Prikkeldraad in Liberia tegen het Ebola-virus

De meeste eboladoden vallen in Liberia. In Monrovia wordt een hele sloppenwijk van de buitenwereld afgesloten.

Aantal doden door ebola neemt sterk toe in Liberia

Diplomaten, hulpverleners en zakenlieden die de Liberiaanse hoofdstad Monrovia bezoeken, verblijven doorgaans in de buurt van Mamba Point, met uitzicht over het strand langs de oceaan. Ook de Amerikaanse ambassade en de vertegenwoordiging van het Vaticaan zijn er gevestigd. Even noordelijk ligt op een landtong de sloppenwijk West Point, met meer dan 50.000 inwoners een van de armste wijken van Monrovia.

Nu is West Point het epicentrum van de West-Afrikaanse strijd tegen ebola. Tot woede van inwoners kwamen leger en politie gisteren met prikkeldraad en afvalhout aanzetten om hun wijk van de buitenwereld af te sluiten. Zo willen de autoriteiten van Liberia voorkomen dat het dodelijke virus zich verder gaat verspreiden. „De maatregelen zijn bedoeld om mensenlevens te redden”, verklaarde president Ellen Johnson Sirleaf.

De voortvarendheid waarmee zij zegt nu te willen optreden, komt niets te vroeg. Eind maart werden de eerste twee ebolagevallen gemeld in het land. Sindsdien bleven de autoriteiten volledig in het gebreke bij de aanpak van de epidemie. Eerder sprak Artsen zonder Grenzen over een „catastrofale situatie” in de hoofdstad Monrovia. Lichamen van overledenen blijven dagenlang op straat of in huizen liggen, veel ziekenhuizen zijn dicht en al zeker veertig gezondheidswerkers zijn zelf besmet geraakt.

De cijfers van de wereldgezondheidsorganisatie WHO bevestigen dit beangstigende beeld. Geteld tot en met maandag zijn er in West-Afrika 1.350 mensen overleden aan ebola: 576 in Liberia, 396 in Guinee, 374 in Sierra Leone en vier in Nigeria. Maar waar de stijging in de andere landen sterk afzwakt, neemt het aantal doden in Liberia juist explosief toe, nu met gemiddeld 55 per dag.

Dat het vizier nu wordt gericht op West Point heeft een reden. Familieleden en buurtbewoners vielen afgelopen vrijdag een ziekenhuis binnen. Behalve dat besmeurde matrassen en kleding werden meegenomen, verdween een dertigtal patiënten, mogelijk besmet met ebola. Velen doken onder in West Point. Vandaar de vrees van de autoriteiten dat het ebolavirus zich gemakkelijk kan verspreiden.

Bij de bewoners zelf overheerst niet de paniek, maar de woede over de behandeling die hun ten deel valt. Aan slechte leefomstandigheden waren ze al gewend. West Point telt vier openbare toiletten, mensen doen hun behoefte in de open lucht, aan het strand. Leidingwater is er niet. Wekelijks worden er gevallen van cholera gemeld. Aan die misstanden heeft de regering nooit iets gedaan. Maar nu de wijk geheel is afgesloten, raakt het dagelijks leven verstoord, stijgen voedselprijzen en voelen de inwoners zich als paria’s behandeld. Gisteravond gebruikte de politie traangas om protesten de kop in te drukken.

    • Wim Brummelman