Don Giovanni is geile duivel zonder reliëf

Wie is Don Giovanni? Is er iets meer over hem te zeggen dan dat hij een gewetenloze rokkenjager is die zijn veroveringen – jong, oud, dik, dun – bijhoudt in een trotse namencatalogus?

In de enscenering van regisseur Sven-Eric Bechtolf, gesitueerd in een gladde art-decohotel-lobby, blijven vorm en vent zo plat als een dubbeltje. Politiek, maatschappijkritiek, veranderende sociale verhoudingen? Niks daarvan. De Don is een mensduivel en wordt door een heel legertje hellebroeders (met hoorntjes en rode gezichten) meegesleurd naar zijn ware habitat.

Extra problematisch: de Wiener Philharmoniker klinken onder Christoph Eschenbach al net zo profielloos en grofstoffelijk als de enscenering oogt, waardoor het geheel verzandt in een slaapverwekkend gebrek aan reliëf en afwisseling.

Redding biedt de cast, met Ildebrando d’Arcangelo als een Don van verleidelijk graniet en Luca Pisaroni bewonderenswaardig atypisch als een slungelige, vocaal robuuste slapstick-Leporello. Naast de prachtige Donna Elvira van Anett Fritsch steekt de krachtig zingende Nederlandse Lenneke Ruiten als Donna Anna wat monochroom af. Je had haar betere omstandigheden gegund voor een zo belangrijk roldebuut.