Met 100 mln kan Defensie hooguit het onderhoud verbeteren

Voor eerst in jaren krijgt Defensie er mogelijk geld bij: 100 miljoen euro. Maar als Nederland wil voldoen aan de afspraken binnen de NAVO, dan zal er nog ruim 5 miljard euro bij moeten.

Als het bedrag klopt dat circuleert rondom de huidige begrotingsonderhandelingen – 100 miljoen euro erbij – dan zou het voor het eerst sinds 2007 zijn dat het budget voor Defensie stijgt op de Rijksbegroting. Oude en nieuwe brandhaarden in de wereld, die een steeds directere bedreiging voor vrede en veiligheid van Europa vormen, hebben de geesten hiervoor rijp gemaakt. Helemaal na de bijna 200 Nederlandse slachtoffers bij het in Oost-Oekraïne neergehaalde passagiersvliegtuig van Malaysian Arlines.

Maar 100 miljoen euro is om een aantal redenen relatief. Ten eerste is het op de totale Defensiebegroting van 7,6 miljard euro beperkt. Voor 100 miljoen is de krijgsmacht nauwelijks echt te versterken. Zie de prijslijst op de pagina hiernaast: je koopt er slechts 1,3 JSF-toestel voor of drie Apachehelikopters.

In de tweede plaats loopt er sinds het eerste kabinet-Rutte al een enorm bezuinigingsprogramma voor Defensie, ter waarde van zo’n 1,3 miljard euro. De 100 miljoen erbij betekent dus hooguit een verlichting van die al geplande besparingen in de komende jaren. Al is het volgens een ingewijde bij de begrotingsbesprekingen wel de bedoeling dat de 100 miljoen nadrukkelijk wordt ingezet voor de verbetering van de „operationele inzetbaarheid” van de krijgsmacht. Denk aan onderhoud van materieel en de aanschaf van reserveonderdelen, zodat Nederland waar nodig en politiek gewenst, weer een bijdrage kan leveren aan vredesmissies.

Ten derde: ook met de 100 miljoen euro extra voldoet de Nederlandse Defensiebegroting nog altijd niet aan de NAVO-norm, die stelt dat lidstaten minimaal 2 procent van hun bbp aan Defensie uitgeven. Nederland zit daar ver onder: volgens het internationale SIPRI-instituut op 1,4 procent, volgens het Centraal Planbureau dit jaar op 1,24 procent.

Eind vorig jaar werd een motie van de ChristenUnie in de Eerste Kamer aangenomen. Senator Roel Kuiper riep daarin de regering op om duidelijk te maken wanneer Nederland weer denkt te kunnen gaan voldoen aan dat „ambitieniveau” van weleer. „Dat was nog vóór Noord-Irak en Oekraïne”, zegt Kuiper. De onschuldig geformuleerde motie werd gesteund door beide regeringspartijen VVD en PvdA. Een inhoudelijk antwoord heeft de Eerste Kamer nog niet gekregen; minister Hennis (Defensie, VVD) heeft beloofd dat met Prinsjesdag te zullen doen.

In de Tweede Kamer en aan de begrotingstafel een van de gesprekspartners van het kabinet, spreekt de ChristenUnie zich ook openlijk uit voor terugkeer naar de 2-procentsnorm. Maar, Kamerlid Gert-Jan Segers, beseft de consequentie daarvan. Dan zou er niet 100 miljoen bij moeten, maar een bedrag tussen de 5 en 6 miljard euro. Segers: „Dit is geen streven voor de korte termijn.”

    • Philip de Witt Wijnen