Tja, ook een arts weet vaak niet wat het beste is

Voor sommige kwalen zijn meer behandelingen, bijvoorbeeld een pil en een injectie. Daarom wordt onderzoek gedaan naar de effectiefste methoden.

Foto; Peter de Krom, Object anatomieshop.nl

Een jong stel uit Volendam zit in de spreekkamer van IVF-arts Nino Tonch in het Amsterdam Medisch Centrum. Het koppel hoort, zoals Tonch zegt, in de categorie ‘we weten het niet zo goed’. Het lukt hun niet om zwanger te worden. Zoveel is wel duidelijk na diverse onderzoeken en tests. De arts geeft eerlijk toe: afwijkingen zijn niet gevonden, hij heeft geen idee waarom dit stel geen kind kan krijgen.

In de baarmoeder ingebracht

IUI – een techniek waarbij zaadcellen kunstmatig in de baarmoeder worden gebracht – is nu de beste optie, zijn arts en patiënt het eens. Tonch heeft wel nog „een mededeling”. Er zijn namelijk twee behandelmogelijkheden, maar het is onbekend welke de beste is. Injecties om de eierstokken te stimuleren of pillen slikken. Tonch: „Ik wil jullie vragen mee te doen aan een studie naar deze behandelingen, want we willen weten of de ene methode meer zwangere vrouwen oplevert dan de andere.” Zij: „Maar… Je weet dus niet wat het beste is?”

De studie is onderdeel van landelijke zorgevaluaties van gynaecologen, georganiseerd door de beroepsvereniging. Het is al langer duidelijk dat van ongeveer de helft van alle behandelingen in ziekenhuizen niet helder is hoe effectief ze zijn. Het ene ziekenhuis kiest, in dit geval, als voorbereiding voor IUI altijd voor injecties, een ziekenhuis verderop kan juist pillen voorschrijven. Patiënten weten dat niet en de artsen kunnen niet onderbouwen waarom ze een van de twee behandelingen kiezen.

Onlangs werd bekend dat zes beroepsverenigingen onderzoek gaan doen naar de effectiviteit van zeven veelvoorkomende behandelingen. Gynaecologen doen dat al langer. Voorzitter Sjaak Wijma van beroepsvereniging NVOG en Sjoerd Repping, afdelingsleider in het centrum voor voortplantingsgeneeskunde in het AMC, vertellen over de ontmoeting van zeven gynaecologen in 2003. Ongedwongen met beroepsgenoten een biertje drinken, was het idee. Maar daar werd de beweging naar openheid geboren. Repping: „We constateerden dat er een enorme groei was geweest aan verschillende behandelingen voor dezelfde kwalen, maar dat niemand eigenlijk wist welke de beste waren.” Het leidde tot de beweging ‘Consortium’, waarin gynaecologen in zeventig ziekenhuizen nu de effectiviteit van een aantal behandelingen evalueren.

De eerste praktische resultaten zijn er al. Voorheen was bijvoorbeeld onduidelijk of een bevalling van vrouwen met een te hoge bloeddruk rond de uitgerekende datum snel ingeleid moest worden, of dat een gynaecoloog moest afwachten. Nu blijkt dat inleiden zorgt voor een sterke afname van ernstige ziekte bij de moeder plus 20 procent minder baby’s met een „slechte start”. Gevolg is dat gynaecologen bij dit soort problemen de bevalling nu snel inleiden. De kosten van de behandeling zijn gedaald, omdat er minder complicaties zijn. De gemiddelde behandelkosten zijn nu 7.000 in plaats van 8.000 euro: een verschil van 4,5 miljoen euro op jaarbasis.

Beide werken, kosten verschillen

De spreekkamer van Nino Tonch. Het Volendamse stel is toch wat verbaasd dat de arts niet weet wat ze het beste kunnen doen. Zij: „Dus uit dit onderzoek moet blijken wat beter is?” Tonch: „Ja, dat kun je zo zeggen, maar beide werken wel.”

Groot verschil zijn de kosten. Injecties kosten een paar honderd euro, de pillen een paar eurocent per stuk. Het stel kijkt elkaar even aan en besluit mee te doen aan de studie. De computer bepaalt in welke testgroep ze komen: prikken. De arts zal de komende negen maanden bijhouden of het stel vooruitgang boekt, en over een tijdje kunnen de resultaten van alle proefpersonen worden vergeleken. Uiteindelijk wordt duidelijk welke behandeling het effectiefst is, en is de kans groot dat de prik of de pil verdwijnt uit het ziekenhuis. Heeft het AMC in die twaalf jaar altijd twee behandelingen aangeboden voor IUI, terwijl niemand wist wat beter is? Jazeker. Tonch: „De geneeskunde is wat dat betreft vreemd. Eerst gebruikten we pillen, want er was niks anders. Toen kwamen er prikken op de markt die ook bleken te werken. Stapten artsen massaal over. Het is heel goed dat we nu eens nadenken over wat echt het meest zinvol is.”

    • Enzo van Steenbergen