In Spoorwijk is niks georganiseerd. Ook de misdaad niet

De Beetsstraat in de Haagse Spoorwijk. Peter de Krom

Een goed georganiseerde bende, zei het Openbaar Ministerie, gebruikte de Quote 500 om rijke Nederlanders te beroven. De verdachten komen uit de Spoorwijk in Den Haag. Wie zijn het en hoe gingen zij te werk? „Je bent allemaal vrienden en rolt er onbewust in.”

Als de zwaailichten weg zijn

De onderkant van Nederland zie je meestal alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in de Schilderswijk in Den Haag, of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Je ziet woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten. Je kent de statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weer weg zijn?

NRC ging op zoek naar de werkelijkheid achter de cijfers in de Spoorwijk in Den Haag. Het is een arme probleemwijk, waar de bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. Dit de eerste aflevering van een serie: De jongens van de Beetsstraat.

door Freek Schravesande en Carola Houtekamer

Op vrijdagavond 28 september 2012 rijden drie mannen met een gehuurde Renault Mégane weg uit Den Haag. Om 19.41 uur stoppen ze voor het hek van een villa in Bergen, Noord-Holland. Een afluisterapparaatje onder de auto registreert wat ze zeggen.

„Dat is hem, hè?”
„Die heb een mooi stekje, die pik hoor.”
„Is kijken hoe dat ook alweer zat rondom.”

Een uur later stappen de mannen uit.

„Koevoet pakken?”
„Achterin.”
„Schroevendraaiers ook hier jongens.”

Om 21.18 uur stappen ze onverrichter zake weer de auto in. Geschrokken van gestommel in de villa zijn ze terug door de tuin over een slootje gesprongen. Een ladder, gevonden op het terrein, staat nog tegen het raam.

„Kom rijden.”
„Het stinkt als de kanker hierzo. Sloot of iets.”

Een van hen heeft een pijnlijk oog.

„Ik denk dat ik tegen een tak aan ben gelopen”.
„Dan moet je gewoon effe niet wrijven enzo.”
„Nee, maar een tak heb me geprikt weet je. Zo’n harde, waar je kerststukjes mee maakt.”

Oma kan nog net haar pantoffels meegrissen

Vijf dagen na de mislukte inbraak in Bergen omsingelen driehonderd agenten midden in de nacht de Haagse volksbuurt Spoorwijk. Een helikopter cirkelt boven de wijk, ME-busjes staan klaar, vrouwen in duster steken nieuwsgierig hun hoofd uit de deurpost. Ze worden naar boven gejaagd door politie te paard.

Die nacht, 2 oktober 2012, vallen arrestatieteams achttien huizen in de wijk binnen. Er worden negentien buurtgenoten tussen 20 en 42 jaar opgepakt en één oma, moeder van drie opgepakte jongens, die nog net haar pantoffels kan meegrissen. De buurtgenoten, van Marokkaanse en Surinaamse afkomst en autochtonen, worden verdacht van inbraken in huizen van de allerrijksten. Hun slachtoffers vonden ze in de Quote 500, de adressen kregen ze van een gemeenteambtenaar.

De ‘Quotebende’ ging de groep verdachten in de media heten. Leden van deze ‘geraffineerde bende’ braken in de vooravond in, als bewoners thuis waren en het alarm niet aanstond. De verdachten kregen celstraffen tot zes jaar, hoog voor inbraak. In een vonnis van 46 kantjes staan de getapte gesprekken tot in detail uitgewerkt. De meesten zijn in hoger beroep. De oma kreeg een jaar cel waarvan tien maanden voorwaardelijk wegens medeplichtigheid. Ze had haar huis, ‘het rovershol’, beschikbaar gesteld voor criminele activiteiten.

Politie en Openbaar Ministerie zijn tevreden. Buurt schoongeveegd, georganiseerde misdaad bestreden. Nederland is verlost van een maffiose, ‘in hoge mate georganiseerde’ bende.

‘Ik had goed moeten kijken op die kanker, hoe heet dat, Google Maps’

‘Bestemming bereikt’, zegt de TomTom. Een woensdag, eerder dat jaar, 20.06 uur. De Renault Mégane staat voor een villa in Renkum.

„Een dikke kanker Porsche Panamera.”
„Ja, dat is het denk ik. Een grote witte.”

Er is verwarring over het adres.

„Ik had net goed moeten kijken op die kanker, hoe heet dat, Google Maps.”
„Rij eens rustig bij deze weg.”
„Laat mij die TomTom proberen te doen, kankerding.”

