Waarom bouwen Joodse kolonisten nederzettingen?

Schrijver Assaf Gavron staat in politiek opzicht lijnrecht tegenover Joodse kolonisten. In zijn nieuwe boek De nederzetting kruipt hij in hun huid.

‘Kijk naar het uitzicht. Haal diep adem. Dit is Israël.’ Wat beweegt Joodse kolonisten om een illegale nederzetting te bouwen in de bezette gebieden, waar ze wel bescherming van het Israëlische leger krijgen, maar ook zelf wapens dragen?

De nederzetting van Assaf Gavron suggereert dat het antwoord deels ligt in de aantrekkingskracht die uitgaat van steenachtige heuvels met oeroude olijfbomen, grenzend aan de woestijn – dit is het illustere landschap waar je bij wijze van spreken ieder moment verwacht een stem uit een brandende braamstruik te horen, en als je om hier te wonen je auto met veiligheidsglas moet uitrusten omdat de Palestijnen stenen gooien, dan moet dat maar.

Gehoorgevend aan ‘de ware zionistische pioniersgeest’ zetten de kolonisten hun caravans dus op onherbergzaam terrein, voor stroom aangewezen op een haperende generator, waarna ze proberen hun voorpost uit te bouwen en een infrastructuur te ontwikkelen. Dat ze het recht aan hun zijde hebben, daarover geen twijfel. Dit is het Beloofde Land.

Het fictieve Maälè Chermesj C is zo’n voorpost op de bezette Westelijke Jordaanoever. De bewoners zijn orthodoxe joden, deels geboren in Israël, deels emigranten. In Gavrons roman volgen we hun wederwaardigheden in de loop van een jaar. De jonge nederzetting wordt voortdurend in haar bestaan bedreigd, minder door de naburige Palestijnen dan door de ontruimingsbevelen die de eigen regering onder internationale druk uitvaardigt.

De kolonisten weten ontruiming telkens af te wenden, gebruikmakend van bureaucratische procedures als het kan en van fysiek verzet als het moet. Hun lot is verbonden met een krachtenspel van binnen- en buitenlandse politiek, het leger, de media, linkse en rechtse organisaties, en rijke Amerikaanse weldoeners. Bij alle zionistische idealen is opportunisme toch onvermijdelijk: wanneer zowel de eigen nederzetting als de naastgelegen olijfgaard van een Palestijnse boer moet wijken voor de bouw van de beruchte scheidingsmuur, staan de kolonisten zij aan zij met vredesactivisten om de bulldozers van het leger tegen te houden.

De nazi’s zouden trots zijn geweest

Vooral ten opzichte van het leger hebben de kolonisten een ambivalente houding. Voor hun veiligheid zijn ze afhankelijk van dezelfde dienstplichtige militairen die ze beschimpen wanneer er weer een ontruiming dreigt: ‘De nazi’s zouden trots op jullie zijn geweest!’

In De nederzetting staan twee bewoners centraal, twee broers die nauwelijks méér van elkaar zouden kunnen verschillen. Gabi Cooper, die zich Gavriël Nechoesjtan noemt sinds hij neo-orthodox is, een harde werker, bij iedereen geliefd om zijn behulpzaamheid. En Ronni Cooper, zijn oudere broer die bij hem is ingetrokken omdat hij in zijn pogingen ‘zichzelf vanuit persoonlijk oogpunt te ontplooien’ (wat betreft geld en seks) zoveel schulden heeft gemaakt dat hij beter een tijdje onvindbaar kan zijn.

Religieus worden in de gevangenis

De broers hebben op jonge leeftijd hun ouders bij een aanslag verloren en zijn in een kibboets grootgebracht. Vroeger was het de oudere broer die de jongere beschermde; nu is Ronni afhankelijk van Gabi. Herhaalde gevallen van ‘kortsluiting in de bovenkamer’ brachten Gabi in de gevangenis, waar hij de innerlijke rust van diep beleefde religiositeit leerde kennen. Ronni klom tot grote hoogte als belegger op Wall Street, handelend met voorkennis, rondom handtekeningen vervalsend, en hij is diep gevallen.

De nederzetting komt traag op gang en eindigt in een ongelukkig gekozen klucht. De stijl staat volledig ten dienste van het vlotte vertellen; de keerzijde daarvan is dat de formulering nooit verrast. Het grootste bezwaar zit in Gavrons overtollige verhaalwendingen en personages. Het middendeel van de roman – de levensloop van de broers – is echter zeer sterk, daar toont de auteur dat hij echt iets te vertellen heeft.

Assaf Gavron (1968) maakt deel uit van de Israëlische vredesbeweging en staat in politiek opzicht lijnrecht tegenover de kolonisten. Het is zijn grote verdienste dat die laatsten in zijn boek beslist geen karikaturen zijn, maar levensechte personages, die begrip opwekken. Een van de thema’s van De nederzetting is verzoening, en verzoening begint altijd met empathie. Het lijkt erop dat Gavron dit boek heeft geschreven in het besef dat mensen zich eerder door een voorbeeld laten leiden, dan door de rede.

    • Marco Kamphuis