In de Schilderswijk heerst de vijandigheid van buitengeslotenen

Migrantenjongeren komen niet los van hun thuiscultuur. Zelfs op het schoolplein spreken ze geen Nederlands, schrijft Paula Brunsveld van Hulten.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Jong geleerd, oud gedaan. Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Mooie Nederlandse spreekwoorden over koeien van waarheden. Het is onderdeel van de condition humaine, het geldt voor alle culturele gemeenschappen, westers, oosters, christelijk, seculier, links, rechts en ook voor moslims.

De mate van integratie van nieuwkomers in een bestaande cultuur en samenleving is afhankelijk van vele factoren. Een groot cultuurverschil leidt, zeker bij grote aantallen nieuwkomers, tot eigen gemeenschappen met behoud en zelfs versterking van de thuiscultuur. Nederland is een mozaïeksamenleving geworden zonder overstijgende binding, zoals ik constateer in mijn boek Wij zijn Nederland (eind september 2014) met interviews met vertegenwoordigers uit de verschillende gemeenschappen.

Hoe stevig staat de ontvangende samenleving in haar schoenen? Een onduidelijke Leitkultur nodigt nieuwkomers niet uit die te begrijpen, laat staan zich eigen te maken. De politiek en de media lijken de Nederlandse identiteit onder de korenmaat te schuiven. Het onderwijs, dat tot taak heeft kennis over de cultuur en samenleving over te brengen, blijft in gebreke (Onderwijsraad, november 2012: scholen worstelen met verplicht burgerschap). Migrantenjongeren zijn afhankelijk van wat hun school aanreikt; thuis ontbreekt die kennis immers.

Hoe welkom zijn migranten in het ontvangende land? Dat is in de loop van de jaren sterk verminderd. Migranten voelden zich steeds minder welkom. De politiek heeft de problematiek als gevolg van de omvangrijke migratie lang ontkend; werd de vinger er wel op gelegd dan werden dezulken weggezet als zeer rechts of racistisch.

Kijken we naar de toestanden in de Schilderswijk (of soortgelijke wijken), dan zien we dat de bewoners voornamelijk uit Marokkanen en andere mediterrane of Afrikaanse mensen bestaan met een traditionele collectivistische, rurale moslimachtergrond. Het verschil tussen hun cultuur en de westerse in casu Nederlandse is groot, veel groter dan tussen Polen, Rusland of Spanje en Nederland.

De eerste generatie migranten had meer contact met Nederlanders, die er toen nog woonden, maar zijn weggetrokken. De tweede en derde generatie groeit op in een omgeving met de cultuur van de ouders, met waarden als: geloof is bepalend, grote sociale controle, familie en gemeenschap boven individu, ongelijkheid man/vrouw, indirecte communicatie en eer.

Natuurlijk ook gastvrijheid, veiligheid en zekerheid van gemeenschap en geloof, lekker eigen eten. Op school in deze wijk blijven deze jongeren in hun eigen cultuur. Vaak spreken ze op het schoolplein geen Nederlands. De scholen besteden niet al te veel aandacht aan burgerschap of westerse filosofie, soms uit angst om deze jongeren voor het hoofd te stoten met voor hen onwelgevallige informatie. De islam is in de moslimgemeenschappen bepalend en wordt gezien als superieur, soms boven de seculiere Nederlandse wet.

Gevolg is dat jongeren niet los kunnen komen van de thuiscultuur, geen toegang krijgen tot de kansen in de samenleving en niet meedelen in de welvaart. Ze zijn oververtegenwoordigd in sociale voorzieningen en criminaliteit. Ze kunnen zich geen status (belangrijk in hun machocultuur) verwerven. If you can ‘t join them, beat them. Er ontstaat de te verwachten vijandigheid van buitengeslotenen.

Hun achterstandspositie wijten zij aan de samenleving. In een gesegregeerde wijk als de Schilderswijk leidt dit tot een zichzelf versterkend bindend gevoel. Voor de broodnodige status en bijbehorende parafernalia is er het pad van de criminaliteit, vaak al goed geplaveid door vrienden in de drugshandel. Een nog hogere status vormt het geloof. Hoe (zichtbaar en strikt belijdend) geloviger, hoe meer aanzien. Met volle baard zonder snor, witte lange kleding krijgt zo’n jongere een heiligenstatus. Bij enkelen ontstaat een ‘semper excelsior’-behoefte die kan lijden tot wahabisme en tot de ultieme daad van vroomheid: strijden en zelfs sterven voor de islam.

Geen enkele ouder zal zijn kind in de criminaliteit of in strijdgroepen in Syrië willen zien gaan, met als risico gevangenis of zelfs de dood. Toch vormen de gemeenschap van familie en vrienden, ook de moskee en zelfs het land van herkomst de voedingsbodem en het draagvlak voor antiwesterse sentimenten. Het is wegkijken om te stellen dat het slechts om enkelingen gaat in de Schilderswijkrellen. Wellicht zijn de initiatiefnemers en de sprekers extreem, maar deze demonstraties zijn als explosies van sluimerende vulkanen met een groot ondergronds reservoir aan gloeiende lava.

Drie sporen kunnen leiden tot verbetering van deze explosieve situatie. Allereerst onderwijs: aandacht en verdieping in kennisoverdracht van de Leitkultur. Maar ook handhaving van westerse waarden en normen is belangrijk. En, niet te vergeten, ontmoeting: zowel moslimmigranten als autochtone Nederlanders hebben de expliciete wil om elkaar, elkaars wereld, te ontmoeten, te leren kennen. Dat blijkt ook uit de persoonlijke verhalen van moslim- en nietmoslim-Nederlanders in eerdergenoemd boek Wij zijn Nederland.

Laten we deze sprank hoop aanwakkeren.

    • Paula Brunsveld van Hulten