Opinie

    • Raymond van den Boogaard

De zee is akelig geduldig

Het is één ding te weten, omdat je dat op school geleerd hebt, dat Holland het resultaat is van een eeuwenlange strijd tegen de zee. En dat in dit van sloten en vaarten en gemalen wemelende land, waar natuur bijna steeds door de mens tot stand is gebracht, alle beschaving in laatste instantie afhangt van het buiten de deur houden van de Noordzee.

Toch is het nog wat anders om dat alles ook te zíén.

Benoorden de hoge duinen bij het Noord-Hollandse Camperduin ligt al vijftien miljoen kubieke meter zand langs de Hondsbossche zeewering, van de 35 miljoen die uiteindelijk voor deze dijk en de aansluitende Pettemer zeewering gestort worden. Vandaag stormt het te hard, maar op andere dagen zie je de baggerschepen Prins der Nederlanden en Rotterdam, traag heen en weer varend, op enige afstand van de kust het zand opzuigen dat met een pijplijn naar de kust wordt gebracht.

In zee breken de golven op nieuwe zandbanken – het deel van dit gigaproject dat al klaar is. Het nieuwe strand dat hier ontstaat is een van de laatste onderdelen van ‘Kust op Kracht’ – zoals in overheidspoëzie de versterking van de Nederlandse kust genoemd wordt, mede nodig in het licht van de verwachte stijging van de zeespiegel.

Per week schuift de zandmassa zo’n 250 meter in noordelijke richting op. Er ontstaat een gigantisch strand tussen Camperduin en Petten, de twee plaatsen waartussen tot nu toe alleen de imposante zeeweringen zich uitstrekten. Omdat de zee natuurlijke duinen al eeuwen in Oostwaartse richting drukt, dreigden de vaste dijken zich tot een soort kaap te ontwikkelen. Dat probleem wordt nu door het spuiten van al dat zand opgelost. Maar vooral is het nieuwe strand een alternatief voor het ophogen van de zeeweringen. Met het project – uitgevoerd door de aannemerscombinatie Boskalis/Van Oord in opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat en de provincie – is ongeveer 250 miljoen euro gemoeid.

Al zo’n zeshonderd jaar, blijkt uit de archieven, wordt op deze plek de spreekwoordelijke strijd tegen het water gevoerd, met af en toe een grote ramp: de Sint Elizabethsvloed van 1421 bijvoorbeeld, of de Allerheiligenvloed van 1570. Petten is al vele malen door de zee verzwolgen. De aanleg van de imposante stenen zeeweringen, die blijven liggen, begon in de jaren 1870.

Anno 2014 is het niet meer in de eerste plaats de mystiek van ‘strijd tegen het water’, of ‘waarin een klein land groot kan zijn’, waarmee het project wordt omgeven. Dit is een tijdperk van zachte krachten en dus valt in veel voorlichting de nadruk op de recreatieve mogelijkheden van het nieuwe strand, of de manier waarop nieuwe voederplekken zijn geschapen voor vogels die hun kostje vonden op strekdammen die nu onder zand worden bedolven. De zeehondjes die je voor het nieuwe strand ziet rondzwemmen, lijken wel ambassadeurs van die vriendelijke benadering.

Maar de zee is geen zachte kracht, en de zee is akelig geduldig. Wie weet moet er hier in een verre toekomst nog heel veel zand bij.

    • Raymond van den Boogaard