Terug naar oorlogje spelen en jeugdhelden

Honderden kunstenaars studeerden af deze zomer. Wie springt eruit? Vandaag Thomas van Rijs van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag.

De kleine schilderijtjes waarmee Thomas van Rijs deze zomer afstudeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag zijn kwetsbaar en zoekend. Zijn grote schilderijen theatraal en zelfverzekerd. Branie spreekt ook uit zijn loden sculpturen.

Van Rijs: „In de grote schilderijen ben ik teruggegaan naar mijn jeugd in een klein boerendorpje: buitenspelen, soldaatje spelen. Ik speelde op zo’n braakliggend terreintje waar je als kind een eigen universum bouwt. De schilderijen zijn zulke gebieden.”

Op de grote werken staan gebouwen met vaak militaire accenten, zoals oorlogsschepen en vliegtuigen. Dat militaire hoort bij spelende jongens, zegt Thomas van Rijs (27). „Oorlog fascineerde me gewoon als jongetje, het avontuur.”

De grote schilderijen hebben wel iets van constructietekeningen – door de dunne schildering heen zijn met liniaal getrokken potloodlijnen zichtbaar. Van Rijs schildert geometrische constructies die functioneel lijken, al klopt het perspectief nooit helemaal. Met opzet. „Dat idee leen ik uit computerspelletjes die ik in de jaren negentig speelde, zoals Command & Conquer, Red Alert en The Sims.” De nog zichtbare potloodlijnen moeten het schilderij iets vluchtigs geven. „Als je het afschildert wordt het schilderij een echt object. Nu zou het kunnen bestaan, maar het blijft ook een schets. Onthullen, verhullen en dingen die soms niet en dan weer wel kloppen – dat komt steeds terug in mijn werk.”

Op een van de doeken heeft Van Rijs een aantal plateaus met vierkante buizen verbonden. Erop vind je behalve een landingsplaats voor vliegtuigen ook een pioniersschepje en een machete. Het komt bepaald surrealistisch over, maar zonder weelderigheid van vormen. Van Rijs houdt zijn fantasie met een liniaal in toom.

De beeldengroep van lood gaat over een van zijn jeugdhelden: Kapitein Scott, de poolreiziger. Midden in het lokaal liggen een loden pak op ware grootte, een paar beschermende handschoenen, een gasmasker, tassen, kokers en een kistje. „Het is een fictieve reconstructie van Scotts sterfplaats op Antarctica”, zegt Van Rijs. „Scott wilde het laatste continent ontdekken en stierf daar met zijn medereizigers. Het sluit aan bij dat jongetje met zijn eigen universum.”

Als derde onderdeel liet Van Rijs tekenachtige schilderijtjes op papier zien, die op een naïeve manier vertederen en sterk contrasteren met de grote doeken. Op één staan vier mannen die met touwen een ballon in toom houden, op een ander zweeft een man op een soort straalgestoelte door de lucht, en een derde is een zelfportret in de vorm van een rijtje pasfoto’s met neusslurf. Allemaal simpel in een paar grijstinten gepenseeld. „Ik verbuig banale op internet gevonden foto’s tot iets surrealistisch”, zegt Van Rijs. „Ik speel graag met de energie van een vreemd beeld zoals die ballonnen in een landschap.” Op de originele internetfoto proberen de mannen een giraf in toom te houden.

Thomas van Rijs is uitgekozen voor enkele ‘best of graduates’-exposities bij galeries. „Ik heb een mooi beginnetje gemaakt na vier jaar school. Dit jaar ga ik rustig voor me zelf aan de slag in een atelier in Amsterdam. Kijken hoe het gaat zonder begeleiding, deadlines en beoordelingen.” Geld verdient hij als kok. „Vind ik ook fijn als ontspanning: schilderen is fysiek zwaar.”

    • Dirk Limburg