China’s eenzame leider

Overbekend: president Obama, president Poetin. Maar vergeet die andere wereldleider niet: de Chinese president Xi Jinping. De invloedrijkste leider sinds de jaren tachtig, schrijft Jonathan Holslag.

Deze week werd bekend dat Mao’s Rode Boekje niet langer de onbetwiste ‘bijbel’ op de Chinese boekenplank is. De rivaal: de verzamelde toespraken van de president. Dat hoeft geen verrassing te zijn, want Xi is erin geslaagd in twee jaar tijd de hele Communistische Partij op haar kop te zetten. De keren dat ik Xi zelf mocht ontmoeten, viel hij me op door zijn bedeesde glimlach en peinzende blik, een man met toewijding voor zijn land. Dat bevestigden ook zijn medewerkers: Xi werkt hard, heeft een missie en schuwt geen heilige huisjes. Hij richt zijn pijlen op de Partij met liefst 87 miljoen leden. De grote schoonmaak waarop Xi nu aanstuurt, maakt van hem de machtigste Chinese leider sinds decennia, maar ook de meest eenzame leider.

Laat er geen misverstand over bestaan: de missie van Xi komt niet overeen met wat de westerse wereld van hem verwacht. Xi zal het politieke monopolie van de Communistische Partij niet doorbreken en hij zal ook de markt niet verder opengooien zolang de Chinese bedrijven daarvoor niet klaar zijn. Wat hij vooral wil, is ervoor zorgen dat de Partij in 2021, aan het einde van zijn mandaat, haar honderdste verjaardag met glans kan vieren.

Het lijkt op een kruistocht

Zijn strijd tegen wanbeleid en corruptie begint echter steeds meer te lijken op een kruistocht. Een van zijn trouwste medewerkers vertelde me dat Xi corruptie beschouwt als de grootste zwakte van de Chinese samenleving, de achillespees van de economie en de belangrijkste dreiging voor de toekomst van de Communistische Partij. De strijd tegen corrupte partijleden is meedogenloos. Een duidelijk voorbeeld van de vastberadenheid van Xi is dat zelfs toppolitici als Zhou Yonkang, voormalig veiligheids-tsaar, niet aan het onderzoek ontsnappen.

Wantrouwen binnen de elite

De obsessie van Xi met corruptie heeft geleid tot een algemene staat van wantrouwen binnen de elite. Partijleden en ondernemers, van Shanghai tot Kashgar, vrezen de dag waarop een van Xi's disciplinaire inspectie-eenheden onverwachts binnenvalt. Voor velen is de vraag niet zozeer of en in welke mate zij aan corruptie deelnamen, maar waarom nu juist zij door Beijing onder de loep zouden worden genomen. Sinds de lancering van Xi’s campagne pleegden tientallen ambtenaren zelfmoord. Vrienden in China vertellen me dat vele anderen met pensioen zijn gegaan of eenvoudigweg weigeren beslissingen te nemen.

Maar er zijn ook politieke vijanden ontstaan in de hoogste rangen van de Partij. Opvallend is daarbij het conflict met voormalig president Jiang Zemin, die door velen nog steeds wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke mannen in China. Veiligheidschef Zhou Yongkang was een bondgenoot van Jiang, maar diens ondergang betekent niet zijn enige verlies. De anticorruptiecommissies van Xi richtten hun pijlen steeds meer op Jiang Zemins ‘club van Shanghai’ en onderzochten andere vertrouwelingen van de voormalige president. Onlangs zijn ook onderzoeken begonnen naar de entourage van voormalig president Hu Jintao. Prominente partijleden dringen erop aan de anticorruptiecampagne in te dammen.

Ook belangrijk is de reactie van het leger: een traditioneel bastion van macht, privilege en... nepotisme. Xi heeft het leger aangemaand iets te doen aan de ‘exuberante levensstijl’. Luxueuze militaire clubs zijn doorgelicht en er zijn limieten gesteld aan de enorme vloot van Duitse luxewagens.

Het is niet de eerste keer dat het leiderschap van de Partij het leger matigheid en meer openheid oplegt. Daarbij deed het doorgaans een beroep op lagere officieren; generaals werden sneller van positie gewisseld. Maar nog belangrijker: het defensiebudget werd steeds verhoogd. Xi vormt hierop geen uitzondering. Hij maakt vijanden, maar ook duwt hij trouwe officieren, zoals Liu Yuan, naar de top.

Het lijkt op de Culturele Revolutie

Het klopt dat de flair van Xi herinneringen oproept aan de Culturele Revolutie. Xi is zeker een sterke leider. Sinds Deng Xiaoping, machtigste man in de jaren tachtig, heeft China nooit meer een leider gekend die zo veel politieke, economische en militaire invloed uitoefent. Onderzoek van de universiteit van Hongkong laat zien hoe nieuwsmedia massaal worden ingezet om Xi’s persoonlijke aanzien te vergroten. Hij deelt met Mao ook het gebruik van populisme tegen corrupte tegenstanders en een harde houding tegenover buitenlandse rivalen.

En het is alles of niets

Voor Xi is het een spel van alles of niets. Hij weet dat het land zich op een tweesprong bevindt. Zolang hij banen en welvaart kan creëren, hoeft hij zich niet al te druk te maken over politieke tegenstanders. Als de beloofde hervormingen van het rechtssysteem erdoor komen, zou dat zijn populariteit alleen maar vergroten. De Chinese bevolking lijkt ook te beseffen dat pijnlijke hervormingen noodzakelijk zijn.

Maar aan deze koers zijn risico's verbonden. De staat van de economie is nog altijd zorgwekkend. De strijd tegen corruptie en de rechtshervormingen kunnen niet doeltreffend zijn zolang er onvoldoende controle is op het politieke systeem. Door deze binnenlandse onrust zal Xi meer onder druk komen te staan en zijn vuist blijven ballen tegen buitenlandse tegenstanders. Eén ding is zeker: de politieke inzet bij dit politieke spel is sinds 1976 – toen ‘grote roerganger’ Mao overleed – nooit meer zo hoog geweest. Als de sterke leider in zijn opzet slaagt, kan hij zijn land naar nieuwe hoogtes stuwen. Maar als hij faalt, kan hij het even zo goed ook naar de afgrond drijven.

    • Jonathan Holslag