Neanderthaler verdween al 40.000 jaar geleden uit Europa

Neanderthalers leefden niet tot 25.000 jaar geleden nog op het Iberisch schiereiland, zoals wel werd gedacht.

Neanderthalers zijn 40.000 jaar geleden uit heel Europa verdwenen – en niet 35.000 jaar of zelfs 25.000 jaar geleden. Die conclusie trekt de Britse archeoloog Tom Higham uit zijn herhaalde dateringen van Neanderthalerresten, vandaag in Nature. Het kostte Highams groep jaren om botten en vondsten van 40 Europese Neanderthaler-sites in handen te krijgen en opnieuw te analyseren.

De methode schat nauwkeuriger dan nu toe hoe lang Neanderthalers en moderne mensen in Europa samenleefden: 2.600 tot 5.400 jaar. Higham denkt dat de verdringing van de neanderthalers niet snel verliep, maar stapsgewijs en ook niet in heel Europa op dezelfde manier.

Highams team, van de University of Oxford, schrijft al enkele jaren dat de ouderdom van skeletten en aardlagen uit de periode van 50.000 tot 25.000 jaar geleden sterk wordt onderschat. Ze zijn volgens hem in werkelijkheid ouder. Hij ontwikkelde een methode voor de bewerking van archeologische resten voor C14-datering, waarbij besmetting met jonger materiaal wordt verwijderd.

„Dat die dateringen kloppen, geloof ik wel”, zegt de Leidse hoogleraar archeologie Wil Roebroeks. „Dit is ontzettend belangrijk.”

Roebroeks ziet als grootste onzekerheid in de dateringen dat ze meestal niet gebaseerd zijn op Neanderthaler-skeletten. „Die zijn er heel weinig.” Archeologen als Higham dateren de vindplaatsen veelal via dierenbotten met snijsporen. Welke mensen er leefden, bepalen ze met vondsten (zoals vuistbijlen), waarvan wordt aangenomen dat die óf van Neanderthalers óf van moderne mensen zijn. „Maar hun stenen lijken soms precies op elkaar”, zegt Roebroeks.

Commentator William Davies schrijft in Nature dat de wisselwerking tussen de mensengroepen zó complex was, dat er nog meer dateringen nodig zijn, vooral uit Midden-Europa – en DNA-onderzoek aan skeletten.