Geen studiepunten voor je stage? Dan meer geld!

Ook na hun studie lopen veel jonge mensen voor een prikkie stage (en zij krijgen er niet eens studiepunten voor). Bedrijven vinden dat fijn: lekker goedkoop. Deze afgestudeerde stagiairs verdienen meer bescherming, betoogt Charles Derre.

‘Nieuwe collega gezocht’, plaatste een medewerker van een gerenommeerde Amsterdamse uitgeverij onlangs op zijn Twitterpagina. Even sprong het hart van een hoop werkzoekende twintigers op, maar een paar muisklikken verder werd het ingenieuze karakter van het bericht duidelijk: de uitgeverij in kwestie bleek geen ‘echte’ baan aan te bieden, het ging om een stageplaats.

Het zijn lokroepen als deze die aantonen dat de manier waarop bedrijven een stagiair in hun werkplan opnemen de laatste jaren danig is veranderd. Niet langer dient een stage als kennismakingsmoment met het werkende leven. Een stage lijkt nu vooral een handig middel voor werkgevers om voor een spotprijsje arbeidskrachten te verwerven.

Een stage is initieel echter geen overeenkomst waarmee een werknemer in ruil voor arbeid loon ontvangt, maar een vorm van opleiding. Het karige loon dat een stagiair voor zijn werk krijgt, mag daarom slechts in beperkte mate gekoppeld zijn aan het leveren van arbeidsprestaties. De speelruimte is in deze omschrijving juridisch gezien niettemin zo groot, dat de geleverde prestaties van een stagiair in de praktijk al snel neerkomen op die van een gewone werknemer.

Voor een prikkie

Het gevolg is het ontstaan van een stagecultuur in onze economie: functies waarvoor bedrijven vroeger volwaardige vacatures aanboden, worden nu ingevuld door stagiairs die zich om de zoveel tijd voor een prikkie komen aanbieden.

Dat maakt het volgen van een stage niet volledig nutteloos. Integendeel, zeker voor studenten biedt een tijdelijke aanstelling bij een bedrijf de ideale voorbereiding op de arbeidsmarkt: de inhoud van opleidingen kan zo beter worden afgestemd op de behoeftes van bedrijven en, omgekeerd schept een stage mogelijkheden voor studenten om hun opgedane theoretische kennis in de praktijk uit te proberen. Meer en meer hbo-opleidingen en universitaire studies bieden hun studenten ruimte om stage te lopen. Zelfs opleidingen in de geesteswetenschappen, vaak beschouwd als minder marktgericht, gaan vandaag de dag in deze tendens mee.

Stage is een financieel risico

Tegenwoordig, in economisch moeilijke tijden, lopen echter ook meer en meer afgestudeerden en niet-studenten een stage. Zij kunnen op die manier weliswaar contact houden met hun geliefkoosde werkveld, maar door de opkomst van de stagecultuur verliest dit gebruik aan prestige. Wat is die extra ervaring op een mooie werkplaats immers nog waard als bedrijven hun stagiairs nadien geen volledig betaalde functie willen aanbieden? Een stage betekent, door het beperkte loon, vaak een financiële investering, terwijl er voor niet-studenten geen beloning tegenover staat in de vorm van een diploma.

Nieuwe regelgeving speciaal voor niet-studerende stagiairs kan een uitweg bieden. België is wat betreft maatschappelijke organisatie niet altijd een lichtend voorbeeld, maar bezit inzake de juridische regelgeving rond stageplaatsen wel een aantal pluspunten in vergelijking met de Nederlandse wetgeving. Personen die buiten de schoolloopbaan om ervaring willen opdoen in een bedrijf vallen onder andere regelgeving. Een tijdelijke aanstelling die losstaat van een opleiding krijgt daar de naam ‘beroepsinlevingsovereenkomst’. Daarin staat, net zoals bij een stage, de vorming centraal, maar het voordeel is dat zo’n overeenkomst een iets hoger loon oplevert.

Zo hebben mensen ouder dan 21 jaar recht op een maandelijks loon van minstens 750 euro. Dit is uiteraard nog steeds peanuts in vergelijking met het salaris van een doorsnee werknemer, maar biedt in elk geval meer mogelijkheden dan de gemiddelde stagevergoeding van 300 euro. Een dergelijk onderscheid in de juridische regeling rond stages tussen studenten en niet-studenten is in Nederland evenwel totaal afwezig. Een volledige gelijkschakeling tussen een werknemer en iemand die zo’n stage volgt, is ook niet nodig: bij die laatste blijft immers de nadruk liggen op de opleiding en kennismaking met het werkveld. Het leveren van specifieke arbeidsprestaties is daarbij minder relevant.

Minder misbruik van stagiaires

Op korte termijn moet de invoering van zo’n nieuw statuut tegengaan dat bedrijven al te sterk misbruik maken van de bestaande wetgeving rond stages. Op lange termijn vallen uit deze maatregel voor iedereen voordelen te halen, ook voor de ondernemer.

Studenten kunnen ervaring op blijven doen in ruil voor een aantal studiepunten. Niet-studenten hoeven door hun nieuwe statuut dan weer minder financiële risico’s te nemen, waardoor het volgen van een stage ook voor hen aantrekkelijk blijft.

Tegelijkertijd blijft het voor een bedrijf mogelijk om beide groepen, tegen een relatief lage vergoeding, aan te nemen. Zo wint de stage weer aan aantrekkelijkheid en verkrijgt ze haar oorspronkelijke functie terug: mensen op een pedagogisch verantwoorde manier kennis laten maken met de arbeidsmarkt – niet om ze, in ruil voor het aalmoes van een missionaris, in te zetten als voltijds werknemer.

    • Charles Derre