Geef me 2.000 euro om te studeren, en ik geef je een lezing

Studenten zoeken nieuwe manieren om aan geld te komen voor een dure studie in het buitenland. Doneren via een website, bijvoorbeeld.

Siobhan Burger heeft een website waar ‘klanten’ bijvoorbeeld een diner kunnen schenken in een zelf te kiezen restaurant. Foto Rutger Burger

Studeren aan Yale was haar droom, maar duur. Daarom zamelde Ralien Bekkers (22) geld in bij bedrijven en particulieren. Resultaat: 28.000 euro. Sinds een paar weken zit ze in de Verenigde Staten.

Steeds meer studenten gaan naar het buitenland. Volgens het ministerie van Onderwijs is het aantal met 23 procent gestegen sinds 2009. Toen vertrokken 7.500 van de 460.000 hbo- en wo-studenten die studiefinanciering krijgen naar het buitenland, voor kortere of langere tijd. Vorig jaar waren dat er 10.000 van de 500.000. Dat komt volgens Freddy Weima, algemeen directeur van Nuffic, dat ondersteuning biedt aan studenten die naar het buitenland gaan, doordat het steeds bekender wordt dat een student de studiefinanciering kan meenemen naar het buitenland – de huidige regeling bestaat ongeveer tien jaar. Daarnaast is de huidige situatie op de arbeidsmarkt voor sommige beroepen „niet florissant”. Weima: „Door de buitenlandervaring worden studenten aantrekkelijker voor werkgevers en zijn ze een jaar of half jaar later klaar met hun studie, wanneer de situatie op de arbeidsmarkt ook gunstiger kan zijn.”

Persoonlijk bedankje

Het kost wel veel geld: visa, reis en verblijf, collegegeld. Studenten zoeken allerlei manieren om daaraan te komen.

Ze gebruiken niet meer alleen de geijkte manieren, zoals beurzen die overheid of particulieren beschikbaar stellen. Zo zette Ralien Bekkers een website op waarop ze bedrijven en particulieren vroeg in haar droom te investeren. In ruil voor een donatie levert ze een tegenprestatie. Een particulier krijgt bij tien euro een persoonlijk bedankje per post. Bij vijftig euro stuurt Bekkers een tweet over de donateur aan haar volgers. Honderd euro betekent: je mag een vraag stellen aan een Yale-professor en voor tweehonderd euro krijgt de donateur een lezing. Voor bedrijven is dat anders: een bedrijf dat tweeduizend euro doneert kan Bekkers een dag inzetten als werkneemster.

De inzameling kostte veel „slapeloze nachten”, maar het resultaat mocht er wezen: 28.000 euro in zes weken tijd. Ze verwierf onder andere zoveel donateurs doordat ze campagne voerde via Twitter, Facebook, e-mail en LinkedIn. Het feit dat ze heel veel Twittervolgers heeft, hielp mee.

Ook Siobhan Burger (26) wilde in het buitenland studeren, een tweejarige master museum studies in New York. Maar ook voor haar was de benodigde 80.000 euro voor zowel studie als levensonderhoud een hindernis. Daarom bedacht Burger het „Greenpeacecrowdfunden”: ze vroeg zoveel mogelijk mensen in haar omgeving haar te steunen door maandelijks een bijdrage te leveren. In één keer doneren mocht natuurlijk ook. Ook opende ze een webshop waar donateurs iets voor haar konden – en kunnen – kopen. Een fles wijn tegen heimwee bijvoorbeeld. Of een diner. De donateur mag bepalen in welk restaurant in New York. Op deze manier haalde ze achttienduizend euro op.

Wie werft krijgt korting

Daarnaast kreeg ze drie beurzen (samen 18.000 euro), een lening van het ministerie (in totaal 24.000 euro) en kreeg ze dankzij een regeling met de universiteit in New York korting op haar collegegeld. Met die regeling wil de universiteit studenten motiveren om extern geld te verwerven voor het betalen van de studie. Als Burger tienduizend euro uit fondsen zou werven, zou ze tienduizend in plaats van twintigduizend euro collegegeld moeten betalen voor het eerste jaar. Hetzelfde geldt voor het tweede jaar van haar master. Voor dat tweede jaar komt ze nog tweeduizend euro tekort. Haar tekort bij vertrek: twaalfduizend euro. Maar, denkt ze, dat loopt wel los.

Ralien Bekkers deed nog meer om haar tweejarige master of environmental management aan de universiteit van Yale – die honderdduizend euro kost – te kunnen betalen. Ze schreef zes beurzen aan en wist er twee te overtuigen haar geld te geven. Want, vonden de overige beurzen, ze ‘dacht te groots’ en was ‘niet specialistisch genoeg’.

Sparen en lenen

Het geld dat ze uit die beurzen kreeg, was onvoldoende om de kosten te dekken. Dus vroeg ze hulp van haar ouders, die haar twintigduizend euro leenden. „Zo betaalt mijn moeder nu een deel van mijn studie en ik straks een deel van haar pensioen.” Zelf spaarde ze tienduizend euro. Daarnaast leent ze in totaal twintigduizend euro van het ministerie door maximaal te lenen en ze krijgt korting op haar collegegeld (in totaal twintigduizend euro) dankzij een regeling van haar universiteit.

Dat studenten steeds creatiever worden in hun zoektocht naar studiegeld, merkt ook het Nuffic. Zo zetten studenten steeds vaker een bedrijf op om geld bij elkaar te krijgen.