Eerst terroristen, nu helden

PKK staat nog op lijst van verboden organisaties, maar werkt wel samen met VS in strijd tegen IS.

Een vrouwelijke PKK-strijder bij Makhmur, 50 kilometer ten zuiden van Erbil. Foto AFP

De strijd tegen IS in Irak zorgt voor verbazingwekkende coalities. De Amerikanen trekken samen op met de ervaren guerrillastrijders van de Koerdische Arbeiderspartij PKK. Op aandringen van Turkije staat de PKK in de VS en Europa echter zelf op de lijst van verboden terroristische organisaties.

Terwijl het Amerikaanse leger luchtaanvallen uitvoert om IS te verzwakken, wordt het grondoffensief gedaan door samenwerkende Koerden uit Irak, Syrië en Turkije. De Iraaks-Koerdische peshmerga-strijders redden het niet de zonder steun van geharde Koerden uit beide buurlanden. Die vechten al twee jaar in Syrië tegen IS.

Het maakt Koerden in Turkije apetrots op hun PKK, blijkt in Diyarbakir, de onofficiële hoofdstad van de Koerden in Turkije. Koerden zijn de grootste minderheid in het land en worden al decennialang onderdrukt, omdat Turken vrezen dat ze een eigen staat willen. De PKK is in reactie op die onderdrukking ontstaan.

De militaire samenwerking met Amerika van Koerden uit drie verschillende landen vlak over de grens plaatst NAVO-lid Turkije in een uiterst moeilijk pakket. De angst dat Koerden, met naar schatting 35 miljoen het grootste volk zonder land, samen optrekken is nog altijd groot. Er zijn zelfs sterke aanwijzingen dat Turkije IS in Syrië heeft gesteund, mede omdat de jihadisten daar tegen de PKK en de gewapende tak van de Syrische Koerden (YPG) vechten.

De regionale verhoudingen veranderen echter in hoog tempo. IS blijkt nu een nog groter gevaar dan de Koerden. IS gijzelt in Mosul bovendien nog altijd 49 Turken. Dat maakt het voor Turkije moeilijk in actie te komen. Opeens komt het gezamenlijk optreden van de Koerden zelfs Turkije niet slecht uit. De regering in Ankara zwijgt terwijl de Koerden schitteren.

Vorige week was het dertig jaar geleden dat de PKK voor het eerst een aanval uitvoerde op een Turkse politiepost. Het was het begin van een lange guerrillastrijd tegen het Turkse leger. Sinds 1,5 jaar geldt binnen Turkije een wapenstilstand met de PKK en wordt gepraat over vrede.

Voor de meeste Koerden zijn de PKK’ers vrijheidsstrijders, hoewel lang niet iedereen de marxistische ideologie, de gewelddadige methoden en de werving van tieners goedkeurt. Als een jongen of meisje PKK-strijder wordt, wordt vrijwel al het contact met achterblijvers verbroken. Families horen vaak pas weer iets als hun kind dood is.

Opeens figureren zoons en dochters van de Turkse Koerden wereldwijd als helden op tv-beelden en krantenfoto’s. De PKK-strijders zijn fotogenieker dan de peshmerga, omdat bij hen ook vrouwen meevechten.

Yezidi’s die de grens met Turkije over zijn gevlucht putten zich uit in dankbetuigingen aan de PKK en YPG. Via Twitter gaat sinds een paar dagen een petitie rond om de PKK van de terreurlijst te halen. „Je zult hier niemand vinden die de PKK een terroristische organisatie noemt,” zegt burgemeester Gültan Kisanak van Diyarbakir. „Zelfs niet de mensen die niet achter de PKK staan.”

De Turkse regio met de meeste Koerden grenst aan het gedeelte van Syrië dat sinds ongeveer twee jaar in handen is van de Syrisch Koerdische minderheid. De PKK en de YPG werken zo nauw samen, dat veel Koerden geen onderscheid tussen de twee maken. De voornaamste vijand is IS, die de Koerden in Syrië fanatiek aanvalt. „Koerden kennen geen grenzen”, zegt Kawa Noman, een Syrische Koerd in Diyarbakir. Hij vertelt hoe zo’n duizend vrijwilligers uit Turkije succesvol de zwaar bewaakte Syrische grens bestormden toen YPG dringend hulp nodig had in de strijd tegen IS.

Hoewel de peshmerga dankzij hun samenwerking met de Amerikanen in Irak een ijzersterke reputatie hebben, blijken ze in de praktijk een stuk minder gehard dan de PKK- en YPG-strijders. Toen het er de afgelopen weken echt op aan kwam, moesten YPG en PKK de peshmerga’s te hulp schieten. Dat was voor Koerden in de hele regio uiterst saillant, want de Turkse en Syrische Koerden hebben een slechte verhouding met de Irakese Koerden. Zij werken samen met Turkije en hebben zelfs geholpen in de strijd tegen de PKK.

Burgemeester Kisanak van Diyarbakir wil eigenlijk geen politieke uitspraken doen. Ze wil alleen praten over opvang van vluchtelingen, maar dat lukt niet helemaal. De trots overheerst. „De PKK beschermt de mensen op Sinjar niet alleen omdat ze Koerden zijn. De hele mensheid wordt daar aangevallen door IS. Het is een humanitair doel om bescherming te bieden, aan Arabieren, christenen, Assyriërs en Koerden.”

    • Marloes de Koning