Obama hielp arme zwarten niet

President Obama wil een president voor alle Amerikanen zijn. Maar de inwoners van Ferguson gingen er op achteruit.

Bij de tandarts. Dankzij ObamaCare kregen meer Amerikanen toegang tot gezondheidszorg. foto AFP

„Toen Trayvon Martin net was doodgeschoten dacht ik dat dit mijn zoon had kunnen zijn. Of: ik had 35 jaar geleden Trayvon Martin kunnen zijn”, zei president Obama in een gloedvolle, persoonlijke speech, toen vorig jaar zomer de burgerwacht werd vrijgesproken die de zwarte tiener Trayvon Martin in 2012 op straat had doodgeschoten. In meer dan 100 Amerikaanse steden waren mensen de straat opgegaan om tegen de vrijspraak te demonstreren.

De speech over Martin was een uitzondering. Meestal houdt Obama zich verre van het polariserende onderwerp ras. Maandag, even teruggekeerd van zijn vakantie en sprekend over de rellen in Ferguson na de dood door een politiekogel van de zwarte tiener Michael Brown, riep hij afstandelijk op tot kalmte en verzoening. En de president ondernam actie: hij heeft Justitie een onderzoek laten instellen, een autopsie van Browns lichaam bevolen en Minister van Justitie Holder naar Ferguson gestuurd.

Terughoudend in het openbaar, ondertussen maatregelen nemend. Dat lijkt in zijn tweede termijn wel vaker Obama’s strategie als het om de justitiële en economische achterstand van de zwarte bevolking gaat. In zijn speech over Trayvon Martin kondigde Obama onderzoek aan naar discriminatie in politiewetgeving (bijvoorbeeld in de omstreden ‘stand your ground’ en ‘stop and frisk’ bepalingen die Afro-Amerikanen onevenredig treffen), en hulp aan zwarte Amerikaanse jongens.

Onderpresteren

In februari van dit jaar lanceerde hij het My Brothers Keeper Initiative: 200 milljoen dollar om schooluitval en onderpresteren van Afro-Amerikaanse en Latino jongeren terug te dringen. Maar van het tegengaan van de diep verbreide cultuur van discriminatie bij de politie is niets terechtgekomen. Veel politiezaken zijn op staats- of lokaal niveau geregeld. Ook is het onderwerp gevoelig; een wetsvoorstel tegen inherente discriminatie in politiebevoegdheden kwam in het Congres niet van de grond.

In 2003, toen hij nog Senator was in Illinois, had Obama wél alle moeite gedaan een wet aangenomen te krijgen tegen politiediscriminatie. Toen kreeg hij voor elkaar dat de etniciteit van alle door de politie aangehouden automobilisten werd vastgelegd. Prompt daalde het percentage lukraak aangehouden Afro-Amerikanen; de agenten wisten dat er geteld werd.

Postraciaal Amerika

Toen Obama in 2009 aantrad, hoopten zijn zwarte kiezers dat postraciaal Amerika een feit zou worden. Ook in 2013, bij zijn tweede termijn, waren zwarte kiezers optimistisch over 'hun' president. Maar Obama zelf heeft steeds gezegd dat hij niet speciaal de president van zwart Amerika wilde zijn. „Het belangrijkste wat ik kan doen voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap is hetzelfde als wat ik voor de Amerikanen kan doen. En dat is: de economie op gang brengen en banen scheppen”, zei hij in 2009 bijvoorbeeld. Obamacare en het minimumloon waren pogingen de buitensporige ongelijkheid in het land terug te dringen. Ook het beëindigen van de verplichte lange straffen voor kleine drugsovertredingen komen de zwarte bevolking ten goede. Maar Het Witte Huis hoedt zich ervoor die maatregelen als specifiek op Afro-Amerikanen gericht naar buiten te brengen.

Dat kan ook komen doordat Obama’s maatregelen maar weinig uitrichtten tegen de economische crisis, die Afro-Amerikanen hard treft. Zij zijn er onder Obama op achteruit gegaan en het voorzichtige economische herstel heeft hen vooralsnog niet bereikt. 16 procent van de Afro-Amerikanen leeft nu onder de armoedegrens, tegen 12 procent in 2008. Het Amerikaanse werkeloosheidscijfer is gedaald naar 7 procent, maar onder zwarten is het nog steeds meer dan 12 procent. Algemeen geldt dat het zuiden, laagopgeleiden, minderheden en jongeren er door de crisis hard op achteruit gingen. De demonstranten in Ferguson vallen in al deze categorieën.

Het werkeloosheidscijfer in het stadje schoot omhoog van minder dan 5 procent in 2000 naar meer dan 13 procent in 2010. Werkenden zagen hun koopkracht met eenderde dalen. In de meeste wijken leeft rond eenvijfde van de bevolking op of onder de armoedegrens, bleek uit cijfers die het Brookings Instituut eerder deze week publiceerde. De strijd in Ferguson is een klassenstrijd, geen rassenstrijd, schreef basketbalster Kareem Abdul-Jabbar in een geruchtmakend opiniestuk op de site van Time Magazine.

Bij andere Afro-Amerikanen is het succesvolle rolmodel Obama ondertussen onverminderd populair. Nog altijd steunt 85 procent hem, blijkt uit Gallup peilingen, tegen een landelijk gemiddelde van 42%.