Heemskerk heeft vooral oog voor haar matige tijd

Femke Heemskerk was niet blij met zilver op de 100 vrij. Met het oog op Rio (2016) had ze veel sneller willen zwemmen.

Een beter individueel resultaat had ze nog nooit gehaald op een EK. Maar zelden was Femke Heemskerk zo teleurgesteld in zichzelf als gisteravond in Berlijn.

Ze had net zilver gehaald op de 100 meter vrije slag, op eerbiedige afstand van Sarah Sjöström. Niet dat Heemskerk had verwacht dat ze het Zweedse fenomeen van een derde Europese titel kon afhouden. Daarvoor is het verschil veel te groot. Maar de snelste Nederlandse sprintster van dit jaar had zo graag haar persoonlijke record willen zwemmen in haar belangrijkste finale van het seizoen.

Maar haar tijd (53,64) was bijna een seconde langzamer dan die van Sjöström (52,67), die andermaal een oogverblindende race zwom, de snelste van 2014. Heemskerk was maar een fractie sneller dan vorig jaar bij de WK in Barcelona (53,67), in wat voor haar een postolympisch tussenjaar was.

Dit seizoen trainde ze veel harder. „Er zit veel meer in mij”, treurde ze. „Daarom vind ik dit heel jammer.”

De tijd begint te dringen voor Heemskerk, die volgende maand 27 jaar wordt. Ze realiseert zich dat de olympische cyclus alweer over de helft is. Al vanaf haar eerste grote toernooi, de WK van 2005, dan ze vrijwel al haar prijzen op de langebaan aan haar estafettebijdragen – het olympisch goud van de Golden Girls (Beijing, 2008) als hoogtepunt.

Maar individueel vond ze nooit aansluiting bij de wereldtop – Britta Steffen, Libby Trickett, Ranomi Kromowidjojo, Cate Campbell. En individuele medailles hebben nu eenmaal veel meer gewicht. Heemskerks estafettemaatjes Kromowidjojo en Marleen Veldhuis slaagden er wel in, terwijl Inge Dekker vlinderslagtitels won. Heemskerk moest het tot gisteren doen met één keer brons, op de EK van 2010 in Boedapest.

Om haar olympische droom van Rio levend te houden, weet Heemskerk dat ze het gat met de top moet verkleinen. In april verbeterde ze haar persoonlijk record in Eindhoven tot 53,39 – nog steeds ruim boven de tijden van Sjöström (52,67) en de Australische zusjes Campbell, Brontë (52,86) en Cate (52,68). „Ik wil meer, ik wil aansluiting”, sprak Heemskerk gisteren met ongeduld in haar stem. „Ik heb twee jaar tot Rio, dan kom je met 53,64 niet zo ver. Ik weet dat het er in zit, maar tot nu toe is het niet gelukt.”

Alles probeerde Heemskerk de afgelopen jaren om echt door te breken als vrijeslagzwemster. En ze kwam een paar keer heel dichtbij. Nadat ze jaren in Amsterdam had getraind onder Martin Truijens verhuisde ze in 2010 naar Marseille om te gaan trainen met de Franse coach Romain Barnier. Dat leverde spectaculaire progressie op, maar bij de WK in Shanghai van 2011, haar beste jaar, verspeelde ze op haar favoriete sprintnummers twee keer een medaille in de slotmeters.

Na Londen (2012), waar ze ronduit tegenviel als gevolg van een slechte trainingsplanning in datzelfde Marseille, vond ze onderdak bij Wouda in Eindhoven, die haar ooit als jeugdbondscoach had getraind. Hij bracht de rust terug bij Heemskerk, maar hij weet wat haar kan opbreken. „Haar drive is haar grote kracht”, zegt Wouda. „Femke wil zó graag. Maar dat is ook haar valkuil.”

Is het de spanning, die haar vaker te veel werd in finales? „Ik weet niet waar het aan ligt”, zei Heemskerk gisteren. „Het zwemmen ging stroever. Het zal ongetwijfeld met met zenuwen te maken hebben, maar ik was niet bang voor de finale.”

Wouda snapte haar teleurstelling, ondanks de zilveren primeur. Ook hij had gemengde gevoelens. „Femke had een dik persoonlijk record willen zwemmen en dat zat er zeker in. Het is jammer dat het er niet uitkwam. Ik vind het ook goed dat ze kritisch en teleurgesteld is. Maar ze moet dit een plek geven en dan mag ze zeker blij zijn met zilver.”

    • Rob Schoof