Gaat Vestia andere corporaties opnieuw veel geld kosten? Wel als de rente zo laag blijft

DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie claimt 9,4 miljoen euro terug van de aangehouden Vestia-topman Marcel de V.. Hij wordt verdacht van fraude. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT Foto ANP

Woningcorporaties dreigen opnieuw honderden miljoenen te moeten bijdragen aan de redding van de wankelende corporatie Vestia. Dat zegt Daphne Braal, directeur van de financiële toezichthouder CFV. Vestia kwam in 2012 in grote problemen door speculatie met derivaten (rentecontracten). De andere corporaties hielden Vestia toen overeind met een injectie van 675 miljoen euro. Dat moesten ze, omdat de sector een ‘zekerheidsstructuur’ kent, waarin woningcorporaties elkaar redden in geval van nood.

Vestia heeft bij toezichthouder CFV een nieuw plan ingediend hoe het – zoals afgesproken – in 2021 weer financieel gezond denkt te zijn. Eerdere versies van het plan werden nog afgekeurd omdat ze niet tot duurzaam financieel herstel leidden. Dit plan voldoet volgens het CFV wel aan die eis, en is daarom nu goedgekeurd.

Het probleem is de enorme schuldenlast – vorig jaar was die in totaal 5,7 miljard euro. Belangrijkste oorzaak daarvoor is, zegt Braal, dat Vestia “een heleboel extra leningen” moest afsluiten om het derivatenprobleem op te lossen. Het kan pas weer voldoen aan de normen van een gezonde corporatie als een groot deel van die leningen wordt afgelost.

De komende jaren is dat geen probleem: er kan 800 miljoen euro afgelost worden. Dat geld wordt gehaald uit de verkoop van woningen. Een groot deel daarvan is al binnen, dankzij de verkoop van 5.500 woningen voor ruim een half miljard euro aan de Duitse vastgoedbelegger Patrizia. De toezichthouders moeten die verkoop nog goedkeuren. Volgens Braal “ziet het er gunstig uit”.

Maar na 2017 wordt het mogelijk wél problematisch. Vanaf dat moment zijn er ruim veertig jaar nauwelijks reguliere ‘aflossingsmomenten’. Deels komt dat door de oplossing van het derivatendebacle, deels doordat Vestia dat eerder zelf zo met de banken heeft afgesproken. Dat gebeurde in de tijd dat er nog niets aan de hand leek en Vestia alvast veel geld leende om dat in de toekomst te investeren.

Veel huizen blijven verkopen om daarmee vervroegd af te lossen, kan alleen als de rente stijgt. Vestia ging de leningen aan voor een gemiddelde rente van 4 procent. Nu is die gemiddeld lager dan 2 procent. Zou Vestia vervroegd aflossen, dan schieten de banken er het verschil bij in. Veel geld, dat Vestia zelf zou moeten bijleggen.

Braal:

„Als de rentestand structureel lager is dan 3 procent,  dan stopt Vestia na 2017 met de grootschalige verkoop van woningen die nu in gang is gezet. Anders daalt de waarde op de balans en neemt de verdiencapaciteit af, terwijl er geen mogelijkheid is om de leningen af te lossen. Dat zou een verslechtering zijn. Er worden dan alleen nog afzonderlijke woningen verkocht. De opbrengst wordt geïnvesteerd in het bestaande bezit. Zo wordt de levensduur daarvan verlengd, en dus ook de balans gezonder.”

Bij een rentestand van 3 procent zou Vestia 686 miljoen euro aan extra saneringssteun nodig hebben van de andere corporaties. Braal: „En bij een lagere rente nog meer.”