Ook een locoburgemeester moet een crisis aankunnen

De Haagse rellen leerden één ding: een burgemeester moet adequaat worden vervangen. Leer van het leger, schrijft Lex Kraft van Ermel.

Hoe is de vervanging van burgemeesters geregeld? Dat is de vraag die rijst na een recentelijk spoeddebat in de Haagse gemeenteraad over de rellen in de Schilderswijk. Demonstraties liepen uit de hand en het was niet duidelijk wie op welk moment verantwoordelijk was. Daarnaast schoot de communicatie jegens de stad tekort.

Het is daarom tijd voor een heldere chain of command in burgemeestersland. Een duidelijke gezagsstructuur is noodzakelijk. Niet alleen voor de betrokkenen, maar ook voor de burger. Voorts moeten vervangende burgemeesters worden aangewezen op basis van crisiscapaciteiten en niet slechts vanwege hun politieke kleur.

Het vervangingsschema tijdens de vakantie van burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag was als volgt: „Loco’s: Van Engelshoven 19/7 t/m 23/7; Wijsmuller 24/7 t/m 25/7; Baldewsingh 26/7 t/m 10/8 en De Bruijn 11/8 t/m terugkomst BGM”. Wethouder Ingrid van Engelshoven (eerstgenoemde) is volgens het Haagse coalitieakkoord de eerste locoburgemeester. Waarschijnlijk omdat haar partij (D66) de grootste coalitiepartij is. Zij was echter tijdens het spoeddebat als enige wethouder niet aanwezig.

Het vervangingsschema oogt met zijn onregelmatige vervangingsritmiek – van soms één dag en dan bijvoorbeeld weer eens vier dagen – op zijn best als een bestuurlijke lappendeken. Een dergelijk opvallend rooster ontstaat als lukraak geplande vakanties en de politieke wens om te rouleren – elke partij moet aan bod komen – leidend zijn.

Bepalend moet echter zijn of een vervanger over crisisbestendigheid, -capaciteiten en -ervaring beschikt. De belangrijkste taak van de burgemeester is immers het bewaken van de openbare orde en veiligheid. Wordt deze taak naar behoren uitgevoerd als de genoemde eigenschappen bij alle aangewezen vervangers onvoldoende aanwezig zijn? Recente gebeurtenissen in Den Haag tonen het tegendeel aan.

Als we inzoomen op het Haagse lijstje zien we hierop twee debuterende wethouders staan, te weten Joris Wijsmuller (Haagse Stadspartij) en Tom de Bruijn (D66). De eerstgenoemde was voorheen een gewaardeerd raadslid en De Bruijn was lid van de Raad van State. Het college is pas sinds eind juni beëdigd, dus getraind als locoburgemeester met crisisvaardigheden kunnen ze niet zijn.

Van Engelshoven (D66) en Rabin Baldewsingh (PvdA) lopen al langer mee als wethouder. Of ze crisisvaardig zijn, weten we niet. Wel dat ze lijsttrekker en politiek leider van hun fractie waren en zijn, maar daar zijn wellicht andere capaciteiten voor nodig.

De bestuurlijke verantwoordelijkheid dient op een verstandige manier te worden ingevuld. Het gaat niet om de vervanging van een bedrijfsleider in een plaatselijke winkel. In grote steden kan makkelijk de vlam in de pan slaan, zoals we hebben gezien. Maar ook andere calamiteiten kunnen zich aandienen.

Een nieuw college dient te komen met een plan waarin wordt aangegeven hoe de chain of command en de woordvoering worden ingevuld en hoe crisisvaardigheden worden getraind. Wethouders dienen een assessment af te leggen waarin bekeken wordt wie voldoende geschikt is als ‘crisis loco’. Ideaal is een vaste wethouder die optreedt bij afwezigheid van de burgemeester. Je hoeft bijvoorbeeld als politiecommandant niet eerst een lijstje te raadplegen wie je gaat bellen voor overleg. Iedereen, ook de burger, weet dan wie verantwoordelijk is.

Het verdient ondertussen aanbeveling om te kijken naar organisaties die meer ervaring hebben met vervanging onder mogelijke crisisomstandigheden.

Bij defensieonderdelen is er in de regel slechts één vervanger, waarbij de baas en zijn plaatsvervanger gespiegeld op vakantie gaan. Er is dus altijd een eindverantwoordelijke aanwezig en iedereen weet wie dat is.

Mogelijk zijn deze voorstellen bedreigend voor partijpolitiek gemotiveerden, maar het andere uiterste – een lijstje zoals in Den Haag toegepast, waarbij wisselingen letterlijk aan de orde van de dag zijn – brengt de continuïteit en uniformiteit van beleid in gevaar en dus ook de openbare orde en veiligheid. De woordvoering en de duidelijkheid voor de burger hebben er eveneens onder te lijden, zoals we hebben constateren in Den Haag. Dan schiet je, ook als politicus, je doel voorbij.

    • Lex Kraft van Ermel