal van liefde en bedrog tegen de achtergrond van de onvoorstelbare gruwel van het Derde Rijk, dat door een van de personages een ‘tienjarige Walpurgisnacht’ wordt genoemd. Het verhaal eindigt daadwerkelijk op een Walpurgisnacht, de heksensabbat waarop duistere krachten door het licht heen breken. Op die symbolische avond vindt de afrekening van kampcommandant Doll plaats – een kleine afrekening, gezien wat er in Dolls directe omgeving en onder zijn leiding aan vernietiging plaatsvindt.

Kunstgrepen

Zo geeft Amis zijn lezers een beeld van de banaliteit van de mensen die het kwaad ten uitvoer brachten. Bij tijd en wijle doet hij dat zeer effectief, door kleine terzijdes die je de adem benemen, maar op andere momenten maakt hij gebruik van kunstgrepen die de roman een verrassend ouderwetse indruk geven.

Een voorbeeld: de manier waarop Amis spanning oproept. Dat doet hij door voor zijn lezers dingen te verzwijgen waarvan de personages al wél op de hoogte zijn. Zo sluit je lezers uit, omdat je voorkomt dat die zich volledig in de personages kunnen verplaatsen. Amis offert hier identificatie op aan spanningsopbouw, en dat is jammer. Hij schrijft tenslotte geen thriller.

Een andere archaïsch aandoende kunstgreep is de manier waarop Amis informatie verstrekt: hij laat personages dingen tegen elkaar zeggen waarvan ze zelf al lang op de hoogte zijn, maar de lezer nog niet. Dit geeft iets gekunstelds aan de dialogen, wat je niet verwacht bij een goede stilist als Amis. Je ziet wel wat hij hiermee wil: een zo breed mogelijk beeld geven van theorie en praktijk van de nazi’s.

Veel achtergrondinformatie is bedoeld om onze verontwaardiging te wekken, maar de nadrukkelijkheid waarmee dat gebeurt is overbodig: we zíjn al ontzet, verbijsterd en verrast. Ook het moralisme, waaraan Thomsen zich zo nu en dan overgeeft, bijvoorbeeld wanneer hij na de oorlog zijn grote liefde Hannah weer terugziet, klinkt niet naturel – bij dergelijke scènes is hij de buikspreekpop van Amis.

En dan nog die symboliek met spiegels. Die beperkt zich niet tot dat ene sprookje van Sonderkommandoführer Szmul, steeds weer duiken in de roman spiegels op. Spiegels als symbool voor mensen die zichzelf niet meer in de ogen kunnen kijken – dat is ondertussen toch een behoorlijk cliché. (Alhoewel, misschien geven we Amis hier te weinig krediet: ergens in Het interessegebied wordt de anekdote opgedist dat topnazi Heydrich ooit uit frustratie zijn eigen spiegelbeeld aan gruzelementen schoot; ter verdediging van zijn gebruik van spiegelsymboliek kan Amis aanvoeren dat de nazi’s zijn begonnen.)

Amis is nog steeds een goede stilist, die, zeker in het begin van de roman, met een paar woorden mooie beelden weet op te roepen. Toch kan de stijl Het interessegebied niet redden. Wanneer je de roman vergelijkt met de twee eerder genoemde thematisch verwante romans waarin bovendien een aantal van dezelfde historische personages figureren, De welwillenden van Jonathan Littell (2006) en HhhH van Laurent Binet (2010), valt de vergelijking wel erg in het nadeel uit van Amis’ roman. Binet schrijft tot in alle details over de aanslag op Heydrich in Praag en deelt ondertussen zijn twijfels en frustraties als chroniqueur met de lezer. Littell vertelt in zijn monster van een boek uitputtend de belevenissen van een koel observerende SS-officier die een aantal cruciale momenten van de oorlog meemaakt. Hoe verschillend die boeken ook zijn, ze richten zich met respectievelijk een gebrek aan moralisme (Littell) en uitgesproken twijfels over de mogelijkheid een dergelijk verhaal recht te doen (Binet) tot een lezer die zijn eigen conclusies kan trekken en die volwassener is dan de lezer die Amis zich voorstelt. Terwijl zeker bij Littell ook het wrang-komische niet ontbreekt (bijvoorbeeld in die rare scène waarin de verteller Hitler in zijn neus bijt).

IJzingwekkend

Dat Amis de vergelijking met deze voorgangers niet doorstaat, is tot daaraantoe, maar ook Amis’ eerdere Auschwitz-roman, De pijl van de tijd, stelt Het interessegebied in de schaduw. Die geruchtmakende roman, waarin de tijd omgekeerd verliep zodat Auschwitz een plek van genezing en opwekking werd, blijkt bij herlezing nog steeds uiterst inventief en ijzingwekkend, en steekt ook in stilistisch opzicht ver boven deze opvolger uit. Waarom keert Amis na die geslaagde roman in godsnaam terug naar Auschwitz om over dat thema nog een roman te schrijven die in alle opzichten naïever is dan zijn voorganger? Het nawoord van Het interessegebied geeft antwoord op die vraag.

In het nawoord, ‘Wat er gebeurd is’, is Amis zelf aan het woord, op de persoonlijke en intelligente toon die we kennen uit zijn essays. Hij behandelt een aantal boeken dat hij heeft geraadpleegd en verdiept zich in kort bestek ook nog even in Adolf Hitler. Dit nawoord is met zijn tien pagina’s interessanter en krachtiger dan de 340 die eraan voorafgaan. Het bevat ook de sleutelzin van het boek: ‘In 1987 las ik voor het eerst Martin Gilberts klassieke werk The Holocaust: The Jewish Tragedy, en ik las het vol ongeloof; in 2011 las ik het opnieuw, met precies hetzelfde ongeloof – mijn ongeloof was onverminderd.’

Amis noemt dit zijn ‘negatieve eureka (ik heb het níet gevonden, ik kan het níet begrijpen)’ en opeens begrijp je de roman die je zojuist hebt gelezen een stuk beter. De pijl van de tijd was niet afdoende en bracht Amis geen stap dichterbij welke vorm van begrip dan ook. De voortgaande verbijstering van de inmiddels vierenzestigjarige auteur moest in een volgend boek worden uitgedrukt, op een andere manier, als onderdeel van een voortgaande poging om tot begrip te komen.

Amis citeert met instemming Michael André Bernsteins uitspraak dat de Holocaust ‘van fundamenteel belang [is] voor onze zelfkennis’. Amis’ zoektocht naar begrip blijkt ook een zelfonderzoek. Zo beschouwd wordt de vraag of Het interessegebied geslaagd is minder relevant. Dan zou het experiment om een komische en satirische liefdesroman over Auschwitz te schrijven zijn mislukt – wat dan nog? Het maakt onderdeel uit van een doorgaand proces. Ook experimenten met een negatieve uitkomst helpen de wetenschap vooruit, en voor zelfonderzoek geldt hetzelfde.

    • Rob van Essen