Reizen met dingen die ‘bliep’ zeggen

Woerden heeft de primeur. Vanaf deze week is het station daar 24 uur per dag op slot. Treinreizigers en uitzwaaiers kunnen alleen naar binnen als ze inchecken. Er staat voorlopig wel een onverschrokken informatiemedewerker bij de poortjes om uitleg te geven.

Afgesloten stations vormen de laatste fase van de invoering van de ov-chipkaart. Een megalomaan IT-project dat ruim een miljard euro kostte en jaren vertraging opliep. Maar de eindbestemming is nabij. Per 9 juli werd het papieren treinkaartje afgeschaft: je kunt alleen op pad met ov-chipkaart of een kaartje met wegwerpchip dat een euro duurder is.

Zorgeloos reizen is er nog niet bij. Misschien ligt dat aan mij; ik was de sukkel die op zijn eerste treinreis naar de Studerende Zus in de Grote Stad drie verschillende kaartjes kocht: voor elke overstap één. Hoongelach was mijn deel.

Zo groen voelde ik me weer toen ik, op weg naar Brussel, aan een conducteur vroeg waar ik uit moest checken. In Rotterdam, waar de internationale trein vertrekt? Of moest ik uit de trein springen bij grensstation Roosendaal, uitchecken bij een paal en terugrennen naar het perron?

Twee conducteurs vertelden een ander verhaal, met een boete van veertig euro als gevolg. Waarom? Op het NS-forum zegt moderator Marjan dat je niet in- en uit hoeft te checken op weg naar het buitenland. NS International adviseert Businesscard-houders om een ‘internationaal vervoerbewijs te boeken vanaf het opstapstation’. Reizigersvereniging Rover zegt dat conducteurs internationale reizigers in Roosendaal vroegen in of uit te checken – onterecht.

Het lijkt onmogelijk om een uniform systeem te ontwikkelen voor een ov-aanbod dat zoveel uitzonderingen en tegenstrijdigheden bevat. Toch is het er. Op zoek naar de logica in de ov-infrastructuur wordt het me zwaar te moede. Toeslagzuilen. Overstapmeubels. Laadstations. In- en uitchecken. Nick & Simon. En dolende reizigers: mensen die overstappen van NS op Arriva klagen dat ze een boete krijgen als ze bij de juiste palen in de verkeerde volgorde uitchecken.

Hoe lok je treinmijders nog mee met een samenreiskorting als ze eerst een ov-chipkaart (7,50 euro) met tien euro saldo moeten kopen? Wat denken toeristen die 27,50 euro betalen om een station te betreden? Ze zouden een eenmalig kaartje met chip kunnen kopen, maar die mogelijkheid wordt niet enthousiast gepromoot.

Handiger was het, stellen de consumentenorganisaties, als de poortjes op de stations niet alleen een draadloze chip maar ook een papieren kaartje zouden accepteren. Dat systeem vind je in verschillende wereldsteden. Helaas: de ov-chipkaart is niet verzonnen om het de reizigers makkelijker te maken, maar de vervoerders. Zij hebben hun administratie op orde, zij kunnen bezuinigen op personeel, zij hebben minder last van zwartrijders en profiteren van niet geclaimde uitcheckboetes.

Meestal stemmen technologische vernieuwingen en dingen die ‘bliep’ zeggen me optimistisch. Leve de vooruitgang, weg met dat papier. Maar de ov-chipkaart lijkt een te bruusk afgestelde firewall, waarbij vergissingen altijd in het nadeel van de reiziger uitvallen. Was er maar een frisse start-up die een gebruiksvriendelijk, laagdrempelig systeem à la Uber bedacht. Niet voor taxi’s maar voor het openbaar vervoer. Motto: users first.

Rover vroeg of de ov-chipkaart zelf niet de korting op een traject uit kon rekenen – beter dan suf wachten met inchecken tot 8.55 uur, na de spits. Dat zou een fluitje van een cent moeten zijn voor een systeem dat al onze bewegingen kent. „Helaas; technische beperkingen”, kreeg Rover te horen. Users first, daarvoor is de ov-chipkaart niet gemaakt.

    • Marc Hijink