Plastische chirurgie doet het wereldwijd goed - maar niet in Nederland

Foto iStock

Botox, borstvergrotingen, neuscorrecties: steeds meer mensen brengen een bezoek aan de plastisch chirurg. Vorige maand publiceerde de Internationale Vereniging voor Cosmetische Plastische Chirurgie ISAPS cijfers op basis van een enquête naar van wereldwijd uitgevoerde ingrepen. Daaruit blijkt: Zuid-Amerika is dé plastische chirurgie-regio. Maar hoe zit dat in Nederland?

Venezuela is de nummer één

Bijna acht op de duizend Venezolanen liet vorig jaar een plastisch chirurgische ingreep uitvoeren. Behoorlijk wat meer dan het wereldwijde gemiddelde: 1,6 op de duizend mensen. Brazilië en Colombia volgen na Venezuela. De top 10 volgens ISAPS:

En botox blijft populair

In totaal werd er wereldwijd bijna 11,6 miljoen keer cosmetisch in mensen gesneden. Niet-chirurgische ingrepen als botox worden dan nog niet eens meegerekend. Met dit soort ingrepen meegeteld is de VS veruit de grootste, met 12,5 op de duizend inwoners die iets aan hun lichaam lieten doen. Botox is nu de meest uitgeoefende cosmetische ingreep:

Per land verschilt wel wat patiënten laten doen. Zo vinden in Iran het vaakst neuscorrecties plaats: 0,5 op de duizend inwoners in één jaar. Brazilië loopt voorop met bilvergrotingen, maar ook met ‘vaginale verjonging’: 13.683 in 2013. Duitsland springt er weer opvallend uit met penisvergrotingen - ruim vijf keer zo veel als in de andere landen. En ruim een miljoen Amerikanen liet botox inspuiten.

Maar mannen laten minder aan zichzelf doen

Vrouwen werden het vaakst geopereerd voor borstvergrotingen, mannen voor neuscorrecties. Ruim 87 procent van de patiënten is vrouw.

We doen het ook steeds vaker

Vorig jaar voerde ISAPS het onderzoek niet uit. Maar in vergelijking tot 2011 en 2010 is het aantal ingrepen toegenomen.

En hoe zit dat in Nederland?

Nederland staat niet langer in het onderzoek van ISAPS. Twee jaar geleden nog wel: op plek 24. Ruim 101.000 ingrepen werden er toen geteld, flink meer dan de ruim 88.000 van een jaar ervoor. Zes op de duizend inwoners onderging in 2011 hier dus een cosmetische ingreep - bijna drie op de duizend een chirurgische. Redelijk veel. Volgens plastisch chirurg Jacques van der Meulen wordt gemiddeld in Nederland wat minder aan plastische chirurgie gedaan. Nederlanders zijn wat nuchterder en hebben een ander zelfbeeld dan bijvoorbeeld veel mensen uit Zuid-Amerikaanse landen, zegt hij. “En dat zal voorlopig wel zo blijven.”

De populairste ingrepen in Nederland in 2011:

ISAPS heeft dit jaar geen representatieve cijfers voor Nederland kunnen bemachtigen. De laatst bekende Nederlandse cijfers zijn uit 2012 en van Open DIS Data, dat door zorgaanbieders gedeclareerde zorggegevens verzamelt. Daaruit blijkt dat bijna 191.000 Nederlanders toen diensten hebben gedeclareerd van een plastisch chirurg (een greep uit gedeclareerde cosmetische ingrepen vind je hier).

Maar niet alle patiënten die om cosmetische redenen gebruikmaken van een plastisch chirurg declareren dat ook. Meestal vallen de puur cosmetische ingrepen, zoals botox tegen rimpels of borstvergrotingen die niet volgen op amputaties, namelijk niet onder bij een verzekeraar declareerbare kosten. Die komen dus niet in deze lijst voor.

Bij andere Nederlandse organisaties is het bijzonder moeilijk aan recente cijfers te komen. Met reden. Volgens Marijn Lamers van Zelfstandige Klinieken Nederland is het “geen geheim” dat het aantal esthetische behandelingen als gevolg van de crisis hier juist wat is teruggelopen. Van der Meulen bevestigt: rond de crisis is het aantal cosmetische ingrepen 10 tot 20 procent gedaald. Uiterlijk is hier nu eenmaal niet het eerste waar mensen hun geld aan uitgeven. Kijk maar naar de cijfers van Velthuis Kliniek, een privékliniek gespecialiseerd in plastische chirurgie en cosmetische dermatologie met meerdere vestigingen in Nederland.

Volgens Van der Meulen trekt het nu weer aan. Maar volgens Geert de Kousemaeker, directeur van zorgonderzoeksbureau Kiwa Carity, zitten veel klinieken nu op de rand van een faillissement. Daarom wordt door de organisaties ook weinig landelijk geregistreerd. In deze “plastic fantastic glamourwereld” waar juist de blinkende buitenkant zo belangrijk is, zijn negatieve cijfers niet iets wat graag naar buiten wordt gebracht.