Dit wordt ook Londen

In 2050 wonen er ruim 11 miljoen mensen in Londen, 37 procent meer dan nu. Burgemeester Boris Johnson weet wel waar al die mensen naartoe moeten: een braakliggend terrein ten oosten van de stad. Maar dan moet er wel een metro komen.

Ongebruikt parkeerterrein bij de Fordfabriek in de Londense buitenwijk Dagenham. Foto Hollandse Hoogte

Met weidse gebaren schetst burgemeester Boris Johnson zijn droombeeld. „Over honderd jaar is dit het Piccadilly Circus van Londen.”

Hij staat aan de rand van een braakliggend terrein in het oosten van Greater London, op ruim een uur van het huidige drukbezochte Piccadilly Circus en met zicht op de laatste Londense bocht in de Theems. Een roofvogel hangt boven verdord gras. Dit is bijna het einde van de stad. Oostelijker liggen alleen nog de Ford-autofabriek, het door Londen opgeslokte dorp Rainham, en een zoutmoeras.

50.000 nieuwe huizen

Johnson zou wel eens gelijk kunnen krijgen. In 2050 zullen er meer dan 11 miljoen mensen in Londen wonen, 37 procent meer dan nu, blijkt uit gegevens van het Britse bureau voor statistiek. En zij moeten ergens wonen, werken en leven. „We kunnen niet meer, zoals na de Tweede Wereldoorlog, mensen verspreiden over satellietsteden elders in het land. En men gaat niet meer buiten de stad wonen zodra er kinderen komen. Je kunt ze niet met een hooivork weren”, zegt de burgemeester.

Hij stelde een plan op dat „de alarmbel moet zijn voor de schrille werkelijkheid” van 2050, waarover iedereen de komende maanden mag meedenken. Want de grens van Greater London – vastgelegd in 1965 – kan niet opgerekt, en Inner London, de binnenstad, raakt vol. Er zijn 600 nieuwe scholen nodig, en 50.000 nieuwe huizen per jaar. De vraag naar energie zal met 20 procent stijgen, die naar water met 21 procent, die naar openbaar vervoer met 50 procent. Geschatte kosten: 1.300 miljard pond (zo’n 1.625 miljard euro).

Zonder auto kun je er niets

Het grootste probleem is infrastructuur: hoe verbind je al die bewoners, sociaal en fysiek? Johnson geeft het zelf al aan als hij eerder die ochtend uit de bus stapt die hem naar het bewoonde einde van de deelgemeente Barking & Dagenham heeft gebracht. Het eerste wat de burgemeester roept, is: „Hier moet een metroverbinding komen.”

Dat kan Shelley Taylor-Morgan alleen maar beamen. Ze woont in een van de rijtjeshuizen die op de plek van een oude energiecentrale zijn gebouwd. „Als je geen auto hebt, moet je hier niet wonen”, zegt ze. Positief is dat de wijk groen en stil is. Het nadeel: er zijn geen winkels, huisartsen, sportscholen. Het buurthuis is net geopend en ruikt nog naar verf, de school opent in september. Maar verder: „We krijgen alleen maar huizen. En meer huizen.”

Aan deze oostkant groeit Londen nog gestaag. Industriegebieden krijgen één voor één een woonbestemming. Terry Chapman, technisch directeur van projectontwikkelaar Bellway, gaat met zijn vinger langs de witte delen van de kaart in Barking & Dagenham. „In december moeten er 700 huizen bewoond zijn, uiteindelijk komen er hier 10.000.” Maar op de vraag hoe samenhang met de rest van de stad wordt gecreëerd, blijft het stil. Zijn collega Matt Carpen heeft het over „input” van bewoners, en „strategische momenten waarop de autoriteiten een stap terug doen”. Over een betere transportverbinding „wordt iedere maand met het ministerie van financiën overlegd”.

„Toen de havens werden gesloopt, werd er niet nagedacht over de integratie van de bewoners met de rest van de stad”, zegt Darren Rodwell, voorzitter van deelgemeente Barking & Dagenham. Hij verwijst naar Canary Wharf. Dat was de grote uitbreiding van de jaren negentig. „Een fantastisch project”, zegt hij. Maar het creëerde wel een tegenstelling tussen de „megarijken die er kwamen en de megakwetsbaren die er al woonden”, omdat bijna alle basisvoorzieningen ontbraken.

„Het hart van een gemeenschap moet de bevolking zijn, zij moet trots zijn op de wijk. Zonder voorzieningen, of het nu een metrolijn betreft of een culturele instelling of een school, is dat onmogelijk”, zegt hij. Rodwell verzucht: „Het is moeilijk zoiets op te leggen aan projectontwikkelaars. Als zij er geen geld in zien, dan gebeurt het niet. Inwoners kunnen een supermarkt niet dwingen te komen.”

Verbinding met het centrum

Sir Peter Hendy, directeur van Transport for London, zou, als de Britse regering er geld voor vrijmaakt, maar wát graag een nieuwe verbinding aanleggen tussen het centrum van Londen en het nieuwe oosten. Dan komt sociale cohesie vanzelf, zegt hij: „Als hier een undergroundbordje hangt, voel je je vanzelf Londenaar.”

Als deze stad elf miljoen inwoners moet aankunnen, zegt Hendy, moet het netwerk worden uitgebreid. Dan moet er „om de vijf tot tien minuten” een trein rijden. „In sommige Zuid-Amerikaanse metropolen zie je het probleem: je kunt wel meer mensen in een stad kwijt, maar om een bepaalde kwaliteit van leven te bieden, moeten die met het openbaar vervoer naar hun werk kunnen komen.”

Burgemeester Johnson probeert onderwijl het braakliggende terrein te slijten aan aanwezige journalisten. „Je hebt hier prachtige vergezichten over de rivier.” Zou hij zijn huis in het centrum verruilen voor een nieuwbouwwoning in Barking & Dagenham? Het blijft even stil: „Als er een metro zou zijn.”

    • Titia Ketelaar