Sommigen kopen geen verse spullen omdat ze toch geen koelkast hebben

De Voedselbank in Spoorwijk wordt druk bezocht. En kritisch: niemand wil bruinbrood, alleen gesneden wit. De mensen zijn arm, maar hoe arm is arm?

De buurtkamer op de hoek, waar Rinus (foto midden) voor 50 cent een kopje koffie schenkt. Foto’s Peter de Krom

De welstand van een wijk lees je af aan het assortiment van de Albert Heijn. In die van Spoorwijk hebben displays vol witbrood en kadetjes het bruinbrood verdrongen. In de bonus zijn chips en bier, nauwelijks groente. AH Basic staat op ooghoogte, A-merken vind je onderin. ’s Ochtends bij de ingang staan in het krantenrekje alleen De Telegraaf en het AD.

Spoorwijk is een arme wijk, een huishouden heeft hier 433 euro in de maand minder te besteden dan het Nederlands gemiddelde. Dat zie je, ook aan de passanten overdag met hun bigshopper op weg naar de Albert Heijn.

Bij sommigen herken je armoede aan hun kledingkeuze. Een panty onder een niet-bijpassende rok. Je ziet het aan vrouwen achter kinderwagens, tieners soms nog – ‘Je hebt niks, alleen elkaar, dus ja…’, zo is het gekomen. Je ziet het in de buurtkamer op de hoek, waar bewoners even langswippen voor een koffie van 50 cent, ‘toevallig’ zonder kleingeld, wetende dat Rinus toch wel inschenkt.

Ga dan toch niet naar Albert Heijn, kun je denken. Pak een fiets en rij naar de Aldi in de Herenstraat, of de Lidl in de Wesselsstraat, twee kilometer verderop.

Maar in Spoorwijk heeft niemand een fiets. Hier wachten mensen liever twintig minuten op de bus, dan dat ze twee minuten rijden op een fiets. Het leger aan welzijnswerkers in de buurt, net zo verbaasd, hoor je er al niet meer over. Zij weten inmiddels: armoede in Nederland heeft zo zijn eigen mores.

De Voedselbank gaat om twee uur open, er staat al een rij

Donderdag, 14.15 uur. Voor het buurthuis staat een bont gezelschap met lege boodschappentrolleys te wachten op de stoep. Jong, oud, kort, lang, blank, Surinaams, Pools, Turks, Marokkaans. De meesten zijn komen lopen. Een handvol is met de auto.

De Voedselbank zou om twee uur opengaan maar de deur is nog dicht. De vrijwilligers kregen op het laatste moment van een sponsor nog een partij fruit. Die moesten ze snel sorteren op versheid, anders wil niemand het straks meenemen.

Op de stoep grijpt een reusachtige man in wit ondershirt zijn kans en trakteert het zwijgende gezelschap op een monoloog over ADO. Achter de deur klinkt gestommel, het clubje mensen vormt automatisch een rij. Dan gaat de deur open en wordt de scootmobielster vooraan plots gepasseerd door een donkere man. „Hé hallo!” roept ze, „hij dringt altijd voor!”

Binnen houdt vrijwilligster Renée, een kleine potige dame, de man tegen. Hij mag pas als vijfde ja, want hij dringt inderdaad altijd voor. Ze heeft geen idee waarom, want iedereen krijgt hetzelfde. Net zo’n raadsel is waarom iedereen altijd om klokslag twee uur staat te dringen, terwijl het de rest van de middag zo rustig is.

De Voedselbank in Spoorwijk zit er nu bijna tien jaar. Eerst werd de uitgifte gerund door een groep Afrikanen. Toen bleek dat die veel te veel prima groente weggooiden, namen vrijwilligers van de kerk het over. Ruim 120 gezinnen, 400 mensen, bedienen ze nu. Tien procent van de wijk. Of een gezin in aanmerking komt, wordt elk half jaar gecontroleerd.

