Softballen tegen het doemscenario

Nederland moet minimaal vijfde worden om de A-status van NOC*NSF te behouden. Het bestaansrecht van softbal staat op het spel.

Dagmar Bloeming is zich ervan bewust dat bij vrijwel iedere worp de toekomst van het Nederlandse softbal op het spel staat. Als Nederland op het WK in Haarlem niet bij de eerste vijf eindigt, verliezen de internationals hun A-status van het NOC*NSF met bijbehorende toelage. De 26-jarige pitcher probeert zich af te sluiten voor een doemscenario. „Ik zou liegen als ik zeg dat het niet in mijn achterhoofd meespeelt”, zegt Bloeming op het Nol Houtkamp Sportpark. „Maar we moeten het positief benaderen. We zien het als een uitdaging het toch te halen.”

Het Nederlandse vrouwensoftbal vecht met zesduizend beoefenaars al jaren voor zijn bestaansrecht. Een vergelijking met honkbal dringt zich vaak op, maar kenners wijzen liever op de verschillen. Bij softbal wordt met een grotere bal onderhands gegooid op een compacter veld dan bij het honkbal. Vrouwenhonkbal en mannensoftbal leiden een marginaal bestaan in Nederland. De Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond (KNBSB) zet zich met name in voor mannenhonkbal en vrouwensoftbal.

Sportkoepel NOC*NSF moest in het verleden via een rechtszaak gedwongen worden om de softballers op volwaardige wijze te ondersteunen. Onder leiding van bondscoach Craig Montvidas werd de ploeg drie keer op rij kampioen van Europa, maar deze week wordt er een prestatie op wereldniveau verlangd. „Het is een lastige situatie”, verzucht Montvidas. „Er zijn 21 internationals met een A-status. En dat bij een sport die niet meer olympisch is. Het gaat over ongeveer één miljoen euro. Ik snap best dat NOC*NSF dat wel weg zou willen strepen als ze kunnen.”

De softbalsters zijn onder leiding van de geboren Amerikaan Montvidas aan een opmars bezig. Hoewel de sport na 2008 niet meer op het olympische programma staat, werd de aanval op de wereldtop wel ingezet. De sport werd geprofessionaliseerd en verschillende Nederlandse speelsters vertrokken naar landen als Italië en Australië waar de vergoedingen hoger liggen. De Amerikaanse National Pro Fastpitch (NPF) is het hoogste doel in het vrouwensoftbal. Een plan om daarin met de nationale ploeg van Nederland te spelen mislukte vorig jaar.

Bondscoach Montvidas verplichtte al zijn internationals in aanloop naar het eerste WK softbal in Europa in Nederland te komen trainen en spelen. Een keuze was er niet. „Nee, daar was ik niet heel gelukkig mee”, stelt sterspeelster Saskia Kosterink (30), die vier jaar bij het Italiaanse Sanotint Bollate speelde. „Voor mijn eigen ontwikkeling was ik liever in Italië gebleven. Maar voor het nationale team was het wel erg prettig dat we steeds samen speelden. Ik heb overigens nooit een moment getwijfeld. Het Nederlands team gaat voor mij boven alles.”

Op weg naar het WK werkte Nederland een oefentrip af in het Amerikaanse Illinois. Desondanks beleefde Nederland aan het Henk van Turnhoutpad in Haarlem een valse start op het door de vele regenbuien geteisterde WK. Na nederlagen tegen de VS, Taiwan en Australië kon het negental zich geen enkele misstap meer veroorloven. Met zeges op Italië, de Dominicaanse Republiek, Groot-Brittannië en Botswana plaatste Nederland zich toch voor de tweede ronde. Daarin wacht een ontmoeting met China.

Peter van der Aart, voorzitter van het organisatiecomité van het WK, haalde na iedere overwinning van Nederland opgelucht adem. „Softbal mag dan misschien wel een mondiale sport zijn, maar het blijft moeilijk om hier veel aandacht te krijgen. Er komen in totaal zo’n tachtig journalisten naar dit WK. De meesten komen uit het buitenland. Het zou heel zonde zijn als ze niet bij de beste vijf eindigen. Dan valt voor de internationals de financiële basis weg. Dat zou weleens een nekslag voor het Nederlandse softbal kunnen betekenen.”

Zover wil Bob Bergkamp, voorzitter van de KNBSB, niet gaan. „Softbal zal altijd blijven bestaan”, zegt de bestuurder terwijl hij ondertussen het spel van Nederland volgt. „Maar ik voel wel de spanning van het moeten presteren. Tegelijkertijd kan ik daar als voorzitter langs de kant niets mee. De prestaties moeten worden neergezet op het veld. Wij hebben geprobeerd daar de best mogelijke voorwaarden voor te scheppen.”

Eind dit jaar neemt het Internationaal Olympisch Comité een besluit over een mogelijke terugkeer van softbal op de Spelen van 2020 in het Japanse Tokio. „Je kunt wel zeggen dat het een belangrijk jaar is voor de toekomst van de sport”, stelt bondscoach Montvidas. „En deze week in het bijzonder. Ik leef van pitch naar pitch. Verder kijken doe ik nu nog niet.”

    • Koen Greven