Syrië, een jaar na de gifgasaanval. Minder aandacht, niet minder ellende

Een Syrische man kust het lichaam van zijn broer, die zou zijn gedood bij een luchtaanval van het regime. Hoewel de oorlog in Syrië tegenwoordig minder aandacht krijgt, vallen er nog elke dag doden: deze foto is van afgelopen maandag. Foto AFP / Abd Doumany

Een jaar geleden vond er een gifgasaanval plaats op een buitenwijk van Damascus. Het leidde bijna tot Amerikaanse luchtaanvallen, die werden afgewend doordat Assad beloofde zijn chemische wapens te laten vernietigen. Inmiddels is Syrië naar de achtergrond verdwenen. Hoe staat de oorlog er nu voor, hoe staat het met de vernietiging en waarom is er minder ‘Syrië’ in het nieuws?

Wat gebeurde er ook alweer op 21 augustus 2013?

De oorlog in Syrië was al ongeveer 2,5 jaar aan de gang toen (naar alle waarschijnlijkheid) troepen van de Syrische president Assad vroeg in de ochtend zenuwgas inzetten tegen rebellen en burgers in Ghouta, een buitenwijk van hoofdstad Damascus die deels in handen was van de oppositie. De eerste raket zou zijn neergekomen om 2.45 uur in de nacht, waarna er tot ongeveer 5.00 uur nog vele volgen.

Het ging om sarin, een gas waar het regime van Assad in grote hoeveelheden over beschikte. Het dringt het lichaam binnen via de ademhaling en kan zenuwen verlammen. Vitale functies als ademhaling en hartslag vallen vervolgens uit, en na enkele minuten treedt de dood in door adem- en hartstilstand.

De schattingen van het aantal doden varieert van een kleine 300 tot bijna 1.500. Precieze aantallen ontbreken omdat het een chaos is in het gebied, er geen onafhankelijke bronnen zijn en er geen grote ziekenhuizen in de buurt staan.

De lichamen van Syrische kinderen na de gifgasaanval. Klik voor de ongecensureerde versie. Pas op: schokkende foto. Foto EPA / Local Committee of Arbeen

Hoe liep dat af?

Een VN-missie met waarnemers van de OPCW (de organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, gevestigd in Den Haag) kwam in de dagen na de aanval aan in Ghouta voor onderzoek naar wat er precies gebeurd was.

Dat was niet altijd gemakkelijk, zegt de Serviër Boban Cekovic vandaag in NRC Handelsblad. Hij is hoofd demilitarisatie-inspecties van de OPCW en maakte deel uit van die eerste missie.

“Het gebied waarin we opereerden, werd gecontroleerd door gewapende oppositiegroeperingen. We hadden toestemming van zowel het regeringsleger als de oppositie nodig om ons werk te kunnen doen. Op 25 augustus, vier dagen na de aanval, kwamen we door een gebied waarvan het onduidelijk was door wie het werd gecontroleerd. Toen zijn er voertuigen van ons beschoten.”

Het team van Cekovic trok zich terug naar door de regering gecontroleerd gebied.

“Diezelfde dag hebben we het nog eens geprobeerd, nadat we het meest beschadigde voertuig hadden vervangen. Daarna ging het beter, ook doordat beide kampen zich realiseerden dat we daar niet waren om een schuldige aan te wijzen. We hadden niet het idee dat mensen gericht op ons schoten. De schoten leken eerder bedoeld om even te demonstreren van wie het gebied was.”

Enkele weken later, op 13 september, was het rapport afgerond. De conclusie: er was “duidelijk en overtuigend bewijs” voor een aanval met sarin.

Tijdlijn Syrië sinds oktober

Oktober ’13 Wapeninspecteurs komen aan in Syrië om de vernietiging van het chemische arsenaal te begeleiden.
November ’13 Er worden vredesbesprekingen gepland voor januari, met zowel Assad als de Syrische oppositie.
December ’13 De operatie kan beginnen. Het arsenaal van Assad wordt in delen naar havenstad Latakia gebracht en op boten vernietigd.
Januari ’14 In Genève zijn de eerste vredesbesprekingen met de Syrische regering en oppositie.
Februari ’14 Een tweede ronde van gesprekken. Geen overeenkomst. VN-gezant voor Syrië Brahimi excuseert zich bij het Syrische volk dat er niets bereikt is.
Maart ’14 Het Syrische leger herovert Yahroud, het laatste bastion van de rebellen bij de Libanese grens.
April ’14 Nieuw overleg tussen regime en oppositie wordt afgebroken. Er zijn aanwijzingen voor een nieuwe aanval met chemische middelen, ditmaal chloorgas.
Mei ’14 Het regime van Assad heeft veertien keer chemische wapens gebruikt sinds oktober, zegt de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Brahimi gooit de handdoek in de ring en stopt als Syrië-gezant.
Juni ’14 Bij de presidentsverkiezingen wordt Assad met een grote meerderheid herkozen. Logisch: er wordt alleen gestemd in gebieden die het regime in handen heeft. De OPCW maakt bekend dat het laatste deel van Assads chemische arsenaal het land uit is. De extremistische beweging ISIS (later Islamitische Staat) roept het gebied dat in Irak en Syrië is veroverd uit tot ‘kalifaat’.
Juli ’14 De VS proberen IS terug te dringen met luchtaanvallen. Ze leveren ook wapens aan de Iraakse regering en de Koerden in Noord-Irak, net als Europese regeringen.
Augustus ’14 De laatste lading door Assad opgegeven chemische wapens wordt vernietigd. Islamitische Staat onthoofdt de Amerikaanse journalist James Foley als vergelding voor de luchtaanvallen. Hollande roept op tot het overeenkomen van een ‘internationale strategie’ tegen de beweging. De aandacht is steeds minder gevestigd op Assad.