Iets later: „Motor uit, gereedschap mee. Anders staan we veel te veel te draaien en te kutten bij die auto.”
„Dikke, doe dat buiten dan.”

Ook deze inbraak mislukt. De honden beginnen te blaffen en het lukt de mannen niet om langs het dubbeldraadse hek van twee meter hoog te komen.

Een georganiseerde bende? Jongens uit Spoorwijk die weleens zijn opgepakt, lachen. Enkele van hen staan midden op de dag te wachten op de stoep tot het koffiehuis open gaat.

Spoorwijk in cijfers

Aantal inwoners

Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde.

Samenstelling

Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst.

Besteedbaar inkomen

Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is hier 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank.

Opleiding

De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoog opgeleid.

„Waar blijft Rachid nou”, zegt Jerry, turend naar het einde van de straat. Jerry is een van de ‘Quotebendeleden’, veroordeeld voor witwassen van 16.000 euro en heling van een laptop. Van de inbraken is hij niet verdacht geweest, „daar weet ik niks van”. Niets in Spoorwijk, zeggen de jongens hier, is georganiseerd. Relaties niet, kinderen niet, misdaad niet. „Het komt op je pad.”

En zo komt de Quote 500 op het pad van de drie gebroeders L. en hun vrienden, als de Intertoys-catalogus voor Sinterklaas.

Leden van de Quotebende kennen elkaar al lang, vanaf hun vroegste jeugd. De buurt heeft ze samen zien opgroeien en kent ze als de jongens van de Beetsstraat. Ze voetballen bij de kooi, zitten bij elkaar in de klas, gaan samen baseballen en schaatsen, en verzamelen kerstbomen voor het veel te hoge vreugdevuur met Oud en Nieuw.

Kleur en afkomst lopen uiteen, maar één ding hebben veel van de jongens al vroeg gemeen: vader is er niet. Vader is vertrokken, heeft moeder ingeruild, of is aan de drank geraakt. Bij een paar van de jongens runde vader een illegaal gokhuis en vond een ander, moeder met zes zoons achterlatend in de bijstand.

De jongens spelen buiten op straat, tussen de eengezinswoningen. Op tienjarige leeftijd zijn er bij die sigaretten pikken bij de Albert Heijn – „toen die nog niet bij de kassa lagen”. Later hangen ze – zoals iedereen in Spoorwijk wegens gebrek aan café’s in de buurt – bij hun moeders thuis in de voorkamer. „Jongens aan tafel, moeder met een breiwerkje op de bank.” Van studeren komt het bij de meesten niet. Een ‘stuudje’ hoef je in Spoorwijk niet te zijn, de middelbare school is genoeg.

Eerder, bij een villa in Teteringen.

„Die trap, heb je die wel goed afgeveegd?”
„Ja, ik ga hem morgen wel halen.”
„Ja, maar ja, alles legt hier, in de auto. Dan moet ik daar gaan staan kutten, dat kankerding gaat dan maar niet dicht.”

Wijkagent Dick schrijft voor niks bonnen uit

Een populaire hangplek wordt de eettafel voor het raam aan de Hildebrandstraat, het ouderlijk huis van drie van de leden. De jongens spelen er Scrabble en Stratego of zitten achter de computer. De deur staat altijd open, vrienden lopen in en uit. „De zoete inval”, zegt de buurt. Ze kijken samen voetbal en het is altijd gezellig. Ook als de activiteiten minder onschuldig worden. Op de laptop – die ze dichtklappen als de politie langsloopt – googlen ze naar de waarde van horloges als ‘Rolex GMT master II’, ‘Cartier Santos 100’ en ‘Jorg Hysek’. En naar dure villa’s op Google Maps. Schroevendraaiers bij de Hornbach, trappetje in de achterbak.

Je kunt het tegen de overheid opnemen, maar het heeft toch geen zin

Alleen wijkagent Dick verpest weleens het feestje, „een echte nazi”. Dick schrijft voor niks bonnen uit, begrijpt de humor van de straat niet. Als de jongens tegen ’m zeggen: we weten waar je woont, zou hij toch moeten snappen dat dat een grapje is. Dick vertrekt.

Was dat het incident dat alles op scherp zette? Sommigen denken van wel. Vanaf juni 2012 zien ze met regelmaat iemand met een koffertje het pand aan de overkant binnengaan. Achter het raam verschijnt een grote lens. Ze worden geobserveerd, weten ze van een overbuurjongen die door de politie is benaderd.

