In Spoorwijk is niks georganiseerd. Ook de misdaad niet

Landelijk werden ze bekend als de Quotebende. Maar de buurt kent ze als de jongens van de Beetsstraat. Ze stalen alleen van de rijken. „En die hebben hun geld vaak ook niet eerlijk verdiend.”

Op vrijdagavond 28 september 2012 rijden drie mannen met een gehuurde Renault Mégane weg uit Den Haag. Om 19.41 uur stoppen ze voor het hek van een villa in Bergen, Noord-Holland. Een peilbaken onder de auto registreert wat ze zeggen.

„Dat is hem, hè?”

„Die heb een mooi stekje, die pik hoor.”

„Is kijken hoe dat ook alweer zat rondom.”

Een uur later stappen de mannen uit.

„Koevoet pakken?”

„Achterin.”

„Schroevendraaiers ook hier jongens.”

Om 21.18 uur stappen ze onverrichter zake weer de auto in. Geschrokken van gestommel in de villa zijn ze terug door de tuin over een slootje gesprongen. Een ladder, gevonden op het terrein, staat nog tegen het raam.

„Kom rijden.”

„Het stinkt als de kanker hierzo. Sloot of iets.”

Een van hen heeft een pijnlijk oog.

„Ik denk dat ik tegen een tak aan ben gelopen”.

„Dan moet je gewoon effe niet wrijven enzo.”

„Nee, maar een tak heb me geprikt weet je. Zo’n harde, waar je kerststukjes mee maakt.”

Vijf dagen na de mislukte inbraak in Bergen omsingelen driehonderd agenten midden in de nacht de Haagse volksbuurt Spoorwijk. Een helikopter cirkelt boven de wijk, ME-busjes staan klaar, vrouwen in dusters steken nieuwsgierig hun hoofd uit de deurpost. Ze worden naar boven gejaagd door politie te paard.

Die nacht, 2 oktober 2012, vallen arrestatieteams achttien huizen in de wijk binnen. Er worden negentien buurtgenoten tussen de 20 en 42 jaar opgepakt en één oma, moeder van drie opgepakte jongens, die nog net haar pantoffels kan meegrissen. De buurtgenoten, van autochtone, Marokkaanse en Surinaamse afkomst, worden verdacht van inbraken in huizen van de allerrijksten. Hun slachtoffers vonden ze in de Quote 500, de adressen kregen ze van een gemeenteambtenaar.

Een geraffineerde bende, zeggen ze

De ‘Quotebende’ ging de groep verdachten in de media heten. Leden van deze ‘geraffineerde bende’ braken in de vooravond in, als bewoners thuis waren en het alarm niet aanstond. De verdachten kregen celstraffen tot zes jaar, hoog voor inbraak. In een vonnis van 46 kantjes staan de getapte gesprekken uitgewerkt tot in detail. De meesten zijn in hoger beroep. De oma kreeg een jaar cel waarvan tien maanden voorwaardelijk wegens medeplichtigheid. Ze had haar huis, ‘het rovershol’, beschikbaar gesteld voor criminele activiteiten.

Politie en Openbaar Ministerie zijn tevreden. Buurt schoongeveegd, georganiseerde misdaad bestreden. Nederland is verlost van een maffiose, ‘in hoge mate georganiseerde’ bende.

‘Bestemming bereikt’, zegt de TomTom. Een woensdag, eerder in 2012, 20.06 uur. De Renault Mégane staat voor een villa in Renkum.

„Een dikke kanker Porsche Panamera.”

„Ja, dat is het denk ik. Een grote witte.”

Er is verwarring over het adres.

„Ik had net goed moeten kijken op die kanker, hoe heet dat, Google Maps.”

„Rij eens rustig bij deze weg.”

„Laat mij die TomTom proberen te doen, kankerding.”

Iets later:

„Motor uit, gereedschap mee. Anders staan we veel te veel te draaien en te kutten bij die auto.”

„Dikke, doe dat buiten dan.”

Ook deze inbraak mislukt. De honden beginnen te blaffen en het lukt de mannen niet om langs het dubbeldraadse hek van twee meter hoog te komen.

Maar ze zijn niet eens georganiseerd

Een georganiseerde bende? Jongens uit Spoorwijk die weleens zijn opgepakt, lachen. Enkelen van hen staan midden op de dag te wachten op de stoep tot het koffiehuis open gaat. „Waar blijft Rachid nou”, zegt Jerry, turend naar het einde van de straat. Jerry is een van de ‘Quotebendeleden’, veroordeeld voor witwassen van 16.000 euro en heling van een laptop. Van de inbraken is hij niet verdacht geweest, „daar weet ik niks van”. Niets in Spoorwijk, zeggen de jongens hier, is georganiseerd. Relaties niet, kinderen niet, misdaad niet. „Het komt op je pad.”

En zo komt de Quote 500 op het pad van de drie gebroeders L. en hun vrienden, als de Intertoys-catalogus voor Sinterklaas.

Leden van de Quotebende kennen elkaar al lang, vanaf hun vroegste jeugd. De buurt heeft ze samen zien opgroeien en kent ze als de jongens van de Beetsstraat. Ze voetballen bij de kooi, zitten bij elkaar in de klas, gaan samen baseballen en schaatsen, en verzamelen kerstbomen voor het veel te hoge vreugdevuur met Oud en Nieuw.

Kleur en afkomst lopen uiteen, maar één ding hebben veel van de jongens al vroeg gemeen: vader is er niet. Vader is vertrokken, heeft moeder ingeruild, of is aan de drank geraakt. Bij een paar jongens runde vader een illegaal gokhuis en vond een ander, moeder met zes zoons achterlatend in de bijstand.

