Onsterfelijkheid voor beginners

Door de dood van zijn hond komt een componist met bacteriële belangstelling in een crisis terecht. Een aangrijpend boek van een vaak bejubelde Amerikaanse auteur.

Illustratie FBVG, Foto’s Thinkstock, Fotobewerking NRC Fotodienst, SVD

Je komt als schrijver niet snel van een reputatie af. Zo heeft Richard Powers de naam moeilijke, enigszins cerebrale boeken te schrijven. Begrijpelijk, wanneer je bedenkt dat Galatea 2.2. over computers en kunstmatige intelligentie gaat; dat Operation Wandering Soul een soort sciencefictionroman over het veranderen van traumatische herinneringen is; dat Ploegen in het donker het verhaal vertelt van het ontstaan van ‘virtual reality’ en dat in De dubbele helix van het verlangen (dat in het Engels overigens een stuk grappiger is getiteld: The Gold Bug Variations) het verband tussen Bach en DNA wordt gezocht.

Hoewel Powers altijd positieve recensies en prachtige prijzen kreeg, wordt er onvermijdelijk aan toegevoegd dat hij wel héél ‘intelligent’ schrijft en dat het lezen van zijn boeken soms ‘hard werken’ is. Jammer, want Powers is óók de auteur van De echomaker, een boek dat weliswaar over het menselijk brein gaat, maar dan in de vorm van een spannende thriller. En Het zingen van de tijd gaat over hoe muziek in 1939 een zwarte zangeres en een Duitse natuurkundige bij elkaar brengt.

In welke categorie hoort zijn nieuwe roman Orfeo? Volgens The Sunday Times is het boek ‘intellectueel gezien de meest uitdagende roman van deze tijd’. Dat duidt op de categorie cerebraal en moeilijk, maar Orfeo is veel méér. Vanaf het begin word je meteen al gegrepen door het verhaal. Hierin probeert een oude man zich in een gesprek met de 911-alarmdienst te verzoenen met de dood van zijn hond. ‘Ze vertrouwde me, die hond’, zegt de man tegen de hulpdienstlijn. Hierop zegt de telefoniste: ‘Retrievers zijn goeie honden’. De man realiseert zich dat hij voor zijn hond niet met 911 had hoeven bellen en hangt snel op, maar de politie komt voor de zekerheid toch even kijken. En dan gaat het fout.

Gepensioneerde componist

De hondeneigenaar is Peter Els, een gepensioneerde avant-gardecomponist. Dat is op zichzelf geen reden voor politiezorg, maar wel een tragikomisch gegeven. Componisten gaan immers pas met pensioen als ze de moed opgeven. En dat is bij Els het geval. Hij is moe van het hemelbestormen en gefrustreerd over het gebrek aan weerklank voor zijn werk, hoewel hij daar als vernieuwend kunstenaar natuurlijk helemaal niet naar op zoek zou moeten zijn. Dat hij dat wél is, blijkt wel is uit de titel van zijn hoofdwerk ‘Onsterfelijkheid voor beginners’.

Els’ houding ergert zijn vriend Bonner, de prin- cipiële, postmoderne avant-gardedirigent met wie hij samenwerkt: ‘Je bent echt een man van het midden, hè? Geef maar toe.’ En zijn ex zegt over hem: ‘Je zou het liefst in een kluizenaarshut op Times Square wonen, met een groot bord met een pijl en het woord “kluizenaar”.’ Zij is een sopraan die verliefd op hem was geworden, nadat ze zijn liederen had gezongen.

Leven, liefde en muziek staan bij Powers wel vaker nadrukkelijk in verband. In dit geval nog wat meer dan anders, want Els is op zoek naar een letterlijk verband tussen muziek en bacteriën; hij probeert de muzikale structuur om te bouwen naar een biologische structuur. Dat klinkt als een kunstzinnig, wetenschappelijk en hermetisch project, maar daar denkt de Amerikaanse politie na 11 september 2001 heel anders over.

Want toen de politie kwam kijken naar die verwarde hondenbezitter, zagen ze behalve een dode hond ook een laboratorium. En omdat Els er niet in slaagt uit te leggen dat hij voor de kunst leeft, beschouwen ze hem vanaf dat moment als een gevaar voor de staatsveiligheid en hij krijgt al snel de bijnaam ‘bioterrorist Bach’.

Els slaat op de vlucht en gaat mensen uit zijn verleden opzoeken: eerst zijn ex-vrouw, daarna de principiële avant-gardedirigent en tot slot zijn dochter, die niet meer met hem wil praten. Het wordt een zoektocht naar het verleden, gemaakt door iemand die op de vlucht is voor de dood. Kortom: een muzikaal omkijken in de onderwereld.

Maar aan de dood valt niet te ontsnappen: letterlijk niet – want de politie sloopt zijn laboratorium en daarbij komen bacteriën vrij die mensen doden. En figuurlijk ook niet, want zijn dochter – die hij, een beetje clichématig, beschouwt als zijn grootste creatie, en die wel naar zijn muziek wil luisteren, al is het dan weliswaar wanneer hij slaapliedjes zingt – is bang voor hem. Op het moment dat hij bij deze ontdekking is aangekomen, heeft hij een leven achter de rug waarin hij geen mens aan zich heeft kunnen binden. Niet met zijn persoonlijkheid – hij kan met niemand samenleven – en dus ook niet met zijn muziek.

John Cage

Beide geschiedenissen – die van de muziek en die van de mensen in zijn leven – worden door Powers breed uitgemeten. Els vervreemdt zich van de twee vrouwen met wie hij getrouwd was, van zijn avant-gardistische vriend en van zijn dochter. En hij neemt afstand van de muziek waarmee hij opgroeide: eerst Mozart, dan Messiaen (het verhaal over diens Quator pour la fin du temps is erg mooi, Powers slaagt erin de lading voelbaar te maken die het in Theresienstadt geschreven stuk met zich meedraagt) en uiteindelijk de analytische John Cage, wiens principes hij niet trouw kon blijven.

Maar met muziek bereikt hij de mensen in zijn leven niet, en het leven kan hij niet omzetten in muziek. Tot hij dat probeert door muziek in DNA-vorm te coderen.

Opvallend in de roman zijn de korte tekstjes die als ‘streamers’ door het hele verhaal staan – en die tweets blijken te zijn die Peter Els de wereld instuurt als hij op de vlucht is. Sommige zijn van aforistische schoonheid: ‘Een geoefend gehoor kan aan een lege schelp horen uit welke zee hij komt.’ Maar de meeste vertellen het verhaal in korte overwegingen nog eens na – het zijn de momenten dat we werkelijk in de geest van Els kruipen: ‘Muziek is bewustzijn dat via het oor naar binnen stroomt. En niets is angstaanjagender dan bewust zijn’, of ‘Veiligheid bestaat niet. Er is alleen achteloosheid’.

Deze citaten leggen een verband tussen muziek en gevaar. Zo is ‘Ik wilde dat muziek het tegengif zou zijn voor het bekende. Dat is hoe ik een terrorist werd’ voor de agenten een argument om Els op te jagen. Alleen blijken niet zijn biologische experimenten gevaarlijk, maar de muzikale: ‘Muziek heeft meer mensen vermoord dan [de bacterie] serratia’.

Peter Els had ongelijk toen hij besloot dat zijn muziek vormgegeven moest worden in bacteriële vorm. Een goed muziekstuk is krachtiger, maar tot zo’n compositie was hij niet in staat. Het is deze conclusie, samen met de opbouw van de roman en de dreiging die ervan uitgaat, die Orfeo tot een intens droevige en prachtig boek maken.

    • Toef Jaeger