Terreur, landjepik verlammen Kenia

Strijders van Al-Shabaab terroriseren de kuststrook. Of spelen de autoriteiten een vuil spel?

Terreur langs de kust

De kuststrook van Kenia is deze zomer getroffen door een golf van terreur, met meer dan tweehonderd doden. Onder de bevolking bestaat grote ongerustheid, de lokale verhoudingen zijn op scherp komen te staan en de vrees groeit voor nog meer geweld over stamafkomst en grondbezit in de regio. Zelfs over de vraag wie achter de aanslagen zit, bestaat onenigheid. De Somalische terreurgroep Al-Shabaab heeft de verantwoordelijkheid voor de aanslagen opgeëist. Maar opmerkelijk genoeg heeft de Keniaanse president Uhuru Kenyatta die claim verworpen. Hij geeft de oppositie onder leiding van oud-premier Raila Odinga de schuld.

Een hoop opgestapelde koraalstenen ligt vlak bij het witte palmenstrand van de Indische Oceaan. „Die stenen zijn om naar politieagenten te gooien als ze ons van ons land komen verdrijven. Alle conflicten langs de kust draaien om grondbezit”, zegt de landactivist Wanyape Mrima.

Mrima woont al een halve eeuw op een stuk grond, vijftig kilometer ten noorden van de havenstad Mombasa. Het land was eerst eigendom van Arabieren, toen van de regering en vervolgens van een rijke zakenman in de hoofdstad Nairobi.

„Landroof begon al honderd jaar geleden. We hebben alles geprobeerd om dit historische onrecht recht te trekken. Maar tevergeefs. En nu is mijn enige redding om Al-Shabaab te hulp te vragen”, zegt Mrima.

Verzen uit de koran

In de avond van 15 juni, juist toen voetbalfans voor de tv kropen voor een WK-wedstrijd, vielen veertig zwaar bewapende mannen Mpeketoni aan, een stadje driehonderd kilometer ten noorden van Mombasa. Zonder dat ze tegenstand kregen van veiligheidstroepen, vernietigden ze negen uur lang gebouwen en doodden 59 inwoners. Alle kenmerken wezen op een actie van Al-Shabaab: de aanvallers wapperden met zwarte vlaggen en vroegen de inwoners om verzen uit de koran te citeren. De volgende dagen deden ze nieuwe aanvallen in de omgeving en verspreidden pamfletten met de leuze: ‘Moslims sta op en vecht om christenen uit de kuststreek te verdrijven’.

Al-Shabaab zei achter de aanvallen te zitten, net zoals ze vorig jaar september de verantwoordelijkheid opeiste voor de spectaculaire aanslag op het winkelcentrum Westgate in Nairobi en de tientallen kleinere terreuracties die daarop volgden. Maar tot ieders verbazing sprak president Kenyatta de claim van Al-Shabaab tegen en beschuldigde hij de oppositie in eigen land ervan de aanval op de stad Mpeketoni te hebben geregisseerd. „Dit was niet Al-Shabaab. De aanval was goed voorbereid en uitgevoerd, politiek gemotiveerd en gericht op een specifieke Keniaanse gemeenschap”, zei hij.

President Kenyatta bedoelde dat leden van de Kikuyu, de stam waartoe hij behoort, doelwit waren. De meeste inwoners van Mpeketoni zijn Kikuyu’s, en dat is geen toeval. In 1968 kregen ze er van de toenmalige president Jomo Kenyatta, de vader van de huidige president, grote stukken land. Tot ergernis van de bevolking. De aanvallers in Mpeketoni hadden de meest gevoelige snaar van Kenia geraakt: oneerlijk verdeelde grond en de politieke dominantie door de Kikuyu, de grootste stam van Kenia.

De Keniaanse kuststrook is een miniatuur van de tribale spanningen in het land en het ongelijke grondbezit. Duizend jaar geleden kwamen op de moesson Arabieren aanvaren. Ze vestigden en vermengden zich met de plaatselijke bevolking, waaruit de Swahili bevolkingsgroep ontstond.

