Woody Allen goed in vorm aan de Rivièra

Precies een jaar na Blue Jasmine komt Woody Allen met een wat lichtere film. Met Magic in the Moonlight toont hij zich opnieuw uitstekend in vorm.

Allen nam zijn 44ste speelfilm op aan de Franse Rivièra en kijkt daar met de van hem bekende, licht nostalgische blik terug op de jaren twintig. De kostuumafdeling leeft zich uit in mooie pakken, flapperjurken en pothoedjes, terwijl cameraman Darius Khondji antieke lenzen gebruikt om een zacht kleurenpalet te creëren, waarbij hij oude kleurenfoto’s van bijna een eeuw geleden als uitgangspunt nam.

Allen koos de jarentwintig-setting vooral omdat in die tijd waarzeggers, paragnosten en spiritisten erg in de mode waren. Goochelaar Stanley (Colin Firth), een hooghartige, sarcastische Brit, wordt gevraagd een jonge Amerikaans spiritist te ontmaskeren als fraudeur. Deze Sophie en haar moeder ontfutselen een rijke familie aan de Côte d’Azur geld door als medium tussen de goedgelovige weduwe en haar overleden echtgenoot op te treden. Haar zoon is verliefd op Sophie en zingt te pas en onpas Cole Porter-liedjes voor haar.

Stanley is behept met een rationeel wereldbeeld waarin de contouren van Allens levensfilosofie zijn te herkennen: het leven is zinloos, God bestaat niet en de dood is onontkoombaar. Het lukt de sceptische Stanley maar niet Sophies trucs door te prikken, dus gaat hij geloven dat zijn kijk op de wereld wellicht toch te rigide is. Opeens neemt hij het leven licht op en gaat zelfs tot God bidden.

De sleutelscène speelt zich af in een observatorium, met een door Gustave Eiffel ontworpen koepel. Als die opengaat, speelt Allen zijn troefkaart uit: het observatorium blijkt niet slechts een symbool van wetenschap, maar een plek voor romantiek, met de sterrenhemel die Stanley en Sophie betoverend verlicht. Veel is verklaarbaar, liefde blijft een raadsel.

    • André Waardenburg