Babyziekte RSV met medicijn genezen

Een nieuw medicijn tegen de babyvirusziekte RSV is succesvol getest in gezonde volwassenen die eerst een dosis van het RSV-virus in hun neus gespoten kregen. Een paar dagen later kregen ze de eerste dosis medicijn. Of een nepmedicijn. Mensen die het medicijn kregen, hadden veel minder virusdeeltjes in hun bloed. En ze werden nauwelijks verkouden. Dat is gemeten aan grammen snot die ze dagelijks produceerden.

Het respiratoir syncytieel virus (RSV) is voor volwassenen een winters verkoudheidsvirus. Een besmetting kan zelfs ongemerkt overgaan. Maar sommige baby’s die hun allereerste besmetting met RSV doormaken, worden doodziek. Iedere winter, vaak rond Kerst, als de jaarlijkse RSV-uitbraak op zijn hoogtepunt is, liggen er doodzieke baby’s op de intensive care. Soms sterft een baby aan RSV. Vrijwel alle kinderen worden in hun eerste levensjaar al met RSV besmet. Meestal worden ze verkouden of krijgen ze een oorontsteking. Ongeveer 1 op de 100 baby’s wordt ernstiger ziek, door luchtweginfectie, longontsteking of sepsis.

Aan een goed vaccin wordt al lang gewerkt, maar het blijkt moeilijk te maken. Een eerder ontwikkeld medicijn (ribavirin) blijkt in de praktijk nauwelijks te werken. Er bestaat een medicijn dat preventief werkt (palivizumab), maar dat wordt alleen aan zieke of veel te vroeg geboren baby’s gegeven, in het RSV-seizoen.

Het nu ontwikkelde medicijn is alleen nog maar bekend onder zijn laboratoriumnaam GS-5806. Het onderzoek van de opzettelijk besmette volwassenen is gisteren gepubliceerd in The New England Journal of Medicine. GS-5806 blokkeert de fusie van het virusomhullende membraan (de envelop) met de cel van de gastheer. Die membraanfusie heeft het virus nodig om een cel te besmetten.

De grote vraag is nu wat het onderzoek bij volwassenen zegt over de werkzaamheid van het middel bij baby’s of mensen met een slecht werkend afweersysteem. Een onderzoek bij kinderen die langs natuurlijke weg besmet zijn is de volgende stap.