In memoriam James Foley

NRC-correspondent Joeri Boom leerde James Foley kennen in 2012. Samen zochten ze naar twee ontvoerde westerse fotografen.

„Ben je bereid samen met mij Syrië in te trekken als het nodig is om ze vrij te krijgen?” Dat was het eerste wat fotograaf en filmer James Foley wilde weten toen ik was gearriveerd in het Turkse grensgebied met Syrië.

Het was juli 2012 en hij spande zich tot het uiterste in voor zijn Britse vriend John Cantlie, die samen met mijn boezemvriend, de Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans, vlak over de Syrische grens was ontvoerd. Vanaf die dag knokten Foley en ik samen om ze vrij te krijgen.

Foley was afgepeigerd toen ik aankwam. Hij was net terug van een afmattende reis naar Aleppo toen hij hoorde van de ontvoering. Hij dacht niet aan bijslapen, hij toog meteen aan het werk. Hij overhandigde een schat aan namen en nummers van sjeiks, smokkelaars en rebellencommandanten. Een waaier van losse eindjes, die aan elkaar moesten worden geknoopt.

Foley had zelf in 2011 zes weken gevangen gezeten, in Libië. „Ik weet wat ze doormaken”, zei hij. Afstand nemen was voor hem ondenkbaar, al droogden zijn fondsen op: hij was freelancer en zegde al zijn opdrachten af om zijn handen vrij te hebben.

James Wright Foley (40) – sterk lijf, rustige stem, ‘Jim’ voor vrienden – trok meteen na zijn journalistieke opleiding in de VS in 2008 naar Irak, en later naar Tunesië, Libië en Syrië. Begin 2012 organiseerde hij een fotoveiling ter ondersteuning van de familie van de Zuid-Afrikaanse freelance fotograaf Anton Hammert.

Foley stond naast Hammert toen die zwaargewond raakte; hij zag hem sterven. Meteen daarop werd hij zelf gevangen genomen door Libische strijders gelieerd aan Gaddafi. „We hebben fouten gemaakt die dag. Het was Anton die gedood werd, maar het had ook een van ons kunnen zijn”, zei hij.

Toen we onze vrienden, na tientallen telefoontjes en schimmige ontmoetingen, een week na hun ontvoering konden ophalen nabij de Turks-Syrische grens, was James de eerste die Jeroen omhelsde. Krachtig en lang, alsof hij hem al jaren kende.