‘Het gaat juist goed met de honingbij’

Dat zei oud-rijksbijenteeltconsulent Kees van Heemert vorige week in de Volkskrant

illustratie

De aanleiding

Het gaat slecht met de bijen, zo was te lezen in de Volkskrant in een kookcolumn over bramenflensjes met honing.

Dat klopt niet, reageerde oud-rijksbijenteeltconsulent Kees van Heemert in een ingezonden brief. ‘Feit is juist dat het goed gaat met de honingbijen, ook al is er uiteraard weleens een minder goed jaar.’ Ook schrijft hij: ‘De honingbijen zouden op sterven na dood zijn. Hoe kan het dan dat er dit jaar grote honingoogsten zijn en er een normale sterfte van bijenvolken na de winter is?’

We checken of het goed gaat met de Nederlandse honingbij.

En, klopt het?

Elke winter gaan bijen op ‘overlevingsmodus’ in bijenkasten bij de imker. De insecten bewegen weinig en eten zo min mogelijk van de suikers die zijn opgeslagen in de honingraten. Pas wanneer het voorjaar aanbreekt, vliegen de bijen weer uit, op zoek naar voedsel.

Tenminste, zo hoort het te gaan. Tot een paar jaar geleden kwam ruim 20 procent van de bijenvolken de kast niet meer uit. Ze overleefden de winter niet.

Nu is het normaal dat een klein deel van de bijenvolken sterft in de winter. Maar dit percentage was ongewoon hoog.

Er zouden verschillende oorzaken zijn. Afname van de biodiversiteit, landbouwpesticiden. En er is varroamijt, die ervoor zorgt dat bijenvolken verzwakken en niet meer bestand zijn tegen winterkou.

Maar vorig jaar daalde de bijensterfte plotseling. Uit cijfers van COLOSS, een internationaal onderzoekersnetwerk, werd duidelijk dat zo’n 15 procent van de volken de lente vorig jaar niet haalde. Ook de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV) en Wageningen Universiteit (WUR) hielden een enquête onder imkers. En ook daaruit bleek een afname: de bijensterfte zou nog boven de 10 procent uitkomen.

Deze winter bleef het landelijk sterftepercentage volgens cijfers van COLOSS zelfs steken op 8,5 procent. WUR en NBV meldden dat 9,2 procent van de honingbijen de winter niet overleefde.

Volgens verschillende cijfers is de sterfte de afgelopen twee jaar dus gedaald. Maar de oorzaak van de daling, en of het goed gaat met de honingbijen, daarover verschillen de meningen:

Tjeerd Blacquière, bijenonderzoeker aan de Wageningen Universiteit, beaamt de uitspraak van Van Heemert. „Het is goed dat hij wat tegengeluid geeft tegen de rampscenario’s die worden geschetst.” De WUR verspreidde eerder een folder met informatie over het bestrijden van de varroamijt. Een betere bestrijding kan volgens Blacquière een verklaring voor de daling zijn. „Maar dat kan ik niet bewijzen. Het kan ook met factoren te maken hebben waar wij niets van weten.”

Frank Moens, woordvoerder van de NBV geeft Van Heemert „deels gelijk”. Ja, veel bijen hebben de winter overleefd en dankzij het goede weer was er een grote honingoogst. „Vooral voor de lindenhoning is het een prachtig jaar.” Maar Moens vindt het te vroeg om te zeggen dat het beter gaat. „Honingbijen kunnen als gevolg van de varroamijt alleen in ons land leven dankzij de zorg van imkers. Voorheen kwamen bijenvolken ook gewoon in het wild voor en werd slechts een deel door imkers gehouden.”

Romée van der Zee van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek, tevens voorzitter van de epidemiologische werkgroep van COLOSS, vindt dat Van Heemert „wat badinerend over het probleem van de bijensterfte” spreekt. De lage sterftecijfers zijn volgens haar te danken aan het koude voorjaar in 2013, waardoor de varroamijt zich minder kon voortplanten, en door de warme winter die daarop volgde, waardoor ook zwakke volken de winter doorkwamen. „Het is niet zo dat imkers de varroamijt beter bestrijden.”

Ze verwacht dat de cijfers volgend jaar weer stijgen: „Door het warme voorjaar in 2014 gebeurt het omgekeerde; de varroamijtpopulatie kon zich al vroeg ontwikkelen tot een schadelijk niveau. We zullen het afwachten.”

Conclusie

Het ging jarenlang niet goed met de honingbij. Veel insecten overleefden de winter niet. Maar volgens verschillende metingen is de sterfte de afgelopen twee jaar gedaald. Het is echter te vroeg om te spreken van een trend. We beoordelen de stelling als niet te checken.

    • Romy van der Poel