Meevechten met Koerden tegen Islamitische Staat, mag dat wél?

Wie eerst een vijand was, kan ineens bondgenoot zijn. Terreurwetgeving is lastig.

Nederlandse jongeren die afreizen als jihadstrijder zijn strafbaar. Maar hoe zit dat met Nederlandse Koerdische jongeren die naar Irak gaan om daar te vechten tegen IS?

Veel Nederlandse Koerden sympathiseren met de strijd tegen IS. Op websites spreken ze openlijk over hun wens om af te reizen.

Hoeveel er daadwerkelijk zijn vertrokken om mee te vechten is niet duidelijk. De AIVD wil hier geen uitspraak over doen, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) laat weten: „Er is nog geen duidelijk beeld van, maar het gaat om enkelen.” Bronnen in Koerdisch gebied laten weten dat er in ieder geval één Nederlandse Koerd vecht aan de frontlinie. Daarnaast zou er sprake zijn van tientallen ‘vrijwilligers’ uit Nederland die ‘meehelpen’, maar niet vechten.

Zijn deze Nederlandse Koerden niet óók strafbaar? Is het niet onder meer de organisatie PKK die de Nederlandse jongeren inlijft om te vechten tegen IS? En geldt de PKK niet volgens de Verenigde Naties als een terroristische organisatie? „Indien men in de strijd tegen IS wordt ingezet door de PKK dan behoren ze tot een organisatie die op de Europese lijst van terrorisme organisaties staat”, aldus de NCTV. „Daarmee wordt het voor het OM mogelijk om op die grond te vervolgen.” Die kans is volgens het OM niet groot. Het Koerdische leger als zodanig is geen verboden organisatie, in het oorlogsgebied zijn veel meer Koerdische partijen actief dan alleen de PKK. De NCTV-woordvoerder zegt: „Maar op basis van andere gronden kan iemand die meevecht, indien bewijsbaar, uiteraard ook vervolgd worden. Bijvoorbeeld indien sprake is van oorlogsmisdaden.”

De kans op vervolging van Nederlandse Koerden is heel klein, stelt advocaat en strafrechtdeskundige Geert-Jan Knoops. Ze voeren immers geen jihadachtige strijd en treden evenmin in krijgsdienst van een land waarmee Nederland in oorlog is. Knoops: „Daarnaast steunt het Westen deze strijd met wapenleveranties. Ook om die reden zal het OM geen ‘belang’ zien om tot vervolgingen over te gaan, mocht hiervoor juridisch al aanleiding zijn. De kans is dan zelfs dat de Nederlandse rechter het OM niet ontvankelijk zal verklaren.”

Maar hoe zit dat met de PKK? Dat is volgens vele landen een terroristische organisatie? „Klopt”, stelt Knoops. „Deelname hieraan door een Nederlander kan strafbaar zijn onder bepaalde voorwaarden. Echter ook hier bestaat een mogelijk rechtspolitiek obstakel: in hoeverre dienen Koerdische strijders die – ook via PKK – deelnemen aan de strijd tegen IS een ‘hoger belang’, in de zin van bestrijding van ernstige misdrijven. Dan zou er wellicht in juridische zin een ‘rechtvaardigingsgrond’ kunnen bestaan voor een dergelijke deelname.” Vervolging door het OM is dan lastig. Daarnaast, stelt Knoops: „Het ‘oogmerk’ van dit soort ‘deelnemers’ zou dan niet zijn het plegen van terroristische misdrijven maar juist bestrijding daarvan. Kortom, het OM kan dan bewijsrechtelijk ook voor een obstakel staan.”

Inmiddels zijn er berichten dat landen als de VS overwegen de PKK te schrappen van de lijst met terroristische organisaties, juist omdat de PKK de vijand van het Westen bestrijdt. Koerdenkenner Michiel Leezenberg: „Het bizarre is dat de Amerikanen nu PKK-guerrilla’s met luchtdekking steunen. Dat is ongekend.”

Zulke politieke ontwikkelingen bewijzen hoe hachelijk wetgeving tegen „terroristen” kan zijn, meent Hans Ulrich Jessurun d’Oliveira, emeritus hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Wie vriend of vijand is, kan van dag tot dag verschillen”, zegt hij. Hij stelt vast dat het OM gretig gebruikt maakt van het „opportuniteitsbeginsel”. „Het OM heeft een vervolgingsrecht en geen vervolgingsplicht. Dat is te merken. Het is vrij winkelen in het strafrecht. Je ziet steeds vaker dat de politiek het OM aanstuurt.” Ook het afpakken van de Nederlandse nationaliteit bij jihadstrijders kan op zijn kritiek rekenen. Dat is strijders tegen Franco in Spanje ooit overkomen. En zij zijn gerehabiliteerd. Jesserun d’Oliveira schreef vorig jaar een kritisch artikel over het ontnemen van de nationaliteit bij jihadstrijders. „Hier is dubbelzinnigheid troef. Is het werkelijk on-Nederlands om zich in te zetten voor een wereld die men voor een betere houdt? Wat heeft dit met Nederlanderschap te maken?”

Jesserun d’Oliveira vraagt zich ook af wat er gebeurt als Koerdische jongeren straks terugkeren uit de oorlog. „Wat is de impact van jongeren die daar aan de oorlog hebben geroken? Dat is een Nederlands probleem. De VS hebben ook een groot probleem met mensen die in Vietnam trauma’s hebben opgelopen.” Het OM stelt dat mogelijke oorlogstrauma’s geen reden zijn om mensen tegen te houden. „Het gaat er bij teruggekeerde jihadstrijders om dat ze terug in Nederland hun strijd in het Westen voortzetten. Dat is iets anders”, zegt een OM-woordvoerder.