De jongens spelen buiten op straat, tussen de eengezinswoningen. Op tienjarige leeftijd zijn er bij die sigaretten pikken bij de Albert Heijn – „toen die nog niet bij de kassa lagen”. Later hangen ze – zoals iedereen in Spoorwijk wegens gebrek aan cafés in de buurt – bij hun moeders thuis in de voorkamer. „Jongens aan tafel, moeder met een breiwerkje op de bank.” Van studeren komt het bij de meesten niet. Een ‘stuudje’ hoef je in Spoorwijk niet te zijn, de middelbare school is genoeg.

Eerder, bij een villa in Teteringen.

„Die trap, heb je die wel goed afgeveegd?”

„Ja, ik ga hem morgen wel halen.”

„Ja, maar ja, alles legt hier, in de auto. Dan moet ik daar gaan staan kutten, dat kankerding gaat dan maar niet dicht.”

De hangplek? Een eettafel thuis

Een populaire hangplek wordt de eettafel voor het raam aan de Hildebrandstraat, in het ouderlijk huis van drie van de leden. De jongens spelen er Scrabble en Stratego of zitten achter de computer. De deur staat altijd open, vrienden lopen in en uit. „De zoete inval”, zegt de buurt. Ze kijken samen voetbal en het is altijd gezellig. Ook als de activiteiten minder onschuldig worden. Op de laptop – die ze dichtklappen als de politie langsloopt – googlen ze naar de waarde van horloges als ‘Rolex GMT Master II’, ‘Cartier Santos 100’ en ‘Jorg Hysek’. En naar dure villa’s op Google Maps. Schroevendraaiers bij de Hornbach, trappetje in de achterbak.

Alleen wijkagent Dick verpest weleens het feestje, „een echte nazi”. Dick schrijft voor niks bonnen uit, begrijpt de humor van de straat niet. Als de jongens tegen ’m zeggen: ‘we weten waar je woont’, zou hij toch moeten snappen dat dat een grapje is. Dick vertrekt.

Was dat het incident dat alles op scherp zette? Sommigen denken van wel. Vanaf juni 2012 zien ze met regelmaat iemand met een koffertje het pand aan de overkant binnengaan. Achter het raam verschijnt een grote lens. Ze worden geobserveerd, weten ze van een overbuurjongen die door de politie is benaderd.

Maar operatie Batman is dan al een tijd in volle gang. Die begon de recherche toen op de diamantbeurs in Amsterdam een gouden horloge werd aangeboden. De Rolex, opbrengst 8.500 euro, bleek gestolen van oud-LPF-minister Herman Heinsbroek. Nadat de jongste van de broers, die een uitkering heeft, voor duizenden euro’s sieraden bij een gewone juwelier in de buurt inruilt, is het oog op de Hildebrandstraat gericht. In de gehuurde Mégane plaatst de politie een peilzender en een afluisterapparaat.

In Teteringen, in de auto met de buit. De bewoner rook onraad.

„Hij liep de trap op, ja, wat moet ik dan doen, dan moet ik jullie toch roepen?”

„Dat kistje gaan ze pas jaren later vinden. Dat geldkistje heb ik in de heg gestopt.”

Ze bekijken een horloge met glimmende steentjes.

„Zijn toch baguetjes?”

„Kost 120 ruggen, gek.”

„Het is wel een GMT Master, he.”

„Ja, een GMT Master met baguetjes ja, die kost een partij geld.”

Stelen mag niet, dat weten de bewoners van Spoorwijk ook wel. Maar als je nou niemand pijn doet? En als je nou alleen steelt van de rijken? „Die hebben hun geld vaak ook niet eerlijk verdiend”, zeggen Spoorwijkers die je ernaar vraagt. „En van wie heeft die Erik Staal van Vestia eigenlijk zijn geld?” Hij zit op Bonaire, zij in de tochtige woningbouwhuisjes die hij heeft achtergelaten en die maar niet worden opgeknapt. Voor de buurt, grinniken sommigen, was de Quotebende een soort Robin Hood. „Al gaf die het daarna wel weg.”

En het koffiehuis, de pokertafel

Als Rachid van het koffiehuis is gearriveerd met de sleutel, zitten de stoelen rond de pokertafel achterin snel vol. Jerry speelt samen met Turkse en Marokkaanse jongens een potje Partshi, „een soort Mens-Erger-Je-Niet”. Ze drinken muntthee.

„Toen ik vastzat, moest mijn auto in de opslag”, moppert Jerry. „Wist jij dat je dan de autoverzekering gewoon moet doorbetalen?” Het openstaande bedrag is inmiddels opgelopen tot 2.400 euro. „Hoe moet ik dat nu weer betalen dan? Moet ik iemand overvallen dan?”

„Je kunt het tegen de overheid opnemen, maar het heeft toch geen zin”, zegt Boa (32), van Marokkaanse komaf. Toen zijn jeugdvriend Jan, ook lid van de Quotebende, van witwassen werd verdacht, heeft Boa nog geprobeerd de rechter van zijn onschuld te overtuigen – hij had het bedrag eerlijk gewonnen bij het Holland Casino. „Maar ik werd niet geloofd.”

Dat de jongens een „geraffineerde” bende zijn gaan heten, met een hoge organisatiegraad, vinden ze onzin. „Je bent allemaal vrienden, je rolt er onbewust in, van jongs af aan.” Veel jongens in Spoorwijk doen wel eens een handeltje, zeggen ze, wie niet? Eén: „Maar ik ben alleen parttime-crimineel.” Lachend: „Ik heb een nul-urencontract.”

    • Freek Schravesande
    • Carola Houtekamer