Pilsland heeft trek in speciaalbier

De bierconsumptie loopt al jaren terug. Toch groeit het aantal kleine brouwerijen in Nederland explosief. Maar: van dat zware speciaalbier drink je er geen tien op een avond.

Dorpsbrouwerij De Pimpelmeesch in Chaam is één van de 232 microbrouwerijen die Nederland telt. Foto’s Rien Zilvold

Helderse Jongens uit Den Helder, BrouwDOK uit Harlingen, De Vleeghel uit Veghel en Graafsch Genot uit Grave. Zomaar enkele van de maar liefst 37 bierbrouwerijen die dit jaar al zijn opgericht in Nederland.

Het aantal brouwers dat zich bezighoudt met ambachtelijk speciaalbier stijgt explosief. In 2003, toen de vereniging voor kleine brouwers, het Klein Brouwerij Collectief, werd opgericht, telde Nederland 64 microbrouwerijen. Intussen zijn dat er 232.

En dat terwijl de bierconsumptie in Nederland terugloopt. In 1990 dronk de gemiddelde Nederlander nog 90 liter bier per jaar, vorig jaar was dat 69,6 liter. De totale bierafzet bedroeg in 2013 bijna 11,7 miljoen hectoliter, zo blijkt uit cijfers van belangenbehartiger Nederlandse Brouwers. Dat is 3,6 procent minder dan in 2012.

„Nederland blijft een pilsland”, zegt Cees-Jan Adema, directeur van Nederlandse Brouwers. „Maar toch zie je dat mensen vaker voor speciaalbier of alcoholvrij of -arm bier kiezen.” Grote brouwerijen springen hier op in door met allerlei variaties op pils te komen.

Zo introduceerden bijna alle merken Radler, bier met citroenwater en een laag alcoholgehalte. Donker bier zit ook meestal in het assortiment. Evenals alcoholvrij bier. Dat heeft inmiddels een vaste plek verworven. Uit onderzoek van Nederlandse Brouwers blijkt dat vier op de tien bierdrinkers weleens alcoholvrij kiezen. En niet alleen omdat zij nog moeten rijden: één op de vijf drinkt het omdat hij het ‘gewoon lekker vindt’. Het ‘0.0%-segment’ boekte vorig jaar een omzet van 22,3 miljoen euro.

‘Craft beers’

Waar komt die explosieve groei van de microbrouwerijen ineens vandaan? De trend is komen overwaaien uit de Verenigde Staten. De craft beers, afkomstig van duizenden brouwerijtjes, zouden inmiddels bijna 15 procent van de Amerikaanse markt in handen hebben. Het segment groeit in de VS razendsnel en gaat ten koste van het marktaandeel van de gevestigde biermerken.

In Nederland zijn de acht grootste brouwerijen nog altijd goed voor zo’n 95 procent van de biermarkt. Het Klein Brouwerij Collectief (KBC) schat dat de ambachtelijke brouwers een marktaandeel hebben van zo’n 5 procent, Nederlandse Brouwers houdt het op 2 à 3 procent.

KBC telt 113 leden, variërend van bedrijven die al jaren bezig zijn en inmiddels behoorlijk naam hebben gemaakt – denk aan Brouwerij ’t IJ uit Amsterdam, die een brouwcapaciteit heeft van 20.000 hectoliter per jaar – tot kleintjes die honderd liter brouwen. Allemaal staan ze ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Maar niet iedere brouwer heeft een eigen brouwerij. De ‘brouwerijhuurders’ hebben een eigen recept en laten hun bier produceren bij een brouwerij.

Volgens voorzitter Constant Keinemans van het KBC willen consumenten méér dan pils of de „standaardspeciaalbiertjes”, zoals Duvel, Grimbergen of Leffe. Ook het feit dat speciaalbier een „authentiek streekproduct” is, speelt mee in de populariteit. Vandaar alle experimenten, die bij positieve reacties uit de omgeving niet zelden resulteren in de oprichting van een heuse brouwerij.

Lekker langzaam genieten

Het succes van de Nederlandse ‘craft beers’ is niet per definitie een bedreiging voor Heineken, zegt woordvoerder John-Paul Schuirink desgevraagd. „De consument gaat bewuster naar bier kijken. Dat geeft de hele sector een boost.” Bijkomend voordeel van de smaakontwikkeling van de consument is dat hij veelal bereid is meer te betalen voor bier.

„Vroeger lieten de grote brouwers ons onze gang gaan, met het idee: dat wordt toch nooit wat”, zegt Keinemans. „Toen het speciaalbier begon te groeien en groeien, waren ze zeer verbaasd. Qua hectoliters stellen we nog steeds niet veel voor, maar het neemt een vlucht.”

Keinemans zegt dat er „geen haat en nijd” is tussen de ambachtelijke brouwers en de grote brouwerijen. Die laatsten doen volgens hem dan ook niet moeilijk als een kroegbaas één of twee streekbieren wil tappen op de installatie van, bijvoorbeeld, Heineken. „Het is niet zo dat ze zich tegen ons wapenen. We werken zelfs samen, om bier beter in de markt te zetten. Zo organiseren we gezamenlijk de Week van het Nederlandse bier.”

Toch zit Heineken niet stil. Brand (onderdeel van Heineken) schrijft jaarlijks een wedstrijd uit waarbij hobbybrouwers wordt gevraagd een nieuw product te bedenken. Het winnende bier wordt in productie genomen. Dit jaar draaide de wedstrijd om wie de beste Indian Pale Ale – een hip, vrij bitter bier dat oorspronkelijk uit Engeland komt – kon bedenken. Ook het eigen Belgisch abdijbier Affligem past in de speciaalbiertrend.

Het ‘probleem’ van speciaalbier is het vrij hoge alcoholpercentage. Je drinkt er geen tien van op een avond. Daar hebben de ambachtelijke brouwers intussen wat op bedacht, zegt Keinemans. „Ze komen vaker met bier met een alcoholpercentage van rond de 6 procent. Het is leuk dat mensen meer speciaalbier drinken, maar als ze er maar één of twee van op kunnen ...”