Zonnepanelen moeten Marokko doen opbloeien

Aan de voet van de Hoge Atlas werkt Marokko aan wat een van de grotere zonnevelden ter wereld moet worden.

De gebogen panelen van Noor I.

Het is tegen de veertig graden in de stoffige vallei net buiten Ouarzazate in het zuiden van Marokko. De zon brandt hier aan de voet van de Hoge Atlas meer dan driehonderd dagen per jaar fel. Een zwarte terreinwagen rijdt langs rijen kom-vormige zonnepanelen, die straks samen de Concentrated Solar Power-plant Noor I vormen.

De auto stopt bij een hoge constructie: „Dit wordt het powerblock, met twee turbines”, zegt de bestuurder Mohamed El Bacha. „De panelen draaien de hele dag met de zon mee. De warmte die wordt opgewekt, wordt opgeslagen in vloeibaar zout. Het hete zout verhit water, en op de stoom kunnen ook na zonsondergang de turbines draaien.”

Welkom op de enorme vlakte waar Noor I aan het verrijzen is. De eerste fase van een ambitieuze inhaalslag, die ervoor moet zorgen dat Marokko in 2020 tot 42 procent van de elektriciteit uit duurzame energie haalt. Het project is met 500 megawatt het grootste van Afrika en een van de grotere ter wereld, al werken bijvoorbeeld Saoedi-Arabië, China en India aan nog grotere velden.

Marokko stond met de rug tegen de muur, in 2009. Het land is voor zijn energiebehoefte voor meer dan 90 procent aangewezen op het buitenland. Zelf heeft Marokko geen olie. Die moet worden geïmporteerd. Daarnaast geeft de overheid fikse subsidies op brandstof, om de bevolking tegemoet te komen. Die financiële last drukt al jaren zwaar op de begroting.

Mix van duurzame energie

„De bevolking groeit en de industriële activiteit groeit”, zegt directielid Obaïd Amrane van Masen, het staatsbedrijf voor zonne-energie. „In 2020 zal ons energieverbruik zijn verdubbeld, en in 2030 nog eens. Zowel deze groei als onze afhankelijkheid van olie en kolen, plaatste ons voor een energieprobleem. In 2009 hebben we de keuze gemaakt voor een mix van duurzame energie. We willen 2.000 megawatt halen uit zon, 2.000 uit wind en 2.000 uit water. Tezamen dekt dat 42 procent van de energiebehoefte in 2020.”

Een deel van de wind- en zonneparken moet komen te staan in de omstreden Westelijke Sahara, dat in 1975 door Marokko werd geannexeerd. Een aantal investeerders, waaronder het Duitse KFW en de Europese Unie, liet eerder dit jaar weten niet in projecten in de Westelijke Sahara te zullen investeren. Volgens Marokko zal dat echter niet tot vertraging leiden.

Noor I kost ongeveer een miljard dollar (750 miljoen euro). Voor het gehele zonneprogramma heeft Marokko 9 miljard dollar (6,75 miljard euro) uitgetrokken. De bouw en exploitatie van Noor I is in handen van het Saoedische bedrijf Acwa Power, dat samenwerkt met onder meer het Spaanse TSK, Acciona en Sener. De Saoedi’s beheren het veld de eerste 25 jaar en verkopen de stroom aan Marokko. Daarna neemt Masen de exploitatie over.

Zonnepanelenwassers

Zes dagen per week werken zo’n 900 arbeiders in twee ploegen aan het complex, dat over precies een jaar klaar moet zijn. Stof dwarrelt overal. „Onbemande vrachtwagentjes gaan straks de panelen schoonhouden”, zegt El Bacha.

Zijn terreinwagen stopt bij een hoge constructie midden op de enorme vlakte waar de funderingen klaarliggen voor de volgende rijen panelen. El Bacha roept in zijn portofoon: „Ik zie hier mensen op hoogte werken, die wel een harnas dragen, maar niet zijn gezekerd. Los dat op, nu meteen!”

Verder gaat het, langs rijen en rijen zonnepanelen. „Voel je de warmte”, vraagt bestuurder El Bacha. „Dit is pas het eerste platform. Daarvan komen er zeven. En dan volgen nog Noor II, III en IV, in totaal 3.000 hectare.”

Als het Noor-project klaar is moet het genoeg gaan produceren om een grote Marokkaanse stad van stroom te voorzien. Bij het complex komt ook een onderzoeks- en ontwikkelingscentrum om nieuwe technieken te testen. Amrane: „We willen niet alleen zelfvoorzienend zijn, we willen ook een voor Marokko nieuwe industrie oprichten. In de toekomst willen we een energie-exportland worden.”

    • Rik Goverde