Financiële druk helpt fascisten

Liever aanpak die niet werkt overboord gooien dan Le Pen in het Elysée, schrijft Melvyn Krauss.

Als één volk dient te beseffen dat financiële druk die uit het buitenland wordt opgelegd het binnenlands fascisme kan bevorderen, zijn het wel de Duitsers. De meeste historici voeren de opkomst van het nationaal-socialisme in Duitsland in de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog terug op de zware herstelbetalingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog door de geallieerden werden opgelegd.

Toch eisen juist de Duitsers nu financiële druk op de economisch zwakkere landen van Europa om deze in de huidige crisis tot financiële en structurele hervormingen te bewegen. Maar ze moeten niet verbaasd zijn als ze in plaats van de gewenste hervormingen Le Pen in Frankrijk, Grillo in Italië en de Gouden Dageraad in Griekenland krijgen.

De fascisten boeken overal in Europa winst in de stemhokjes – en een van de belangrijkste redenen is de hardnekkige financiële druk uit het noorden en de economische gevolgen die deze heeft. Het middel blijkt erger dan de kwaal. Europa’s dringendste probleem is een halt toe te roepen aan de winst van de populistisch-fascistische partijen, iets wat een bijna onmogelijke taak zal blijken als de EU in een nieuwe recessie vervalt.

In Italië is het al zover en andere landen konden weleens volgen. Zelfs Duitsland zal misschien binnenkort in een recessie belanden. Als het in het derde kwartaal geen groei laat zien – en gelet op de Poetinsancties is krimp niet uit te sluiten – is het ook daar zover. De Duitsers moeten hun hele benadering van de achterblijvers met hervormingen nog eens overwegen.

In plaats van financiële druk uit te oefenen, zou Europa financiële prikkels moeten bieden om de zwakkere – en sterkere – landen te bewegen de benodigde hervormingen door te voeren. In deze wereld is soms meer te bereiken met honing dan met azijn.

Berlijn zou een grand bargain, een breed akkoord tussen de Europese Centrale Bank en de trage hervormers in Europa, moeten ondersteunen. De ECB zal de monetaire versoepeling voortzetten, met inbegrip van een verruiming van de geldhoeveelheid, als de achterblijvers zich aan een programma van structurele hervormingen verbinden. Sceptici zullen misschien tegenwerpen dat de trage hervormers gewoon ‘de centen in hun zak kunnen steken’ – hoe kan zo’n akkoord worden afgedwongen? Mijn antwoord is dat Europa het er gewoon maar op moet wagen.

De ECB heeft de dure plicht haar inflatiemandaat te handhaven. Door nu achter te blijven bij de inflatiedoelstelling, loopt de centrale bank een reëel gevaar haar geloofwaardigheid te verliezen. Dat is onaanvaardbaar. Ze heeft geen andere keuze dan in te grijpen, met of zonder akkoord.

Liever een aanpak die niet werkt overboord gooien, dan mevrouw Le Pen in het Elysée (ze ligt voorop in de peilingen) en een nieuwe Mussolini in het Palazzo Chigi.

De huidige Europese leiders moeten stilstaan bij het interbellum; als de geallieerden maar zo wijs waren geweest om de herstelbetalingen te verzachten, zou de wereld misschien heel veel verdriet, tragiek en gruwel bespaard zijn gebleven.

    • Melvyn Krauss