Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Meid. Durf te wonen

Ik begreep het succes van woonbladen nooit. Waarom zou je een abonnement op een tijdschrift als VT Wonen nemen als de boel al was ingericht? Maar gistermiddag snapte ik opeens dat je het inrichten van de eigen woning ook zo belangrijk kon maken dat het, als er verder niets is, ook helpt tegen depressiviteit en andere ongemakken.

We waren al wandelend in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer beland, op een pleintje met een Frans fonteintje aan de Hogeweg, waar de huizen groot en ruim zijn, jonge papa’s een buikje hebben waarover een kind in een tuigje hangt en bijna alle vrouwen op bakfietsen rijden.

Aan de leestafel in het buurtcafé zaten twee jonge moeders boven een brok Bretons brood met hele serieuze snuiten over ‘de inrichting’ te praten.

„Nou, de kogel is door de kerk”, trapte die met hoge laarzen af. „De plinten worden weggehaald, eindelijk. En de muur bij de eethoek doen we geel.”

De ander pakte haar mobiel en liet op haar beurt wat foto’s zien.

„Ik ben voor mijn gevoel juist in rustiger vaarwater beland in vergelijking met de hectische periode toen. Door hem heb ik alle muren antraciet laten schilderen en de houten vloer is glanzend gelakt.”

Hectische periode? Wat is er gebeurd, denk je dan als buitenstaander, maar haar vriendin wist het schijnbaar allemaal al wel en ging door over haar eigen muren.

„Die man vond het raar dat we latex op de muren deden, maar wij vinden het juist leuk om dat ruwe te laten zien.”

Daarna stelden ze elkaar over en weer vragen.

„Heb je die stoelen gehaald?”

„Ja, in Heerhugowaard. Hal transparant, rubberachtig.”

„Beddengoed?”

„Gewoon katoen.”

„Ik ook, gewoon katoen. Lekker fris!”

Ze vielen even stil, smeerden boter op brood en daarna zei die op hoge laarzen op een toon alsof ze iets heel belangrijks ging zeggen:

„Ik ben niet meer zo opruimerig. Ik heb nu zoiets van: laat maar lekker rommelen. Speelgoeddieren en zo geven je designstukken ook wat luchtigs.”

De andere vrouw maakte een wegwerpgebaar.

„Meid, durf te wonen!”

En toen meldde zich opeens een jongetje van een jaar of vijf bij de vrouw met die laarzen. Dure kleertjes om het lijfje, de scheiding precies op de goede plek.

„Mama, ik heb een vraag!”

Nu komt het, dacht ik, die wil natuurlijk een yezidi of iets anders onmogelijks voor zijn verjaardag.

Maar dat was niet zo.

„Mogen Victor en ik door de regen rennen?”

    • Marcel van Roosmalen