Genocide vraagt om rechtstreeks ingrijpen

De recente VN-resolutie over het kalifaat IS is onbevredigend. Alleen al omdat het woord genocide er niet in staat, meent Anthonie Holslag.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 15 augustus sancties aangekondigd tegen de Islamitische Staat (IS), voorheen ISIS. Deze sancties bestaan onder andere uit het bevriezen van banktegoeden van zes individuen die mensen voor IS ronselen.

Wat opvalt aan de resolutie is dat deze zeer beperkt is en dat het woord genocide er niet in voorkomt, hoewel de VN het woord eerder wel genoemd heeft (Newsweek, 13 augustus). Bovendien hebben president Obama, de Britse premier Cameron en de Franse minister van Buitenlandse Zaken Fabius de crisis in Noord-Irak als genocide bestempeld. Zelfs paus Franciscus heeft het geweld tegen christenen en etnische minderheidsgroepen genocidaal genoemd en zich achter de bombardementen van de VS geschaard – opmerkelijk standpunt van een paus die eerder vrede dan geweld predikt.

De resolutie van de Veiligheidsraad is op zijn zachtst gezegd onbevredigend te noemen. De resolutie stelt dat de sancties worden opgelegd omdat IS een terroristische organisatie is.

Het is echter van belang om genocide wel te benoemen, omdat het een heel specifieke vorm van oorlogsvoering is. Het doel van genocide is namelijk het vernietigen van een volk, en dan niet alleen de fysieke vernietiging, maar ook een culturele vernietiging, waarin een volk geheel van zijn identiteit wordt beroofd.

Dit is anders dan het bestrijden van een terroristische organisatie of het bestrijden van „misdaden tegen de menselijkheid”. Een misdaad tegen de menselijkheid, hoewel verschrikkelijk en strafbaar, kan een gevolg zijn van oorlogsvoering waarin burgerslachtoffers vallen, het kan een massaslachting zijn, onderdrukking, martelingen, verkrachtingen, maar de intentie is niet een totale vernietiging.

Of zoals hoogleraar internationaal recht Philippe Sands aan het University College London ook aangeeft: bij misdaden tegen de menselijkheid beschermen we de burgerrechten van individuen, bij genocide beschermen we groepen. Het duiden van de intentie is dus van belang in de resoluties die dienen te volgen; specifieke vormen van geweld dienen anders benaderd te worden.

Hoe komt het dat het woord genocide door de VN en de lidstaten wordt vermeden?

Ten eerste: het gebruik van het woord zou direct een Russisch veto tot gevolg hebben. In deze zin bepaalt Rusland op dit moment de wereldpolitiek. Nog belangrijker: het zou tot zwaardere sancties leiden. Op basis van de genocideconventie uit 1948 en resolutie 1674 die voortkwam uit de Wereldbijeenkomst over mensenrechten in 2005 en 2006 heeft de Veiligheidsraad namelijk de verplichting om bij genocide in te grijpen, zelfs tijdens gewapende conflicten.

Met andere woorden: het benoemen van genocide zou de verantwoordelijkheid van de VN onmiddellijk doen toenemen. Hoewel de VN dus achter de bombardementen van de VS staat, onderneemt het zelf geen verdere acties.

Dit is opmerkelijk te noemen en je kunt je afvragen of het vetorecht vandaag de dag nog realistisch is en of dit de functionaliteit van de Veiligheidsraad en de VN niet belemmert.

Ook het ‘waarom’ van de resolutie kun je in twijfel trekken. Ze is namelijk gebaseerd op de vooronderstellingen, zowel door de Verenigde Naties als de lidstaten, dat dit a) een nationale crisis in plaats van een regionale crisis betreft, en b) dat de totstandkoming van IS los staat van de gruwelijkheden in Syrië.

De resolutie spreekt duidelijk over de geweldplegingen in Irak, maar Syrië wordt slechts zijdelings genoemd; terwijl de huidige IS niet zou bestaan zonder de misdaden van Assad.

Het zijn de handelingen van Assad geweest, en het niet-interveniëren van het Westen, die een voedingsbodem hebben gecreëerd voor niet-Westerse sentimenten en een verdere radicalisering en groei van IS.

IS zou zonder Assad in de huidige vorm, zoals Simon Cordall in Newsweek (21 juni 2014) terecht stelt, niet kunnen bestaan.

Dit is de reden waarom de VN zo voorzichtig is met resoluties en waarom lidstaten, waaronder Nederland bij monde van minister Timmermans, het woord genocide willen vermijden. Dit zou namelijk een beroep doen op de verplichtingen die de VN zichzelf in 1948 en 2006 heeft gesteld.

De VN noch de lidstaten willen betrokken raken bij een regionaal conflict. Dit is de reden waarom we de humanitaire interventies vrijblijvend houden, en tegelijkertijd blij zijn dat de VS, als enige land, militair ingrijpt.

Begrijp me niet verkeerd, de huidige resoluties zijn goed, maar verre van toereikend. Wat nodig is, is een algeheel in plaats van een gedeeltelijk wapenembargo voor alle betrokken partijen, inclusief Assad. Een vliegverbod, boven Syrië en een veiligheidszone voor vluchtelingen, eventueel met veiligheidstroepen met een volledig mandaat om de huidige crisis te bezweren.

Het doel van deze resoluties moet het stabiliseren van de hele regio zijn en niet slechts van een enkel land of groep. Dit laatste zou namelijk de macht van Assad eenzijdig kunnen verstevigen, andere eventuele rebellengroepen verder kunnen marginaliseren en het anti-Westers sentiment kunnen vergroten. De sancties zoals deze nu staan, en het voorzichtig optreden van de VN, zouden een explosieve situatie nog verder kunnen laten escaleren.

Niet omdat de Koerden wapens krijgen die eventueel in handen kunnen vallen van IS, zoals Fokke Obbema in de Volkskrant van 16 augustus bepleit, maar omdat de VN en hun lidstaten de politieke verplichtingen van hun resoluties niet serieus nemen.

Genocide vraagt om rechtstreeks ingrijpen; als dat niet gebeurt loopt de huidige crisis nog verder uit de hand.

    • Jonathan Holslag