De sultan van Zanzibar bestuurde het gebied tot de Britse kolonialen en later de onafhankelijke Keniaanse regering de kuststrook overnamen. Rijke en corrupte politici van het binnenland roofden er grote stukken land en hervestigden er hun stamgenoten. De oorspronkelijke kustbewoners worden nu in aantal overtroffen door Kenianen uit het binnenland.

De lijst van eigenaren van de afgerasterde stukken land leest als een who is who van de hebzuchtige Keniaanse elite. De grootste landeigenaar van Kenia is Uhuru Kenyatta, ook aan de kust bezit zijn familie veel grond en toeristenhotels.

„Geschillen over grondbezit kunnen altijd overal ontploffen in Kenia. Land speelt bij ieder conflict geheid een rol”, zegt pater Gabriël Dolan van de mensenrechtengroep Haki in Mombasa. „In Mombasa is het probleem acuut omdat meer Kenianen uit het binnenland eigendomsakten bezitten dan de kustbewoners zelf”.

Dat roept de vraag op waarom deze landproblemen in de vijftig jaar sinds de onafhankelijkheid nooit werden aangepakt. „De Keniaanse politieke elite zelf doet het meeste aan landjepik en wil het dus niet aan de orde stellen”, antwoordt Dolan.

Khalef Khalifa is hoofd van de islamitische mensenrechtenorganisatie Muhuri in Mombasa. Iedere ochtend wanneer hij inzijn auto stapt, kijkt hij schichtig om zich heen of hij geen moordenaars ziet. „Nog nooit heb ik me zo onveilig gevoeld”, zegt hij. „Het lijkt wel of er een gewapende opstand is begonnen aan de kust”.

Zijn organisatie Muhuri hield zich de afgelopen jaren bezig met onderzoek naar islamitisch radicalisme, aangewakkerd door de omstreden invasie van het Keniaanse leger in 2011 in Somalië en de moorden op ten minste twintig radicale imams en moslimpredikers in Mombasa door hoogstwaarschijnlijk de Keniaanse veiligheidsdienst. „Ik heb geen idee wie er bij deze golf van geweld aan de touwtjes trekt”, zegt Khalifa. „De situatie loopt uit de hand”.

Sommige misnoegde kustbewoners juichten de aanval op Kikuyu’s in Mpeketoni toe. Enkele Kikuyu politieagenten wilden wraak nemen op de lokale bevolking, maar hun collega’s van andere stammen weerhielden hen daarvan. Vorige week vielen gemaskerde mannen een woonwijk in Mombasa binnen met vooral Luo’s, de stam van oppositieleider Odinga. Ze doodden vier inwoners en verspreidden pamfletten waarin ze de aanval opeisten als wraakactie van Kikuyu’s tegen Luo’s wegens Mpeketoni.

De veelal corrupte politie lijkt niet opgewassen tegen de terreur, vrijwel nooit worden er verdachten opgepakt. Sommige analisten spreken over de ineenstorting van het veiligheidsapparaat. Zo raken Kenianen ondergedompeld in een paranoïde stemming van angst en wantrouwen.

Internationaal Strafhof

„President Kenyatta moet de top van de veiligheidsdiensten ontslaan wegens incompetentie”, zegt mensenrechtenactivist Khalifa. „Maar hij doet het niet, want ze zijn van zijn Kikuyu stam. En hij kan ze niet ontslaan, want zij weten alles van de vermeende misdaden [van verkiezingsgeweld, red.] waarvoor de president zich momenteel bij het Internationaal Strafhof in Den Haag moet verantwoorden”.

Zo blijft de identiteit van de aanvallers onbekend. Zijn het Somalische strijders van Al-Shabaab? Of strijders van Al-Hijra, de in Kenia opgezette tak van Al-Shabaab? Volgens bronnen bij de veiligheidsdienst wordt deze groep geleid door de tot de islam bekeerde Kikuyu Idriss Kamau. Of zijn de aanstichters Keniaanse politici die de toch al verhitte machtsstrijd tussen Kenyatta en Odinga willen aanwakkeren? Eén ding is wel duidelijk: de terroristen zijn er in geslaagd de Kenianen tegen elkaar op te zetten.

    • Koert Lindijer