Geluk laat zich niet eindeloos verzamelen

Ik ging naar Israël en nam mee: een Van Gogh-kalender, gekocht in de uitverkoop bij de boekwinkel. Ik vloog een aantal weken geleden, net zo’n beetje toen de Amerikaanse FAA passagiersvluchten naar Tel Aviv verbood. Maar ik had met de Israëlische maatschappij El Al geboekt - zij vlogen zelfverzekerd naar het thuisland. Met 1.900 (toen nog) Gaza-doden in mijn maag reisde ik die kant uit voor de bruiloft van een vriendin.

Natuurlijk twijfelde ik of ik moest gaan: ik zag de feestfoto’s (de in mijn zonnebrilglazen weerspiegelde selfie-arm) al op Facebook verschijnen. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat niet-gaan een statement slap als een emmer ijswater was: leuk voor het schouderklopje hier, maar geen enkel effect daar.

Even later stond ik daarom tussen de zonnebloemen, speciaal gezaaid voor de bruiloft, op het veld van een boer in het noorden van Israël, tussen het meer van Galilea en de Libanese grens in. De zon zakte achter de bergen, het licht kleurde het stuivende bruingele zand roze. De rabbi sprak onder de choepa, gaf een zegen die het bruidspaar alleen nog officieel nodig had. Mensen hieven hun glas – zij die even een avond vrij vierden van de militaire reserve, hadden er twee in elke hand –, er werd gedanst, tussen de zonnebloemen. Hun koppen dezelfde kant uit. Gestuurd door honger naar licht.

Er werd hummus en falafel en arak (anijsdrank) geserveerd en de wereld draaide naar een perfecte toestand: donker buiten/licht in het hoofd. Ik greep een microfoon en bracht een toost. Het zonnebloemveld bracht me bij Van Gogh en hoe kunstkenners onlangs beweerden dat de zonnebloemvaas van Van Gogh helemaal niet realistisch was: hij was te vol. Mijn bruidsvriendin M., oreerde ik, leerde ons dat zulke werkelijkheidsgrenzen onzin zijn; als zangeres reist ze heel de wereld over, terwijl ze ook lesgeeft, filosofie studeert en de liefde volop beleeft. Nooit of. Altijd en.

De smalle hals van een vaas is geen voorbeeld om naar te leven.

Toen ik wakker werd, was het zand op mijn feestkleding niet langer roze, maar bruingeel. De krant lag op de ontbijttafel. Koppen vol urgentie, gedreven door duisternis. Op het moment dat wij naar de boerderij zwalkten, over het veld, langs de zonnebloemen, was het staakt-het-vuren opgeheven. Om 6 uur draaide de dj zijn laatste lied. Om 6:15 werd er een eerste raket afgevuurd. De ene kant gaf de andere de schuld. Een dans van beschuldigingen die de doden moet rechtvaardigen.

Ik had me vergist: geluk laat zich niet eindeloos verzamelen. Ellende wel.

    • Simone van Saarloos