China krijgt een Balkenende-norm

Foto iStock

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

De topmannen van Chinese staatsbedrijven moeten binnenkort tot wel 50 procent van hun salaris inleveren, schrijft de South China Morning Post.

De Chinese president Xi Jinping heeft gisteren maatregelen goedgekeurd die de beloningen binnen staatsbedrijven begrenzen. Er is in China veel kritiek op de royale financiële beloningen bij staatsbedrijven, die gepaard gaan met de zekerheid en status van het werken voor de overheid.

Een hoge ambtenaar verdient in China zo’n 200.000 yuan (24.500 euro), terwijl de salarissen in de top van een staatsbedrijf wel 1 miljoen yuan (122.000 euro) bedragen. De topman van de Industrial and Commerce Bank of China verdient het dubbele van dat bedrag. Toch wordt er bij de staatsbedrijven vaak naar hun buitenlandse concurrenten gewezen, waar de salarissen nog veel hoger liggen.

In het verleden is al vaker geprobeerd de salarissen van topmannen van staatsbedrijven te beperken. De vorige president, Wen Jiabao, zei in 2002 dat de top van een staatsbedrijf niet meer dan twaalf keer het salaris van een gemiddelde ambtenaar zou mogen verdienen. Later stelde hij dat bij tot 30 keer. Maar maatregelen kwamen er niet, vanwege de grote weerstand.

Volgens een Chinese hoogleraar zouden de maatregelen nu wel doorgevoerd kunnen worden. President Xi heeft volgens hem veel krediet opgebouwd met zijn anti-corruptiemaatregelen.

Australische investeringen in duurzame energie lopen terug

In Australië lopen de investeringen in duurzame energie terug, bericht Bloomberg. Het financiële persbureau schrijft dat dat komt door de onzekerheid over de Australische doelstellingen voor de opwekking van hernieuwbare energie. Er wordt gespeculeerd dat de Australische regering die doelstellingen gaat afschaffen.

De Australische premier Tony Abbott heeft in februari bekendgemaakt dat de Australische doelstellingen voor hernieuwbare energie zullen worden geëvalueerd.

Bovendien benoemde Abbott een uitgesproken “klimaatscepticus” tot voorzitter van de commissie die het Australische beleid. De commissievoorzitter, Dick Warburton, zei bij zijn aantreden dat hij “sceptisch is dat door mensen veroorzaakte uitstoot van CO2 leidt tot klimaatverandering”. De wetenschappelijke consensus is dat het klimaat verandert en het uiterst waarschijnlijk is dat mensen daar verantwoordelijk voor zijn.

Sindsdien zijn de investeringen in duurzame energie in het land ingestort. De afgelopen weken maakten verschillende bedrijven bekend dat investeringen in wind- en zonne-energie voorlopig zullen worden afgeblazen, waaronder een investering die had moeten leiden tot een van de grootste zonne-energiecentrales ter wereld.

Australië is een van de meest vervuilende landen ter wereld. Volgens rijkelandenclub OESO stoot van alle westerse landen alleen Estland per hoofd van de bevolking meer CO2 uit.

De Australische afhankelijkheid van kolencentrales is daar een belangrijke oorzaak van. 75 procent van de Australische elektriciteit wordt geproduceerd in kolencentrales. Het land heeft grote voorraden steen- en bruinkool. De kolen liggen zowat aan de oppervlakte en zijn daardoor relatief goedkoop.

Het aandeel van zonne-energie in de elektriciteitsproductie van het zonovergoten Australië is klein: slechts 1 procent van de elektriciteit wordt opgewekt met zonnecellen. In bijvoorbeeld Duitsland is dat 7 procent.

Chinese auto’s niet populair in China

The Wall Street Journal schrijft vandaag over de problemen van Chinese autofabrikanten. Probleem nummer 1: buitenlandse auto’s zijn in China veel populairder.

De winst van autofabrikant Geely daalde het afgelopen jaar bijvoorbeeld met 20 procent. Belangrijkste oorzaak was een omzetdaling van 30 procent in eigen land. Geely is ook eigenaar van de Zweedse autofabrikant Volvo. De omzet van Volvo in China steeg daarentegen, met maar liefst 30 procent.

Net als andere Chinese autofabrikanten heeft Geely volgens de Amerikaanse zakenkrant last van het feit dat Europese, Japanse en Amerikaanse autobouwers in China auto’s zijn gaan produceren. Daarmee ontlopen ze hoge importtarieven. Bovendien openen de buitenlandse concurrenten inmiddels ook dealers in het Chinese binnenland, dat lang het terrein was van binnenlandse fabrikanten. Daarnaast vindt de Chinese consument buitenlandse auto’s betrouwbaarder.

    • Dolf de Groot