Liever laat een kind én een carrière

Na de vele reacties op het stuk van Nina Schuttert over jong moederschap wil de stokoude Suzanne van den Eynden het tegendeel bewijzen.

Een week na mijn uitgerekende datum werd ik, behalve ongeduldiger, met de dag bezorgder. Met mijn 35 jaar was ik tenslotte een stokoude zwangere dus de bevalling zou onvermijdelijk een hel worden. Vraag maar aan Nina Schuttert, die in deze krant haar zorgen uitte over al die oude lijken die zo nodig eerst carrière willen maken en dan ten langen leste nog een kind willen – met alle risico’s en kosten voor de samenleving van dien. Ik was zo’n bejaarde aanstaande moeder, zo eentje die pas een kind wilde in een stabiele relatie met de juiste partner en óók nog eens eerst een paar jaar samen met die partner van het leven wilde genieten. Oerstom. Mijn uitgeteerde lichaam zou uiteraard nooit zonder medische hulptroepen een baby op de wereld kunnen zetten. Het was natuurlijk al een wonder dat ik überhaupt zwanger was geworden, om maar helemaal niet te spreken over het feit dat dit op de ouderwetse manier was gebeurd. Het had rustig de krant kunnen halen: ‘35-jarige zwanger zonder ivf’. Zo’n mirakel van de natuur verdiende een diepgravende analyse door ’s lands meest vooraanstaande biologen.

Frambozenbladthee en seks – niets hielp

De lijdensweg die me te wachten stond, wilde ik dan ook zo snel mogelijk achter de rug hebben. Maar wat ik ook probeerde om de bevalling op te wekken – een tandje erbij in het zwembad (alweer een nieuwsflits: ‘35-jarige zwangere sport nog drie keer per week’), frambozenbladthee, seks – het hielp allemaal niets.

Intussen kwam het ene na het andere appje binnen van de meiden van zwangerschapsgym. Ik was als derde van de groep uitgerekend maar allemaal piepten ze voor. Geen manieren, die jeugd van tegenwoordig. Ik was namelijk de één na oudste van de club, op een 37-jarige na die – inderdaad, Nina – na lang proberen door ivf zwanger was geworden. Vanwege problemen met het zaad van haar veel jongere partner overigens, maar dat terzijde. De rest was tussen de 25 en 30. Allemaal jonge, oersterke meiden die natuurlijk in een floep en een zucht hun kind eruit zouden poepen en een week later weer in de disco zouden staan, zo voorzag ik.

Maar nummer één belandde in het ziekenhuis omdat haar baby zich een maand te vroeg meldde. Nummer twee, de jongste van het stel, onderging een spoedkeizersnede vanwege een loslatende placenta. En zo ging het achter elkaar door. Van zwangerschapsvergiftiging tot een marathonbevalling die eindigde op de operatietafel: al deze kwieke twintigers ondergingen een akelige bevalling onder leiding van een peperdure gynaecoloog, en hielden minimaal twee nachten een onbetaalbaar ziekenhuisbed bezet. De knoop in mijn maag voelde bijna zwaarder dan de baby in mijn buik, als ik me probeerde voor te stellen welke ellende mij te wachten zou staan.

De dagen kropen voorbij. Om mijn zinnen te verzetten, bladerde ik door de brochure van Center Parcs, waar we dit jaar onze vakantie zouden doorbrengen. Medelijdend dacht ik aan mijn jonge pufclubgenoten. Wij als stokoud stel konden ons prima neerleggen bij een zomervakantie in eigen land, maar we hadden dan ook gemakkelijk praten met het reis-cv dat we op onze naam hadden staan. Die jonkies waren al in de bloei van hun leven veroordeeld tot een burgerlijk vakantiepark, of in ieder geval tot een kindvriendelijke vakantie. Backpacken door Nieuw-Zeeland zat er voorlopig voor hen niet in.

Om over hun weekenden nog maar niet te spreken. Als je nog gewend bent elke zaterdagavond de stad onveilig te maken, zal het wel eens vies tegen kunnen vallen als je dat plotseling niet meer kunt – maar al je vriendinnen wél. De meeste van onze vrienden hadden inmiddels kinderen (ideaal: alle babybenodigdheden konden we ofwel voor een habbekrats overnemen, of kregen we gratis toegeschoven), waardoor het gezelschap op zaterdagavond flink was uitgedund. Alleen die vriend van begin veertig ging sinds zijn scheiding (gevalletje dubbele midlifecrisis, want gesetteld voordat ze zelf echt geleefd hadden) weer vaker mee. Zijn tienerkinderen – hij was er vroeg bij geweest, op zijn 25ste meen ik – waren hun vader in het weekend liever kwijt dan rijk.

En toen braken de vliezen

Tien dagen na de uitgerekende datum braken ’s avonds eindelijk mijn vliezen. Ik zette me schrap: nu zou de hel beginnen.

Slechts drie uur later zette ik onder aanmoediging van mijn verloskundige onze kerngezonde dochter op de wereld. Zonder gynaecoloog, vacuümpomp, operatie of andere extra kosten voor de samenleving, en met slechts minimale kleerscheuren voor mijzelf. Nog diezelfde avond waren we dan ook weer thuis.

Drie maanden later, na in totaal 17 weken verlof – omdat dochterlief wat later geboren was, kreeg ik er een weekje bij – ging ik weer aan het werk. 32 uur per week. Heerlijk, dacht ik stiekem, nadat ik mijn meisje bij het kinderdagverblijf had afgeleverd. Me-time. En toch fijn dat we met zijn tweeën nu genoeg verdienden om geen ál te groot beroep te hoeven doen op de overheid. Als ik tien jaar geleden aan kinderen was begonnen, had ik met mijn salaris van destijds de maatschappij een stuk meer gekost aan kinderopvangtoeslag.

In mijn skinny jeans, die ik die ochtend trots had aangetrokken, stapte ik het kantoor binnen. „Wow”, zei de eerste collega die ik tegenkwam. „Het is dat ik je met dikke buik heb gezien. Maar anders zou ik niet geloven dat je zwanger bent geweest.”