Mag je een video van een onthoofding delen?

Debat over vrijheid op internet laait op.

De YouTube-video met de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley heeft de discussie over de vrijheid van meningsuiting opnieuw aangewakkerd. In hoeverre mogen internetgebruikers een haatdragende boodschap via internet verspreiden?

Kort nadat deze week de jihadistische terreurbeweging IS de YouTube-video met Foley had geplaatst, werd het filmpje via de socialemediakanalen meer dan duizend keer gedeeld. YouTube besloot al snel verschillende versies te verwijderen en Twitter deed hetzelfde met links naar het filmpje.

Maar ook vanuit de overheid volgden reacties. In Groot-Britannië waarschuwde Scotland Yard internetters dat het delen of bekijken van de video met de moord op Foley kan leiden tot een arrestatie. Wie de video plaatst, maakt zich schuldig aan het propageren van terrorisme.

David Allen Green, juridisch commentator bij de Financial Times, zette in zijn blog meteen vraagtekens bij de uitlatingen van de Britse dienst. Nadat hij Scotland Yard vragen stelde over de juridische basis waarop de uitingen waren gebaseerd, concludeerde hij dat de dienst een overhaast persbericht naar buiten had gestuurd en dat een politieorganisatie „geen alarmerende en valse uitingen over het strafrecht zou moeten publiceren”.

CDA: IS harder aanpakken

Ook in Nederland gaan er stemmen op dat terreurverheerlijking moet worden beteugeld. CDA-leider Sybrand Buma wil aanhangers van onder meer IS harder aanpakken en wil verheerlijking van terrorisme strafbaar stellen. Minister Ivo Opstelten (Justitie, VVD) gaf gisteren in het NOS Journaal aan dit geen goed idee te vinden. „We hebben geen gedachtenpolitie.” Ook Tweede Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA) noemt het verbieden van een gedachte „een stap te ver”.

Toch heeft het Openbaar Ministerie aangekondigd een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar GeenStijl. Het blog had een montage van de IS-executie gemaakt waarbij het hoofd van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen over dat van James Foley was geplakt. Thomas Bruning, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ), noemt de montage een „smakeloze satire”. „Maar een onderzoek naar strafrechtelijke vervolging is echt een volstrekt verkeerd signaal. Hier wordt geen bevolkingsgroep of kwetsbare burger afgebeeld, maar een politicus die tegen een stootje moet kunnen.”

Het online delen van het IS-filmpje is echter een andere kwestie. „Zoiets verbieden lijkt me wat kortzichtig. Maar als zo’n filmpje direct aanzet tot geweld, kan ik me voorstellen dat je er als overheid iets tegen moet doen.”

‘Filmpje met Foley is nieuws’

Advocaat mediarecht Jens van den Brink ziet niet hoe de overheid twitteraars zou kunnen verbieden het filmpje met Foley te delen. „Er wordt enorm veel materiaal met terroristische content verspreid via internet. Waar leg je de grens? En wanneer spreek je over verheerlijking? Niet als iemand via zo’n filmpje juist op de barbaarsheid wil wijzen.” Het IS-filmpje met Foley is bovendien nieuws, meent Van den Brink. „Dit gebeurt tegenwoordig in de wereld. Het is overdreven en onrealistisch om mensen te gaan arresteren die zoiets delen.”

Otto Volgenant, media-advocaat bij Boekx Advocaten, is dezelfde mening toegedaan. „Verspreiding hiervan kan je in het kader van de vrijheid van meningsuiting niet tegenhouden.”

Maar is dan alles geoorloofd? In 2005 kwam minister Donner (Justitie, CDA) met een wetsontwerp om het publiekelijk verheerlijken, vergoelijken of ontkennen van terrorisme strafbaar te stellen. Een meerderheid in de Tweede Kamer was tegen. „Het online plaatsen van zo’n IS-filmpje kan natuurlijk gepaard gaan met goedkeurende teksten waarin terrorisme wordt verheerlijkt,” zegt Volgenant. „Maar de vrijheid van meningsuiting beschermt ook uitingen die voor anderen schokkend zijn. Pas als iemand op Twitter naar aanleiding van zo’n filmpje aankondigt een journalist te gaan onthoofden, of anderen oproept dat te gaan doen, is dat strafbaar.”

Volgens artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht is het strafbaar om „tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag” op te ruien. Daar staat maximaal vijf jaar gevangenisstraf op. Bij opruiing tot terrorisme is de maximale straf nog eenderde hoger. Of dit online of offline plaatsvindt, maakt niet uit. Volgenant: „Pas in zeer duidelijke gevallen moet een burger die iets op internet zet, worden vervolgd.” Over opmerkingen op internet wordt volgens hem nu wel heel snel gezegd: het is opruiing. „Als iemand een smiley achter het filmpje van Foley zet, moet je die persoon toch echt niet gaan oppakken.”

    • Rosan Hollak