Lage rente: van medicijn tot kwaal

Nooit betaalde Nederland zo’n lage rente op zijn staatsschuld. Maar die geeft niet alleen maar voordelen. Over armlastige spaarders, zeepbellen en 100 procent belastingdruk.

Illustratie Pepijn Barnard

Minister Dijsselbloem van Financiën mag dan aan de vooravond van de Derde Dinsdag van september de nodige zorgen hebben, één heeft hij er niet: de rente op de staatsschuld blijft dalen en bereikte afgelopen vrijdag een laagterecord.

De effectieve rente op een tienjarige Nederlandse staatslening bedroeg nog maar 1,13 procent. Vanmorgen was dat licht gestegen tot 1,18 procent, maar dan nog gaat het hier om een rentevoet die nog maar een paar jaar geleden als absurd zou zijn gezien en zou zijn verwezen naar het rijk der fabelen. Duitsland, het meest kredietwaardige land van de eurozone, zag de rente zelfs dalen onder de 1 procent.

Voor de gehele staatsschuld, dus van kort- tot langlopende leningen, is de gemiddelde rente die Nederland betaalt nog lager. Volgens gegevens van financieel persbureau Bloomberg staat die rente nu op 0,74 procent. Dat is nog maar een kwart van de stand in april 2011 en zelfs toen was de rente in historisch perspectief al zeer laag.

Die lage rente is het gevolg van drie samenhangende ontwikkelingen. Het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank verlaagde de kortlopende rentes zes jaar sinds het uitbreken van de financiële crisis, en hanteert nu een rentevoet van rond de nul procent. Dat trekt ook langlopende rentevoeten, zoals de rente op tienjarige staatsleningen, naar beneden.

Stagnatie in de eurozone

Dit ruime monetaire beleid heeft te maken met de stagnatie waaraan de eurozone zich nauwelijks weet te ontworstelen en waarbij de inflatie zeer laag is – in Nederland nu 0,9 procent.

En dan is er de eurocrisis, die werd ontstoken door de financiële crisis. Beleggers hebben daarbij een voorkeur voor kredietwaardige noordelijke eurolanden. Duitsland is de belangrijkste vluchtheuvel, maar Nederland ook. Dat drijft de koersen van hun staatsleningen op, en duwt de effectieve rente dus naar beneden.

De lage rente geeft een enorm voordeel aan overheden. Met McKinsey Global Institute berekende in december dat overheden van de eurozone van 2007 tot 2012 een rentevoordeel hadden genoten van opgeteld 360 miljard euro ten opzichte van een scenario waarin de rente niet was gedaald. De gestegen staatsschuld door diezelfde crisis is daarbij ingecalculeerd.

De Duitse Bundesbank maakte onlangs een eigen calculatie en concludeerde dat het cumulatieve rentevoordeel voor de Duitse overheid over de periode 2008-2013 120 miljard euro bedroeg. Website Follow the money kwam daarna met een schatting van 34 miljard euro voor Nederland.

Volgens McKinsey heeft ook het bedrijfsleven in de eurozone een groot voordeel gehad: 280 miljard euro. En daarin is 2013, laat staan 2014, nog niet eens meegerekend. Die uitkomst is logisch: wie leent, vaart wel bij een lage rente. Maar er zijn natuurlijk ook slachtoffers: de spaarders.

De spaarrente in Nederland komt inmiddels nauwelijks boven de 1 procent uit. Dat is lager dan de vermogensrendementsheffing van 1,2 procent, zodat mensen die van een vermogen leven, daarop een belastingdruk hebben van rond de 100 procent. Nog los van het feit dat het vermogen in de tussentijd wordt uitgehold door de lage inflatie.

Pensioenfondsen en levensverzekeraars hebben eveneens een groot nadeel, hetgeen de afgelopen jaren te merken was aan de versoberingen die bij de pensioenen zijn doorgevoerd. Dan zijn er nog spaarders uit de rest van de wereld die hun vermogen in de eurozone hebben gestoken. En banken die het moeten hebben van hun inkomsten uit rente.

Riskantere investeringen

De zoektocht naar rendement heeft veel spaarders en beleggers verleid om hun vermogen te steken in riskantere investeringen, die meer opbrengen. De beurskoersen zijn mede daardoor fors gestegen – met name overigens in de Verenigde Staten.

Staatsleningen van wankele eurolanden als Spanje of Italië zijn inmiddels al zo duur, dat hun effectieve rente enorm is gedaald. Italië betaalde vanmorgen nog maar 2,6 procent op een tienjarige staatslening, en Spanje, twee jaar geleden nog op de rand van bankroet, slechts 2,4 procent.

En dan zijn er de leningen van bedrijven die eveneens steeds minder rente geven, hoe laag hun kredietwaardigheid ook is. De angst is dan ook dat de lage rente weliswaar een gepast antwoord was van centrale banken op de crisis, maar dat deze nu een zeepbel aan het veroorzaken is op de beurzen en de kredietmarkten.

Hoe verder? Vandaag begint de jaarlijkse bijeenkomst van centrale bankiers in het Amerikaanse Jackson Hole. De economie gaat redelijk goed dankzij hun beleid, maar de uitbundigheid die de lage rente op de financiële markten heeft veroorzaakt, zal hen zorgen baren. Aan hen de taak om te zorgen dat het medicijn tegen de crisis minder erg blijft dan de kwaal zelf.

    • Maarten Schinkel