’t Is alles of niets voor China’s president Xi

Sinds de dood van Mao is de politieke inzet in China niet meer zo hoog geweest als nu, onder corruptiebestrijder president Xi Jinping. Hij haalt alles overhoop en maakt veel vijanden, schrijft Jonathan Holslag.

illustratie luojie

Deze week werd bekend dat het Rode Boekje niet langer de onbetwiste leider van de Chinese boekenplank is. De belangrijkste rivaal: de verzamelde toespraken van president Xi Jinping. Dat hoeft geen verrassing te zijn, want Xi is er in geslaagd om in twee jaar tijd de hele Communistische Partij op haar kop te zetten.

De keren dat ik Xi zelf mocht ontmoeten, viel hij me op door zijn bedeesde glimlach en peinzende blik, een man met toewijding voor zijn land. Dat bevestigden ook zijn medewerkers. Xi werkt hard, heeft een missie en schuwt geen heilige huisjes.

Het belangrijkste heilig huisje is dus de partij met liefst 87 miljoen leden. De grote schoonmaak waar Xi nu op aanstuurt, maakt van hem de machtigste leider sinds decennia, maar ook de meest eenzame leider. Laat er geen misverstand over bestaan: de missie van Xi komt niet overeen met wat de westerse wereld van hem verwacht.

Xi zal het politieke monopolie van de Communistische Partij niet doorbreken en hij zal ook de markt niet verder opengooien zolang de Chinese bedrijven daar niet klaar voor zijn. Wat hij vooral wil is ervoor zorgen dat de partij in 2021, aan het einde van zijn mandaat, haar honderdste verjaardag met glans kan vieren.

Zijn strijd tegen wanbeleid en corruptie begint echter steeds meer te lijken op een kruistocht. Een van zijn trouwste medewerkers wist me te vertellen dat Xi corruptie beschouwt als de grootste zwakte van de Chinese samenleving, de achilleshiel van de economie en de belangrijkste dreiging voor de toekomst van de Communistische Partij. De strijd tegen corrupte partijleden is meedogenloos. Een duidelijk voorbeeld van de vastberadenheid van Xi is dat zelfs toppolitici als Zhou Yongkang, voormalig veiligheidstsaar, niet aan het onderzoek ontsnappen.

De obsessie van Xi met corruptie heeft geleid tot een algemene staat van wantrouwen binnen de elite. Partijleden en ondernemers van Shanghai tot Kashgar vrezen de dag waarop een van Xi’s disciplinaire inspectie-eenheden onverwachts binnenvallen.

Voor velen is de vraag niet zozeer of en in welke mate zij aan corruptie deelnamen, maar waarom net zij door Peking onder de loep zouden worden genomen. Sinds de lancering van Xi’s campagne pleegden tientallen ambtenaren zelfmoord. Vrienden in China vertellen me dat veel andere ambtenaren met pensioen zijn gegaan of eenvoudigweg weigeren om beslissingen te nemen.

Maar er zijn ook politieke vijanden ontstaan in de hoogste rangen. Opvallend is daarbij het conflict met voormalig president Jiang Zemin, die door velen nog steeds wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke mannen in China. Zhou Yongkang was een bondgenoot van Jiang, maar de ondergang van Zhou betekent niet zijn enige verlies. De anticorruptiecommissies van Xi richtten hun pijlen steeds meer op de club van Shanghai en onderzochten andere vertrouwelingen van de voormalige president, zoals de Wang Zongnan en generaal Xu Caihou. Onlangs zijn ook onderzoeken gestart naar de entourage van oud-president Hu Jintao. Zhang en Hu spoorden erop aan de anticorruptiecampagne in te dammen.

Ook belangrijk is de reactie van het leger: een traditioneel bastion van macht, privilege en nepotisme. Xi heeft het leger gemaand om iets te doen aan de „exuberante levensstijl”. Luxueuze militaire clubs werden doorgelicht en er werden limieten gesteld aan de enorme vloot van Duitse luxewagens. Het is niet de eerste keer dat het leiderschap van de partij het leger meer transparantie oplegt. Daarbij deed het doorgaans een beroep op lagere officieren en generaals sneller van positie te laten wisselen. Maar nog belangrijker: het defensiebudget werd steeds verhoogd. Vandaag is de situatie niet anders. Xi maakt vijanden maar hij duwt ook trouwe officieren naar de top.

Het klopt dat de flair van Xi bepaalde ideeën van de Culturele Revolutie doet heropleven. Xi neemt zeker een optie op sterk leiderschap. Sinds Deng Xiaoping heeft China nooit een leider gekend die zo veel politieke, economische en militaire invloed uitoefent. Onderzoek van de universiteit van Hongkong bevestigt een nog nooit eerder geziene neiging om nieuwsmedia aan te wenden ten bate van persoonlijk aanzien. Hij deelt met Mao ook het gebruik van populisme tegen corrupte tegenstanders en een harde houding tegenover de buitenlandse rivalen. Voorlopig is er echter geen Culturele Revolutie in de maak. Voor Xi is het een spel van alles of niets. Hij weet dat het land zich op een kritieke tweesprong bevindt, waarbij het ofwel zal moeten hervormen ofwel ten onder zal gaan. Zolang hij banen en welvaart kan creëren, moet hij zich niet al te druk maken over zijn nieuwe politieke tegenstanders. Als de beloofde hervormingen van het rechtssysteem erdoor komen, zou dat zijn populariteit alleen maar vergroten. De Chinese bevolking lijkt ook te beseffen dat moeilijke hervormingen noodzakelijk zijn.

Maar er zijn risico’s aan verbonden. De staat van de economie is nog altijd zorgwekkend. De strijd tegen corruptie en de rechtshervormingen kunnen niet doeltreffend zijn zolang er onvoldoende controle is op het politieke systeem. Als gevolg van deze binnenlandse onrust zal Xi meer onder druk staan een vuist te ballen tegen buitenlandse tegenstanders. Eén ding is zeker: de politieke inzet is sinds 1976 – toen Mao overleed – nooit meer zo hoog geweest. Als in dit geval een sterke leider in zijn opzet slaagt, kan hij zijn land naar nieuwe hoogtes stuwen. Maar als hij faalt, kan hij het ook naar de afgrond drijven.

    • Jonathan Holslag