Maar operatie Batman is dan al een tijd in volle gang. Die begon de recherche toen op de diamantbeurs in Amsterdam een gouden horloge werd aangeboden. De Rolex, opbrengst 8.500 euro, bleek gestolen van oud-LPF-minister Herman Heinsbroek. Nadat de jongste van de broers, die een uitkering heeft, voor duizenden euro’s sieraden bij een gewone juwelier in de buurt inruilt, is het oog op de Hildebrandstraat gericht. In de gehuurde Mégane plaatst de politie een peilzender en een afluisterapparaat.

In Teteringen, in de auto met de buit. De bewoner rook onraad.

„Hij liep de trap op, ja, wat moet ik dan doen, dan moet ik jullie toch roepen?”
„Dat kistje gaan ze pas jaren later vinden. Dat geldkistje heb ik in de heg gestopt.”
Ze bekijken een horloge met glimmende steentjes.
„Zijn toch baquetjes?”
„Kost 120 ruggen, gek”
„Het is wel een GMT Master, he.”
„Ja, een GMT Master met baquetjes ja, die kost een partij geld.”

Van wie heeft die Erik Staal van Vestia eigenlijk zijn geld?

Meer over Spoorwijk

Deze reportage is de eerste in een reeks artikelen over het leven in de Haagse Spoorwijk. Alle afleveringen zijn hieronder te vinden. Abonnees van NRC Next lezen die gratis, niet-abonnees betalen een klein bedrag.

In Spoorwijk is niks georganiseerd. Ook de misdaad niet (19/8)
Een Spoorwijker schijt niet in zijn eigen nest (20/8)
Sommigen kopen geen verse spullen omdat ze toch geen koelkast hebben (21/8)
De zon schijnt, maar er is niemand in het park (22/8)
De moeders houden Spoorwijk bij elkaar (25/8)
Het strakke ritme van het arbeidscontract knelt hier niet (26/8)
Etalages met Polskie produkty, dat zie je er nu (27/8)
Spoorwijk geeft Vestia een trap onder de bips (28/8)
Regel één: niemand verraadt zijn buren (29/8)
Je ziet me toch niet (30/8)

Stelen mag niet, dat weten de bewoners van Spoorwijk ook wel. Maar als je nou niemand pijn doet? En als je nou alleen steelt van de rijken? „Die hebben hun geld vaak ook niet eerlijk verdiend”, zeggen Spoorwijkers die je ernaar vraagt. „En van wie heeft die Erik Staal van Vestia eigenlijk zijn geld?” Hij zit op Bonaire, zij in de tochtige woningbouwhuisjes van Vestia die hij heeft achtergelaten en die maar niet worden opgeknapt. Voor de buurt, grinniken sommigen, was de Quotebende een soort Robin Hood. „Al gaf die het daarna wel weg.”

Als Rachid van het koffiehuis is gearriveerd met de sleutel, zitten de stoelen rond de pokertafel achterin snel vol. Jerry speelt samen met Turkse en Marokkaanse jongens een potje Partshi, „een soort Mens-Erger-Je-Niet”. Ze drinken muntthee.

„Toen ik vastzat moest mijn auto in de opslag”, moppert Jerry. „Wist jij dat je dan de autoverzekering gewoon moet doorbetalen?” Het openstaande bedrag is inmiddels opgelopen tot 2.400 euro. „Hoe moet ik dat nu weer betalen dan? Moet ik iemand overvallen dan?”

„Je kunt het tegen de overheid opnemen, maar het heeft toch geen zin”, zegt Boa (32), van Marokkaanse komaf. Toen zijn jeugdvriend Jan, ook lid van de Quotebende, van witwassen werd verdacht, heeft Boa nog geprobeerd de rechter van zijn onschuld te overtuigen – hij had het bedrag eerlijk gewonnen bij het Holland Casino. „Maar ik werd niet geloofd.”

Dat de jongens een „geraffineerde” bende zijn gaan heten, met een hoge organisatiegraad, vinden ze onzin. „Je bent allemaal vrienden, je rolt er onbewust in, van jongs af aan.” Veel jongens in Spoorwijk doen wel eens een handeltje, zeggen ze, wie niet? Eén: „Maar ik ben alleen parttime-crimineel.” Lachend: „Ik heb een nul-urencontract.”

De Spoorwijk in Den Haag. Foto: Peter de Krom