Klauwtjes maken de worm

500 miljoen jaar oud zeediertje Hallucigenia verraadt oorsprong van het dierenrijk.

Nieuwe reconstructie van Hallucigenia. Illustratie Elyssa Rider

Het raadselachtige 500 miljoen jaar oude zeediertje Hallucigenia lijkt toch een vaste plek in de stamboom van de evolutie te hebben.

Het diertje is het beroemdste voorbeeld van de vormenrijkdom van de ‘Cambrische explosie’. Het ziet er zo raar uit dat paleontologen oorspronkelijk dachten dat de onderkant de bovenkant was. Ook zagen ze een vlek op het fossiel aan voor de kop.

Maar twee paleontologen uit Cambridge presenteerden maandag in Nature nieuw bewijs voor de theorie dat het dier een primitieve fluweelworm is. Fluweelwormen, niet verwant aan gewone wormen, leven nu nog steeds in tropische bossen. De klauwtjes aan de poten van Hallucigenia blijken er onder de microscoop precies zo uit te zien als die van fluweelwormen. „Je kunt ze niet uit elkaar houden”, zegt paleontoloog Martin Smith.

Het artikel van Smith en zijn collega Javier Ortega-Hernández is weliswaar een gedetailleerde beschrijving van klauwtjes en stekels, maar gaat in feite over de oorsprong van het dierenrijk. Hallucigenia is een van de dieren van de beroemde Burgess Shale in Canada. Dat is een rijke vindplaats van zeer primitieve zeedieren uit het Cambrium: 505 miljoen jaar oud. De ontdekking, een eeuw geleden, maakte duidelijk dat een half miljard jaar geleden voor het eerst een heel diverse fauna bestond, en hoe die eruit zag.

Veel van die dieren, zoals Hallucigenia, pasten niet in bestaande diergroepen. Zo ontstond het idee, vooral verspreid door Stephen Jay Gould in het boek Wonderful Life (1989), dat de snelle evolutie van het Cambrium had geleid tot vele bouwplannen – zoals die van Hallucigenia – waar nu nog slechts een handvol willekeurige diergroepen van over is. De evolutie had volgens Gould ook heel anders kunnen lopen.

Maar inmiddels blijken steeds meer raadselachtige dieren uit de Burgess Shale toch verre nazaten te kennen, zoals fluweelwormen. „Wonderful Life begint scheurtjes te vertonen”, zegt Smith. „Wij denken dat de evolutie in het Cambrium geen grote doodlopende wegen bewandelde.”

In 1991 schreven een Zweedse en een Chinese paleontoloog in Nature ook al dat Hallucigenia een primitieve fluweelworm is. Smith: „Zij hadden geen bewijs, ze vonden vooral dat het geen geleedpotige was en ook geen waterbeertje. Anderen waren het daar niet mee eens.” De Britten onderzochten een oud fossiel. Ze konden nu de sterke gelijkenis van de klauwtjes zien door recente verbeteringen van elektronenmicroscopen.

    • Hester van Santen