Cameron belooft: geen oorlog

De geesten worden langzaam rijp gemaakt voor meer militaire actie.

Illustratie Chris Riddell/Guardian News & Media Ltd.

‘Ik wil heel duidelijk zijn tegen u en alle families die kijken: het Verenigd Koninkrijk raakt niet verzeild in een nieuwe oorlog in Irak. We zullen geen Britse militairen sturen.” Die belofte deed premier David Cameron gisteren in het televisieprogramma BBC Breakfast.

Maar wat wil de premier dan wel? Een dag eerder was hij in een ingezonden brief in The Sunday Telegraph krijgshaftiger. De Britse „militaire bekwaamheid” moest worden ingezet: „Als we niet handelen om deze aanval van deze buitengewoon gevaarlijke terreurbeweging te stoppen, zal zij sterker worden tot zij ons in de Britse straten kan aanvallen. We weten al dat zij moordneigingen heeft.” Cameron sprak over een „stevig antwoord”, zowel diplomatiek, als op inlichtingen – en militair gebied.

Zijn verzekering op televisie toont hoe gevoelig Britse betrokkenheid bij buitenlandse crises ligt. ‘Irak’ roept voor velen de associatie op met de inval in 2003. Toen vielen de Britten en Amerikanen het land binnen op basis van vermeend bewijs dat Saddam Hussein chemische wapens bezat. Die werden echter nooit aangetroffen. 179 Britten kwamen om tijdens die inval.

Ditmaal ligt een casus belli meer voor de hand: de beelden van de tienduizenden verdreven yezidis in de bergen bij Sinjar roepen ook in het Verenigd Koninkrijk sympathie op. Begin vorige week kwam er nog kritiek op de premier omdat hij gewoon met vakantie was gegaan. Verschillende media spraken in hun hoofdcommentaren over de noodzaak van interventie. „Er is een duidelijke morele noodzaak”, aldus het conservatieve tijdschrift The Spectator. En The Times schreef dat „een humanitair antwoord onvoldoende” was.

Cameron benadrukt bovendien het binnenlandse gevaar van de Islamitische Staat (IS). „De stichting van een extremistisch kalifaat in het hart van Irak en uitbreidend naar Syrië is geen probleem dat mijlen van ons vandaan ligt. Noch is het een probleem dat vergeleken moet worden met een oorlog van tien jaar geleden. Dit is onze zorg van het hier en nu.” IS kan voor „rotzooi in onze eigen straten zorgen”, waarschuwde hij. Volgens het Conservatieve Lagerhuislid Nadhim Zahawi, geboren in Irak en nu in Koerdistan, zeggen lokale leiders dat er zeker 500 Britten meevechten met IS. „Bij één van hen werd een Liverpool Football Club-ledenkaart aangetroffen”, zei Zahawi tegen Channel 4 News.

Dat neemt niet weg dat ruim de helft van Britten tegen het sturen van grondtroepen is en slechts 37 procent voor steun aan Amerikaanse bombardementen, zo blijkt uit een onderzoek van peilingsbureau YouGov. De voorzitter van de Lagerhuiscommissie voor Defensie, Rory Stewart, oud-gouverneur van een Iraakse provincie in 2003, gaf de aarzeling gisterochtend goed weer op Radio 4 toen hij zei: „Als je bedenkt dat [de Amerikaanse generaal, red.] Petraeus met 120.000 man en 120 miljard dollar per jaar geen vrede kon brengen in dit gebied, wat is het voorstel dan nu?”

Voor harder ingrijpen heeft Cameron dus meer argumenten nodig dan dat het ‘ditmaal anders zal zijn’. Met name Labour vreest een herhaling van 2003, toen Labour-premier Tony Blair voor Britse betrokkenheid bij de oorlog koos. De Lagerhuisleden zijn nog met reces, en Cameron noch oppositieleider Ed Miliband heeft hen verzocht terug te keren, maar sommige parlementsleden maken zich nu al zorgen over zogenoemde mission creep; veranderende doelstellingen.

Oorspronkelijk zei Downing Street dat de Britten alleen humanitaire hulp zouden bieden, minister van Defensie Michael Fallon zei gisteren echter dat „er niet slechts sprake is van een humanitaire missie”. De gevechtsvliegtuigen die zouden controleren of de yezidi’s meer hulp nodig hebben, vliegen al verder Irak in om inlichtingen te verzamelen, en Britse commando’s zijn op de grond geweest. De Britten zullen ook Koerden gaan bewapenen. Volgens Fallon zal de missie „weken, zo niet maanden” duren.

Camerons vergissing van vorig jaar, toen hij toestemming vroeg voor een militaire reactie na een vermeende gifgasaanval in Syrië en die niet kreeg, was dat hij de publieke opinie niet mee had. Nu bereidt hij de Britten langzaam voor op het moment dat er meer directe „militaire bekwaamheid” moet worden getoond.

    • Titia Ketelaar