Ademloos naar gouden medaille

Zweedse sprintster Sarah Sjöström (21) verbaast de zwemwereld met fabelachtige wereldrecords

Sarah Sjöström tijdens de 50 meter vlinderslag in Berlijn. De Zweedse behaalde gisteren op de EK goud. Inge Dekker werd vierde. Foto AFP

Ulrika Sandmark, de Zweedse bondscoach, vertelt het alsof ze een medisch bulletin voorleest. „Sarah is gestopt met ademhalen.” Voor de goede orde: dat geldt alleen tijdens de 50 meter vlinderslag van Sarah Sjöström. Na de finish stelt ze, meestal met een euforische overwinningbrul, haar longen weer in werking.

Vijftig meter sprinten onder water – op de zwaarste slag die het zwemmen kent. Bij de EK zwemmen in het Velodrom van Berlijn is het Zweedse wonderkind bijna een kermisattractie. Ongeëvenaard in haar prestaties, alsof ze in een ander tijdperk zwemt dan haar tegenstanders.

Neem gisteravond. Tien minuten nadat ze zich probleemloos had geplaatst voor de finale van de 100 meter vrije slag, stond ze alweer op het startblok voor de 50 vlinder. Nog geen 25 seconde later had ze goud. „Ze is een fenomenale zwemster”, zegt haar landgenote Therese Alshammar, nog meer dan Sjöström een grootheid in Zweden. En Sjöström beperkt zich niet tot de vlinderslag: inmiddels is ze ook op de vrije slag sneller dan de olympisch kampioene op de 50 en 100 meter, Ranomi Kromowidjojo.

Ze komt niet uit de lucht vallen, Sarah Sjöström (21) uit Salem, bij Stockholm. Dat deed ze wel op die koude avond van 22 maart 2008, bij de EK in Eindhoven. Favoriete Inge Dekker wist destijds niet wat haar overkwam toen ze op de finish van de 100 vlinder voorbij werd gezwommen door een onbekend blond meisje. Veertien jaar was Sjöström. „Een wereldtopper in wording”, wist Dekker meteen.

Een jaar later, op de WK in Rome, zwom Sjöström, net 15, haar eerste wereldrecords op de vlinderslag. En dat voor een meisje dat, als kind, het water haatte. Ze vond het koud en nat en bij haar eerste trainingen was ze vaker onder de douche te vinden dan in het zwembad.

Maar ze sloot vrede met het water, tot geluk van de zwemwereld. Sjöström heeft het ideale lijf: 1,86 meter lang, 68 kilo zwaar, oersterk, lenig als een waterslang. In Berlijn zwemt ze deze week zeven nummers, met zeventien starts. Zelf denkt ze dat ze veel baat heeft bij de trainingen met mannelijke collega’s. Met haar Britse coach Carl Jenner, die haar al negen jaar begeleidt, zwemt ze sinds anderhalf jaar in het nationale trainingscentrum van Stockholm. Altijd traint ze met mannen die veel sneller zijn dan zij. „Ik denk dat ik de juiste trainingsmethode heb gevonden”, zegt ze in de kelders van het Velodrom in Berlijn. „Ik voel mezelf altijd heel langzaam op de training. Als de wedstrijd komt blijk ik veel sneller dan ik dacht.”

Sjöström overtrof haar eigen verwachtingen de afgelopen jaren zo vaak dat ze eigenlijk nergens meer van opkijkt. „Ik verbaas mezelf zo vaak dat ik niet meer verbaasd ben”, zegt ze met een glimlach. „Ik weet niet waar mijn grenzen liggen.”

Collega’s uit het Zweedse team lopen met haar weg. „Ze is als een goede vriendin, ze helpt me te kalmeren ”, zegt Louise Hansson, die maandag met Zweden estafettegoud haalde op de 4x100 vrij, voor Nederland. „Ze is een geweldige sportvrouw, echt een idool. Haar geheim? Keihard trainen. Ze wil heel graag winnen.”

Volgens bondscoach Sandmark is Sjöströms coach Jenner één van de belangrijkste succesfactoren. „Carl kent haar door en door. Hij heeft Sarah altijd veel verschillende nummers laten zwemmen. En hoewel ze al heel jong wedstrijden won, heeft hij haar het nooit geforceerd met haar.”

Het is haar aan te zien, want ondanks de spartaanse trainingsarbeid spat het enthousiasme er nog steeds vanaf, ook zes jaar nadat ze de wereld verbaasde in Eindhoven. Gisteren was ze weer als een kind zo blij met haar Europese titel.

Vorige maand trok Sjöström alle registers open, bij de nationale kampioenschappen in Borås. Op de 50 vrij zwom ze als eerste vrouw in een badpak van textiel onder de 24 seconden (23,98), onder het wereldrecord van Kromowidjojo (24,05).

Op de 50 vlinder – geen olympisch nummer – sloeg ze nog veel harder toe: op dat ene baantje hapte ze ruim een halve seconde uit het vijf jaar oude wereldrecord van landgenote Alshammar, die destijds ook nog zwom in een pak dat inmiddels verboden is, omdat het zwemmers hoger liet drijven. De zwemwereld vergeleek Sjöströms record met de prestatie waarmee Bob Beamon in 1968 een ander tijdperk binnen sprong.

Bondscoach Sandmark heeft een verklaring voor de reuzesprongen die Sjöström het afgelopen jaar maakte. „Ze is fysiek sterker geworden doordat ze veel meer krachttraining heeft gedaan. En de 50 vlinder neemt ze pas sinds dit jaar serieus. Ze heeft haar race aangepast: vroeger haalde ze één keer adem, nu niet meer. Ze gaat dus nog vlakker door het water.”

Sjöström heeft een geheel eigen kijk op haar nieuwe raceplan. „Op de training ben ik gaan oefenen om mijn adem in te houden omdat ik steeds achter die mannen zwem. Als ik mijn mond open, adem ik alleen maar water in.”

De Zweedse is dus nu al in vorm voor Rio (2016). Maar ze twijfelt er niet aan dat haar grote concurrent Kromowidjojo, die Berlijn overslaat na een moeizaam seizoen, terugkeert aan de wereldtop. „Ik hoop het. Ranomi houdt nog steeds van zwemmen, dus dat komt wel goed. Het zal een mooi gevecht worden op de vrije slag, met haar, met Cate Campbell en Francesca Halsall. Maar in Rio zal ik beter zijn dan nu.”

    • Rob Schoof