Langzaam schuifelt het gezelschap, nu geformeerd in u-vorm, langs de tafels met voedselpakketten. Die zijn al een tijdje aan de karige kant – supermarkten kopen slimmer in en houden minder over – maar vandaag is een goeie dag. Er zijn aardappelen, tomaten, sla en avocado, sinaasappels, pruimen, mandarijnen, meloenen, ananas en bosbessen. De liefhebber kan nog een tennisbal meenemen en voor iedereen is er een fruitijsje.

Vooral de Afrikanen laten nog weleens wat liggen

Met kritische blik hevelen sommigen de goederen over in hun trolley, hun pupillen glijdend langs elk product. Vooral de Afrikanen laten nog weleens wat liggen, weten de vrijwilligers. „Witlof, rode bieten, dat kennen ze niet”, zegt vrijwilliger Bert. „Probeer het nou toch eens, zeg ik tegen ze, maak het eens zo of zo klaar. Maar ja.”

De rij stroomt geroutineerd door. Alleen bij de broodafdeling stokt het af en toe. „Suiker”, zegt een Turkse man voor het schap met brood. „Suiker”, herhaalt hij.

Bert, die het uitgebreide broodassortiment beheert, kijkt vertwijfeld. „Suiker?” Ook hij werpt nu een blik op het schap. „Ah, bedoelt u suikerbrood?” De man knikt, zoekt en vindt een suikerbrood en loopt door.

Einde van de middag blijft altijd een berg bruin volkoren over. „Dat willen de mensen niet”, zegt Renée.

„De mensen willen wit, en geen zaadjes”, zegt Bert. „‘Dat lusten de kinderen niet’, zeggen ze dan. Ze verschuilen zich altijd achter hun kinderen.”

„En het moet gesneden”, zegt Renée.

„Als het niet gesneden is, zijn ze echt teleurgesteld,” zegt Bert.

„Mensen kunnen niet snijden, of ze hebben er gewoon geen zin in”, zegt Renée.

Om de mensen toch aan het ongesneden brood te helpen, hebben de vrijwilligers laatst dertig broodmessen bij de Action gekocht. Bert: „Nou, er zijn er drie afgenomen.”

Ze heeft nog 5 euro: 4 voor voer voor de katten, 1 voor witte broodjes

Hoe arm is arm? Een oma in Spoorwijk vertelt dat ze op dinsdag nog 5 euro heeft voor de rest van de week. Vier euro gaat op aan voer voor haar katten, één euro aan witte broodjes van de Turk. Een handelaar vertelt dat iemand hem weleens zijn fotoalbum heeft aangeboden om van de opbrengst een brood te kunnen kopen. De basisschooldirecteur vertelt dat leraren met de armste leerlingen soms gaan winkelen voor nieuwe kleren. Gezinnen in sommige straten delen naast de avondmaaltijd ook de rekeningen. In de wijk zijn mensen die geen verse producten kopen, omdat ze toch geen koelkast hebben.

Maar een deel van de armen rookt wél sigaretten en koopt óók mengsmering voor de Tomos-brommer. Kinderen van de allerarmsten krijgen soms drie croissantjes mee naar school, sommigen hoeven hun broodkorstjes niet op te eten. Als bijstandsmoeders met elkaar koffie drinken, doen ze dat uit plastic bekertjes.

Zijn mensen in Nederland wel écht arm? De vrijwilligers bij de Voedselbank in Spoorwijk vragen het zich soms af. „De mensen zijn wel arm, maar niet arm genoeg om inventief te hoeven zijn”, zegt Bert. „Sommigen gaan voor gemak.”

Natuurlijk, zeggen de vrijwilligers, de meeste mensen die hier komen zijn blij en dankbaar. Renée: „Maar soms vraag je je wel af: waarom zo kritisch? Heeft diegene het wel echt nodig?”

    • Freek Schravesande
    • Carola Houtekamer