Dans zonder enige lijn of spanningsboog in ‘Swamp’

Toen T.R.A.S.H. tien jaar geleden de podia opzocht, was de rauwe heftigheid van de choreografieën van Kristel van Issum verfrissend. 'Blauwe-plekkendans' werd de tomeloze, agressieve stijl van de dansers genoemd en de thematiek van de gefrustreerde, vervreemde hedendaagse mens vond, ook internationaal, weerklank.

De nieuwe voorstelling Swamp is in zekere zin een feest der herkenning, al zijn locatie en speelvloer ongebruikelijk: Swamp staat in een loods langs de A2, waarin een soort kleine circuspiste is aangelegd met (Bauschiaans) turfmolm. Maar verder smijt men weer duchtig met lichamen, wordt er in onverstaanbare talen geschreeuwd, stapt de kleine Lucie Petrušová voortdurend in en uit jassen, avondjurken of badpakken en is enige lijn in deze verkenning van alledaagse rituelen niet te ontdekken – alledaagse rituelen overigens ook weinig.

Die 'non-traditionele' dramaturgie – zonder lineaire opbouw, eenduidige betekenis of spanningsboog – begint inmiddels danig te vervelen. Verbazingwekkend genoeg blijken voor Swamp een extra dramaturg en een slapstick coach te zijn ingevlogen, maar geestiger is het er niet op geworden. Wel wijzen de aanwezigheid van een clowneske figuur op enorm hoge hakken en een min of meer acrobatisch herenduo op circusinvloed. Maar ondanks alle menselijke stumperigheid en woeste energie roept Swamp nergens deernis op, of spanning.

    • Francine van der Wiel