Hoewel het aantal slachtoffers van die dag maar een fractie is van het totale dodental in de Syrische oorlog (dat inmiddels op ruim 170.000 staat, volgens de laatste schattingen), waren de reacties op deze bewuste aanval buitengewoon fel. Het inzetten van chemische wapens is een taboe sinds de Eerste Wereldoorlog, toen meer dan 100.000 doden vielen zonder dat er noemenswaardige terreinwinst geboekt werd. Chemische wapens staan gelijk aan dood en verderf, maar brengen een oorlog niet dichter bij een overwinning.

Obama had in de maanden vóór 21 augustus 2013 daarom steeds geroepen dat het inzetten van chemische wapens door Assad een ‘rode lijn’ zou zijn. Nu die daadwerkelijk overschreden was, moest hij iets doen. Ook Hollande (Frankrijk) en Cameron (Engeland) wilden nu ook actie, ook al was de publieke opinie vrijwel overal tegen inmenging in de chaos van Syrië.

Amerika leek Assad te gaan straffen met beperkte luchtaanvallen op Damascus. Maar op het laatste moment werden die geannuleerd omdat Rusland, nog altijd bondgenoot van Assad, slim bemiddelde. De aanvallen zouden uitblijven als Assad beloofde al zijn chemische wapens te laten vernietigen. Op 27 september was er een akkoord over een VN-resolutie die dat moest regelen.

Zijn alle chemische wapens nu vernietigd?

Ja en nee. Afgelopen maandag, dus bijna een jaar na de aanval, zei Amerika dat alle door Syrië opgegeven chemische wapens nu overgedragen en vernietigd zijn. Dat leek goed nieuws, maar liet ook ruimte voor een andere interpretatie: dat er een verschil is tussen wat Assad officieel heeft opgegeven aan chemische wapens en wat hij daadwerkelijk heeft. Obama noemde dat “weglatingen en ongerijmdheden”. Veel wijst erop dat het regime nog steeds beschikt over zulke stoffen of ze opnieuw kan verkrijgen. The Wall Street Journal schreef deze week:

“We are not privy to the intelligence, but every source we talk to says the Syrians have surely not declared everything in their possession.”

“Syria maintains close ties to North Korea, which is believed to have a robust chemical weapons program capable of producing several thousand tons of deadly agents a year. (…) Then there is China. In April videos surfaced of partially unexploded chlorine canisters marked with the name of Chinese arms-maker Norinco. The Assad regime also likely retains the network of scientists and engineers needed to reconstitute a weapons program once it feels secure enough to do so.”

Waarom horen we nu zo weinig over de oorlog in Syrië?

De Westerse buitenwereld is niet langer geïnteresseerd in de val van Assad, schreef Midden-Oosten-deskundige Carolien Roelants onlangs in NRC Handelsblad. Ze noemde daar drie redenen voor:

  • Waarschijnlijk de belangrijkste factor is de opkomst van de Islamitische Staat, voorheen ISIS. Dat zijn extremisten die een dominante positie hebben ingenomen onder de Syrische rebellen, en nu heeft de bestrijding van die groep (in Irak en Syrië) voorrang. De roep om Assads aftreden is verstomd; er is een ander kwaad dat bestreden moet worden.
  • Assad en zijn bondgenoten Rusland en Iran blijken taaier dan het Westen had gedacht. Er is al heel lang geen zicht meer op een doorbraak of oplossing. Het is uitzichtloos.
  • Syrië wordt nu (zowel in de nieuwskolommen als in de internationale politiek) naar de achtergrond verdreven door andere crises, zoals Oekraïne, de oorlog in Gaza en de strijd tegen de Islamitische Staat.

Hoe staat het er nu voor?

Het aantal doden, vluchtelingen en ontheemden blijft stijgen. Er zijn volgens de laatste schattingen nu 170.000 mensen omgekomen in de Syrische oorlog. Volgens het UNHCR zijn er inmiddels bijna drie miljoen vluchtelingen. Nog eens zes miljoen Syriërs zijn binnen de eigen landsgrenzen ontheemd.

Het lijkt erop dat Assad gaat winnen, voor zover je daarvan kunt spreken. Als hij de rebellen in Aleppo met groot geschut vanuit de lucht verslaat, heeft hij - op het economisch minder interessante platteland na - heel Syrië weer in handen. Er zijn berichten dat gematigde rebellen de strijd opgeven, ontmoedigd door de geringe steun van buitenaf.

Een foto van 15 juli jongstleden: Syriërs in Aleppo zoeken dekking voor een luchtaanval. Foto AFP / Ahmed Deeb

De OPCW, die vorig jaar de Nobelprijs voor de Vrede kreeg toebedeeld, deelt de zorgen van Obama. Nog altijd is er een ploegje fact finders in Damascus om het regime van Assad te confronteren met de ‘weglatingen en ongerijmdheden’ op de lijst met chemische wapens. En het conflict laait alleen maar op, mede door de bemoeienis van IS.

Toch, zegt een woordvoerder van de OPCW, heeft de ontmanteling van de chemische wapens zin gehad. Nadat de organisatie beschuldigingen van het gebruik van chloorgas heeft onderzocht, afgelopen voorjaar, zijn er geen meldingen meer geweest van aanvallen met chemische wapens in Syrië.

Met medewerking van, en dank aan, Derk Walters en Carolien Roelants. Lees ook de tien vragen over Syrië die je niet durfde te stellen.

    • Peter Zantingh