Oorlog of niet, ze voetballen gewoon door

In het oosten wordt gevochten, maar er wordt ook nog gevoetbald in Oekraïne. Vanavond speelt Feyenoord tegen Zorja Loegansk. Hoe is het om nu in Oekraïne te spelen?

Alleen de kushandjes van doelpuntenmaker Luiz Adriano richting camera deden denken aan een kampioensfeest. De ambiance waarin Sjaktar Donetsk afgelopen mei voor de vijfde keer op rij landskampioen werd, zei veel over de omstandigheden in de Oekraïense profcompetitie. Het kampioensduel tegen Zorja Loegansk was een derby tussen de twee clubs uit het onrustige oosten van Oekraïne en werd om die reden gespeeld zonder toeschouwers in een nietszeggend stadion in Tsjerkasy, ruim vijfhonderd kilometer ten westen van Donetsk.

Zo gaat kampioen worden in oorlogstijd. De in totaal vier clubs uit de zwaarbevochten Donbass-regio hebben sinds het afgelopen voorjaar hun heil in meer centraal gelegen oorden gevonden. Zorja Loegansk bijvoorbeeld, vanavond tegenstander van Feyenoord in de laatste voorronde voor de Europa League, heeft het strijdperk dichtbij de grens met Rusland verlaten en zit tijdelijk in Zaporizja aan de Dnjepr-rivier. Behalve voor Europese wedstrijden, want dan speelt de club in de hoofdstad Kiev, waar het vanavond Feyenoord treft in het Lobanovski-stadion van Dinamo Kiev. Daar is het veilig, zegt onder andere minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken.

Hoe is het om nu in Oekraïne te spelen? Het nieuwe seizoen is alweer vier speelronden bezig. „Gezien de omstandigheden is het redelijk goed geregeld door de autoriteiten en de Oekraïense voetbalbond”, zegt woordvoerder Vadym Makogon van de Oekraïense spelersvakbond. „Natuurlijk is het niet prettig dat spelers van deze Oost-Oekraïense clubs niet naar huis kunnen en niet kunnen trainen en spelen in hun eigen stad. Maar we hebben nog geen klachten van spelers ontvangen die met de politieke crisis of hun veiligheid te maken hebben. En salarissen worden vooralsnog gewoon uitbetaald.”

In Oekraïne voetballen ze goed

Oekraïense clubs waren de afgelopen jaren veel succesvoller in Europa dan bijvoorbeeld Nederlandse, met de Europa League-titel in 2009 voor Sjaktar als belangrijkste prestatie. Maar de politieke crisis en gevechten in het oosten eisen hun tol. Zes Zuid-Amerikaanse spelers dreigden na de zomerstop niet terug te keren naar hun Oekraïense clubs uit vrees voor hun veiligheid. „We hebben daar geen officiële klacht over gekregen, het was een zaakwaarnemer die begon te dreigen met vertrek van de spelers”, zegt Makogon. Inmiddels spelen vier van deze spelers weer voor hun clubs Sjaktar Donetsk en Metalist Charkov – de andere twee zijn vertrokken.

Imagoschade is maar één van de problemen voor het Oekraïense profvoetbal. „Er is daar geen business-model”, zegt Jevgeni Levtsjenko, oud-profvoetballer van onder meer FC Groningen en tegenwoordig veel in Oekraïne actief voor de internationale spelersvakbond FIFPro. „Clubs zijn speeltjes van de rijken, en dat maakt ze kwetsbaar. Er zijn teams verdwenen, waarbij de eigenaar de stekker eruit getrokken heeft, zoals vorig jaar gebeurde met Arsenal Kiev.” Ook Metalist Charkov moet vrezen voor het voortbestaan met een eigenaar die naar Rusland is uitgeweken en wiens tegoeden bevroren zijn. „Het wordt voor het Oekraïense voetbal heel spannend hoe de oligarchen zich gaan manifesteren in deze crisis.”, zegt Levtsjenko.

De Krim-clubs gaan naar Rusland

De meeste beroering is momenteel om de status van de clubs op de Krim. Na de annexatie door Rusland verdwenen de drie profclubs op het schiereiland deze zomer uit het Oekraïense competities. Deze maand werden ze opgenomen in de Russische tweede divisie. „Een lachwekkende procedure”, zegt Levtsjenko. Hij verwijst naar de UEFA-statuten, waar onder meer staat dat clubs geen wedstrijden mogen spelen buiten het grondgebied van hun nationale bond zonder dat die bond daar toestemming voor geeft. „De UEFA schuift de verantwoordelijkheid van zich af en zegt gewoon dat de Russische en Oekraïense bonden er onderling maar uit moeten komen. Dat gaat natuurlijk niet.”

    • Bart Hinke